Strijd tegen merkpiraterij bereikt strafrecht

Europees commissaris Frattini heeft een gevoelige snaar geraakt met zijn voorstel om merkpiraterij harder aan te pakken. Hoe ver reikt strafrechtelijke samenwerking in Europa?

Wie A zegt, moet ook B zeggen. Dat is in de ogen van de Europese Commissie de onontkoombare logica uit het alfabet van de Europese samenwerking.

Als de vraag is of er een gemeenschappelijke markt met dezelfde spelregels in Europa moet komen, antwoorden de EU-landen volmondig ' ja'.

Als de vraag is of de ernstige, grensoverschrijdende criminaliteit krachtig bestreden moet worden, klinkt uit alle EU-landen luide bijval, 'vanzelfsprekend'.

Maar als de Europese Commissie die lijn doortrekt en, zoals gisteren, voorstelt om de bestraffing van marktbederf door merkpiraterij wat gelijker te trekken, dan daalt het enthousiasme in de Europese hoofdsteden.

Een moeilijkheid is dat het ene land een streng strafregime kent tegen de handel in nagemaakte Nike-schoenen, terwijl het andere land nauwelijks werk maakt van het aan banden leggen van de handel in gekopieerde tassen van, bijvoorbeeld, Louis Vuitton.

Een ander probleem is dat de bestraffing per land nogal verschilt, van een fikse celstraf tot hooguit een boete. Ligt het niet voor de hand daar meer uniformiteit in te brengen?

Voor de Europese Commissie is het antwoord helder. Zij borduurt voort op een baanbrekend milieu-arrest van het Europees Hof van Justitie uit september vorig jaar. Toen oordeelde het Hof, de hoogste rechter in EU-zaken: als het voor de strijd tegen ernstige aantasting van het milieu 'onontbeerlijk' is, dan mag Europa de lidstaten verplichten 'doeltreffende, evenredige en afschrikkende straffen' op te leggen.

De redenering van het Hof uit het milieu-arrest is volgens de Europese Commissie ook van toepassing op andere terreinen. Haar inventarisatie leverde negen onderwerpen op: valsemunterij, creditkaart-fraude, witwassen van crimineel geld, hulpverlening aan illegalen, omkoping in het bedrijfsleven, internethackers, verontreiniging van schepen, BTW-fraude en schending van intellectueel eigendom.

Onder deze laatste vlag valt het voorstel dat Europees commissaris Frattini gisteren lanceerde voor de strijd tegen namaakproducten. Daarbij gaat het vrijwel altijd om het in de handel brengen van illegale kopieën van merkartikelen. Het lijdt geen twijfel dat hier een 'Europees' belang - eerlijke handel op de interne markt - in het geding is. Maar de lidstaten zijn beducht om Europa daarbij ook op strafrechtelijk gebied meer armslag te geven.

Op initiatief van minister Donner drongen de Europese justitieministers begin dit jaar bij de Commissie aan op een 'voorzichtige en pragmatische' houding. Want loopt de nationale regie over het strafrecht niet in gevaar als 'Brussel' er meer over mag zeggen? Eurocommissaris Frattini beloofde 'prudentie' en staatssecretaris Nicolaï (Europese Zaken) gaf de Interdepartementale Commissie Europees Recht (ICER) opdracht de reikwijdte van het milieu-arrest voor Nederland in kaart te brengen.

Op grond van het ICER-rapport concludeerde Nicolaï begin deze maand: 'Duidelijk is in ieder geval dat de uitspraak [van het EU-hof, red.] geen gevolgen zal hebben voor het Nederlandse justitiële beleid ten aanzien van onderwerpen die niet tot het Gemeenschapsbeleid behoren, zoals drugs, euthanasie, abortus en prostitutie.'

Verder zag Nicolaï het ICER-rapport vooral als aansporing tot 'terughoudendheid' en 'extra alertheid' als het gaat om strafrechtelijke harmonisatie tussen de Europese landen.

Tweede-Kamerlid Van Bommel (SP) was er gisteren snel bij om minister Donner te vragen hoe hij Frattini's voorstel beoordeelt. Van Bommels redenering: Nederland is mans genoeg om 'marktcriminelen' aan te pakken, daar hoeft Brussel zich niet mee te bemoeien. Wie A zegt, hoeft volgens hem niet altijd B te zeggen.

    • Joop Meijnen