Stamcellen in de kennisdriehoek

Het geduld van investeerders is op, de subsidies zijn vergeven, een beursgang durft bijna niemand aan. In de Nederlandse biotechnologiesector waait duidelijk een andere wind dan eind jaren negentig.

Medewerkers van Pharmacell, het Academisch Ziekenhuis Maastricht en het Singaporese bedrijf Cygenics doen samen onderzoek naar een kankertherapie. Bestuursvoorzitter van Cygenics Steven Fang (derde van links), directeur Pharmacell René Lardenoije (vierde van links), arts Gerard Bos (zesde van links) en medeoprichter van Pharmacell Jan Thio (vierde van rechts). Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold maastricht biopartner foto rienzilvold Zilvold, Rien

Het Maastrichtse Pharmacell is het prototype van het biotechbedrijf nieuwe stijl. Dus geen hoogleraar met een briljante uitvinding die vele jaren en miljoenen euro's later een verkoopbaar product op de markt brengt. Of niet, omdat het idee iets minder briljant bleek of het geld voortijdig opraakte.

'Eind jaren negentig zei je: dit wordt over vijftien jaar het medicijn van de eeuw, en dan haalde je miljoenen op', zegt Jan Thio, medeoprichter van Pharmacell. 'Nu krijg je voor een goed idee geen drie miljoen meer, maar drie ton. Je moet snel met een product komen.'

Bij Pharmacell was er geen hoogleraar en geen briljante uitvinding. Daar staat tegenover dat volgende maand de eerste inkomsten binnen zullen komen, ondanks dat het bedrijf pas een jaar geleden werd opgericht.

Pharmacell werd deels opgericht omdat het Academisch Ziekenhuis Maastricht (AZM) onderzoek doet naar stamcellen (cellen die in potentie in elk soort lichaamscel kunnen veranderen). Het ziekenhuis had een laboratorium nodig waar cellen voor medisch gebruik kunnen worden gekweekt. Dus toen naast de universiteit een gebouw werd neergezet voor startende biotechnologiebedrijven, Biopartner, werd besloten een deel van het geld te steken in een celkweeklaboratorium waar bedrijven en instellingen tegen betaling gebruik van konden maken. Dat werd Pharmacell. René Lardenoije, een geboren Maastrichtenaar die eerder bij biotechbedrijf Crucell werkte, werd gevraagd het lab op te zetten en te runnen.

Een andere reden om Pharmacell op te richten kwam uit Amerika. Thio werkte destijds bij de Limburgse ontwikkelingsmaatschappij Industriebank Liof, een van de investeerders in het biotechgebouw. Hij had gehoord dat het Amerikaanse bedrijf Bioheart zich in Europa wilde vestigen, maar dat het nog niet wist waar. 'Zij wilden een celkweekfaciliteit, en met Lardenoije konden wij dat leveren. Wij hebben echt op basis van de vraag dit bedrijf opgezet.'

Een van de drijfveren van Thio en de andere investeerders in het biotechgebouw - onder andere de provincie Limburg en de gemeente Maastricht - is om Limburg als 'kennisregio' op de kaart te zetten. Lardenoije vertelt dat hij na zijn afstuderen negen maanden in de regio solliciteerde, maar dat er nog niets in zijn vakgebied was. Met het biotechgebouw moet dat veranderen. Thio (60) kan vol vuur vertellen over de internationale 'kennisdriehoek' met Aken en Luik, waar Pharmacell middenin zit. Hij zegt pas te stoppen met werken als het biotechgebouw vol zit. Zover is het nog niet, in het gebouw huizen nog nauwelijks andere bedrijven en het oogt leeg. Ook bij Pharmacell werken vooralsnog slechts tien mensen.

Pharmacell is nu voornamelijk aan het werk voor Bioheart. Dit bedrijf gebruikt stamcellen om de beschadigingen die het hart oploopt na een infarct te genezen. Daardoor heeft de patiënt minder last van hartfalen. Op 22 mei gaat Pharmacell voor de eerste patiënten cellen opkweken, in theorie kan het bedrijf dat voor duizend patiënten per jaar.

Het bedrijf is zo ingericht dat het onderzoek voldoet aan de eisen van de geneesmiddelentoezichthouders in Europa en de VS. Die moeten het product uiteindelijk toelaten tot de markt. Bioheart betaalt Pharmacell om dit werk uit te voeren. Als de techniek op de markt komt, zal Pharmacell wereldwijd de productie op zich nemen.

Als dit Pharmacells enige bezigheid was, zou het bedrijf begin 2007 kostendekkend kunnen opereren, zegt Lardenoije. Maar dat is niet de bedoeling. 'Anders blijf je een servicebedrijf, en dat is natuurlijk niet innovatief.' Voor Pharmacell is onderzoek in opdracht een manier om zijn eigen onderzoek te financieren, zoals andere biotechbedrijven dat doen met geld van durfkapitalisten of een beursgang. Daarmee hoort Pharmacell bij het groeiend aantal startende biotechnologiebedrijven dat zijn inkomsten uit verschillende activiteiten haalt. Lardenoije: 'We beginnen met dienstverlening, maar uiteindelijk willen we onze eigen producten maken.'

De voorbereidingen daarvan zijn in gang gezet. Op tafel prijkt een boeket van oud-minister Jo Ritzen, nu voorzitter van de Universiteit Maastricht. Een felicitatie, omdat Pharmacell net te horen heeft gekregen dat het 1 miljoen euro subsidie krijgt voor zijn eerste onderzoeksproject.

Ook bij dit project is samenwerking voor Pharmacell cruciaal. Samen met onder andere de Universiteit Maastricht en het Singaporese bedrijf Cygenics gaat het bedrijf onderzoek doen naar een kankertherapie, gebaseerd op stamceltechnologie. Trots vertelt Thio hoe hij Cygenics heeft binnengehaald. Hij ging mee met een handelsdelegatie van het ministerie van Economische Zaken naar Singapore en nam twee filmpjes mee.

Op het een doet Jo Ritzen in zeven minuten een goed woordje voor Pharmacell, - I very much like to welcome you in Maastricht - op het andere doet gedeputeerde van de provincie Limburg Martin Eurlings hetzelfde. De directeur van Cygenics werd door Thio, die is geboren in Indonesië, getrakteerd op de beste sambal in de regio. Inmiddels heeft het beursgenoteerde Cygenics voor een onbekend bedrag een vijfde van de aandelen van Pharmacell gekocht.

Volgens Lardenoije zijn alle delen van de technologie al vrij ver in hun ontwikkeling, zodat de weg naar een echte kankertherapie relatief kort is. Cygenics en de universiteit hebben allebei een deel van de benodigde patenten. Pharmacell gaat het onderzoek uitvoeren dat er een verkoopbaar product van moet maken. Over drie jaar moet duidelijk zijn of de technologie echt werkt, zodat zij voor het eerst in mensen kan worden getest. Als de uitkomst positief is, zou het op zijn vroegst twee tot drie jaar later op de markt komen.

Intussen is Pharmacell bezig met nog een onderzoeksproject. Samen met een Duits bedrijf en opnieuw de Universiteit Maastricht wil het van stamcellen bloedvaten maken die gebruikt kunnen worden voor een bypassoperatie. Tot nu toe haalt men voor een bypass een bloedvat uit het been van de patiënt, maar dat is vaak net zo dichtgeslibt als de ader waardoor de patiënt zijn hartklachten heeft. De stamcellen, afkomstig uit bloed of beenmerg, groeien in een soort kunststof mal in de vorm van een bloedvat.

Thio: 'Dit onderzoek is veel minder ver in de ontwikkeling en het is lastiger te voorspellen of het iets oplevert. Maar als we over drie jaar kunnen aantonen dat het werkt, garandeer ik dat de investeerders op de stoep staan om het te financieren.'

Met al deze samenwerkingsverbanden is het belangrijk af te spreken wie wat krijgt, zowel voor de inkomsten als voor de patenten die eventueel uit het onderzoek voortvloeien. Zeker ook met een nauwe samenwerking tussen bedrijfsleven en universiteit, wat vroeger al helemaal omstreden was. 'Er zal altijd discussie zijn over wie wat doet, en wie daarvan profiteert', zegt arts Gerard Bos die vanuit het AZM met Pharmacell samenwerkt. 'Wij worden door het ziekenhuis betaald en dat is niet om een bedrijf daar rijk van te laten worden. Dat moet je goed regelen en dat hebben wij gedaan.' De rechten op de patenten worden door de partijen gelijk verdeeld.

Voor Pharmacell blijft samenwerking cruciaal. Helemaal zelf aan producten werken ziet Lardenoije niet zitten: te duur en te risicovol. 'Maar zoals wij het doen, kun je als startend bedrijf toch meewerken aan een belangrijk product.'