Oeroude vis had kieuwen als prik

Een 370 miljoen jaar oud fossiel van een vis met uitzonderlijk goed bewaarde kieuwen is ontdekt in de Canadese provincie Québec. De kaakloze vis had kieuwen die sterk lijken op die van de moderne vissen zoals de lamprei en de slijmprik.

Fossiel van 370 miljoen jaar oude vis, ontdekt in de Canadese provincie Quebec. Foto Nature Nature

De Franse paleontoloog Philippe Janvier van het Muséum National d'Histoire Naturelle in Parijs en zijn Canadese collega's berichten vandaag over de vondst in het Britse wetenschappelijke tijdschrift Nature. De fossiele vis, Endeiolepis, had net als slijmprikken en lampreien kieuwen die vervat zijn in ' zakjes'. Volgens de onderzoekers is hun ontdekking een aanwijzing dat ook de eerste vissen (en dus alle vroege gewervelde dieren) beschikten over een vergelijkbaar systeem van kieuwen. Ze veronderstellen dat het ontstaan van kaken in de evolutie samenhangt met de vervanging van deze 'zakjes' door moderne kieuwen. Hoe dat precies is gegaan is onbekend.

Endeiolepis beschikte over 30 kieuwzakken, veel meer dan zijn moderne kaakloze verwanten. Lampreien hebben niet meer dan zeven van deze 'kieuwzakken'. Volgens de onderzoekers is dat een aanwijzing dat deze vis leefde in een omgeving waarin relatief weinig zuurstof beschikbaar was.

Kieuwen van fossiele vissen blijven zelden bewaard. De eerste vissen ontstonden circa 500 miljoen jaar geleden en hadden net als de slijmprikken en lampreien geen kaken. Deze vroegste groep vissen is Ostracodermi genoemd, letterlijk schaalhuidige. Zij leefden voornamelijk in zoet water. De huid van deze vroege vissen was bedekt met grote platen op de kop en het voorste deel van het lichaam. Volgens de jongste inzichten van paleontologen zijn deze Ostracodermi nauw verwacht aan de moderne slijmprikken en lampreien.

De vroegste vissen met kaken waren de haaiachtige acanthodia. De vissengroep onstond circa 410 miljoen jaar geleden is 250 miljoen jaar geleden uitgestorven. Als de gevolgtrekking van Janvier en zijn collega's juist is beschikten ook deze vissen over kieuwen die waren ondergebracht in een rij zakken. Uit de vissen met kaken ontwikkelden zich tenslotte de moderne kraakbeenvissen (haaien en roggen) en beenvissen; de evolutionaire voorlopers van de amfibieën die uiteindelijk aan land kropen.