Nu weer een Fransman

Een Brit aan het hoofd van een Frans bedrijf is een uitzondering. De Brit Lindsay Owen-Jones hield het achttien jaar vol, bij L'Oréal. Nu neemt de Fransman Agon het over.

Lindsay Owen-Jones Foto AFP POUR ILLUSTRER : L'Oréal: un nouveau patron et le défi de poursuivre la croissance (AVANT-PAPIER) Par Delphine TOUITOU TO ILLUSTRATE : End of an era for L'Oreal as Owen-Jones steps down by Delphine Touitou (FILES) L'Oreal's chairman Lindsay Owen-Jones presents his group's results for 2004, 17 February 2005 in Clichy. "French cosmetic firm L'Oreal's British chief executive Lindsay Owen-Jones hands over the helm Tuesday 25 April 2006 at the end of an 18-year reign marked by an uninterrupted growth in performance. One of the major symbols of France's style and chic will once more have a Frenchman in charge in the shape of Jean-Paul Agon, who faces a hard act to follow but has already shown he intends to do things a little differently ". AFP PHOTO FILES/ERIC FEFERBERG AFP

De bestbetaalde topman van Frankrijk heeft niet langer de dagelijkse leiding over het grootste cosmeticabedrijf ter wereld, L'Oréal. De Brit Lindsay Owen-Jones (60 jaar, jaarsalaris 7,36 miljoen euro) heeft zichzelf deze week laten opvolgen door Jean- Paul Agon (49 jaar).

Het is voor het eerst in achttien jaar dat er weer een Fransman aan het hoofd staat van het beursgenoteerde familiebedrijf L'Oréal. Al die tijd was Owen-Jones de voornaamste buitenlandse uitzondering onder de Franse topmannen.

Maar Owen-Jones behoorde nooit tot de selecte groep van topmanagers die als voetballers via internationale transfers van de ene naar de andere multinational flitsen. Hij begon al bij L'Oréal in 1969, nadat hij zijn letterenstudie op Oxford had laten volgen door een managementopleiding aan een Frans instituut. En hij bleef er al die jaren zonder onderbreking, terwijl hij zich ondertussen ook anderszins binnen Frankrijk onderscheidde - bijvoorbeeld door als autocoureur deel te nemen aan de 24-uursrace van Le Mans.

De flamboyante Owen-Jones voelde zich thuis bij wat hij zelf omschreef als een 'Frans familiebedrijf': de grootste aandeelhouder is nog altijd Liliane Bettencourt (nu 83), dochter van Eugène Schueller, die het bedrijf in 1907 oprichtte. Met een belang in alleen L'Oréal van ruim 11,6 miljard euro is zij de rijkste der Fransen.

Toen Owen-Jones in 1988 aantrad als president-directeur, was L'Oréal 3 miljard euro waard en had de groep net drie jaar groei van meer dan 20 procent achter de rug. De vraag was, zo zei men toen, of Owen-Jones zo'n ritme van ontwikkeling erin zou kunnen houden, gezien de toenemende internationale concurrentie.

De Brit heeft die vraag achttien jaar later beantwoord met opmerkelijke cijfers. Vorig jaar vierde L'Oréal het 21ste achtereenvolgende jaar van groei met meer dan 10 procent (14,5 procent). In 2005 liep de nettowinst op tot een recordhoogte van 1,972 miljard euro, 37 procent hoger dan in 2004.

Owen-Jones' strategie was al die jaren gebaseerd op het veroveren van wereldwijde markten, met gevestigde merken als Lancôme, Laboratoires Garnier, Vichy, Ralph Lauren en Giorgio Armani, een mengeling van dure luxemerken en goedkopere merken die in supermarkten te koop zijn. De winst kwam van interne groei. Aan grote overname deed L'Oréal niet.

Toch werd deze week aan Agon exact dezelfde vraag gesteld als aan Owen-Jones achttien jaar geleden: gaat L'Oréal dit groeiritme volhouden? Agon erkende vanmorgen in het Franse dagblad Le Figaro dat de concurrentie stevig is, zeker in Azië.

'De globalisering van schoonheidsproducten is nog maar net begonnen.' Hij sloot niet uit dat L'Oreal vaker overnames gaat doen, zoals vorige maand The Body Shop. Daarin had Agon al persoonlijk de hand.

    • René Moerland