Meer discipline, minder infecties

Negentig procent van de wondinfecties die ontstaan na operaties kan worden voorkomen als de hygiënemaatregelen in de operatiekamer worden verbeterd.

'Dat er bacteriën in een operatiekamer zijn, dat gelooft iedereen wel. Dan zou je zeggen dat het ook wel duidelijk is dat die bacteriën daar infecties veroorzaken. Maar niet iedereen wil dat geloven.' Veel aandacht voor operatiewondinfecties is er in medisch onderzoek niet, zegt Bas Knobben (1976).

Knobben promoveerde gisteren aan de Rijksuniversiteit Groningen op infecties van kunstknieën en -heupen. Hij toonde aan dat discipline en hygiëne in de operatiekamer - maatregelen die bacteriën minder kans geven - duidelijk helpen om het aantal infecties van wonden en besmettingen van protheses te verminderen.

Wondinfecties komen na elke operatie voor, maar juist de orthopeden in het Groninger academisch ziekenhuis zochten naar een oplossing. 'Meestal kun je, als een patiënt een wondinfectie krijgt, zeggen: geef antibiotica.' Maar als een nieuwe heup of knie met bacteriën overgroeid raakt, vormt dat een dichte 'biofilm' waar antibiotica geen vat op hebben. 'De patiënt heeft pijn, de prothese groeit niet vast of gaat weer los. Die moet dan opnieuw geplaatst worden. Dat is een grote ingreep, waarvoor een patiënt vaak zes weken in het ziekenhuis ligt.'

In Nederland zijn in 2004 circa 25.000 heup- en 20.000 knieprothesen geplaatst. Eén tot vier procent van die operaties moet door een infectie opnieuw gedaan worden. 'Omdat we een academisch ziekenhuis zijn, doen we veel van deze revisie-operaties. Soms ligt er een hele zaal vol mee.' Zo'n infectie is duur: Knobben rekende uit dat een patiënt met geïnfecteerde prothese ongeveer 50.000 euro kost. Als alles wél goed gaat, is dat 15.000 euro.

Twee soorten maatregelen namen de orthopeden daarom in de zomer van 2003. Stap 1: het ziekenhuisbestuur kocht voor de orthopedische operatiekamers voor een half miljoen euro een nieuw ventilatiesysteem. In elke OK stroomt lucht naar binnen boven de operatietafel en wordt onderin via de muren afgevoerd. Door die verticale luchtstroom worden bacteriën van de tafel weggeblazen. Het moderne 'laminaire' systeem dat er kwam, deed dat beter. Het resultaat: het aantal keren dat bacteriën op instrumenten en verwijderde botsnippers werd gevonden, daalde van 34 procent naar 15 procent.

Stap 2: orthopeden, anesthesisten en assistenten legden zich, eind 2003, discipline op. Overbodig deuren openen en rondlopen mocht niet meer. Dat veroorzaakt wervelingen in de luchtstroom in de operatiekamer. Ook hielden de artsen zich beter aan normale hygiëne. De mondkapjes moesten goed zitten, operatiekleding ging uit buiten het OK-complex, de handen werden vaker gewassen. 'Vooral anesthesisten zijn gewend om tussen meerdere operaties heen en weer te lopen. Die zien zelf die infecties niet, dus ze zijn zich er niet altijd van bewust. Maar dat kon dus niet meer.'

Prompt halveerde het aantal besmettingen weer, van 15 procent naar 8 procent. Door orde en ventilatie samen daalde het aantal wondinfecties van 15 naar 1,5 procent en ook raken er minder protheses geïnfecteerd. 'Op congressen krijgen we steeds instemmende reacties. Nu hebben we cijfers om de mensen mee om de oren te slaan.'

In de ziekenhuispraktijk betekende het bijvoorbeeld dat de dienstroosters van de anesthesisten veranderden. Ook besloot de afdeling orthopedie om voortaan tijdens het plaatsen van de heup of knie de verwijderde botsnippers te testen op bacteriën. Blijft er uit de wond van een patiënt dan ook langer dan vijf dagen vocht lekken, dan krijgt hij alvast antibiotica. Eén op de vier van deze patiënten krijgt namelijk een infectie in de prothese, bleek uit Knobbens onderzoek.