Kans op resocialisatie Hofstadgroep is nul

De maatregel van Bot tegen leden van de Hofstadgroep zal averechts werken.

Het toezicht van de overheid op hun financiën wordt zo ernstig bemoeilijkt.

Op grond van de Sanctieregeling terrorisme 2006 is het verboden aan de vermeende leden van de zogenoemde 'Hofstadgroep' financiële of economische middelen ter beschikking te stellen, of hun financiële of andere diensten te verlenen en worden alle bestaande middelen bevroren. De regeling strekt zich uit tot de verdachten die door de rechtbank veroordeeld zijn wegens deelneming aan de Hofstadgroep. Afgezien van de juridische bezwaren tegen deze Sanctieregeling, die binnenkort namens verscheidene betrokkenen aan het oordeel van de rechter zullen worden onderworpen, roepen de vaststelling van de regeling en het moment daarvan de vraag op of de gevolgen wel voldoende zijn meegewogen.

De regeling schendt het basisbeginsel dat een verdachte voor onschuldig moet worden gehouden totdat het tegendeel onherroepelijk bewezen is verklaard door de rechter. Nu zowel het merendeel van de door de rechtbank veroordeelde verdachten als het openbaar ministerie in hoger beroep is gegaan tegen het vonnis, moeten de vermeende leden tot op heden voor onschuldig worden gehouden. Deze schending van de onschuldpresumptie kan consequenties hebben in het hoger beroep.

De regeling heeft tot gevolg dat de vermeende leden van de Hofstadgroep geen gebruik meer kunnen maken van banken, geen verzekeringen meer kunnen afsluiten, geen uitkering of salaris meer kunnen ontvangen en ook van familie geen geld meer mogen ontvangen. Zij zullen aldus niet meer legaal in hun levensonderhoud kunnen voorzien en gedwongen zijn tot illegaliteit en criminaliteit. Zij bevinden zich sociaal-economisch in ballingschap. Kans op resocialisatie, een van de hoofddoelen van het strafrecht, wordt hun ontnomen. Zo wordt de samenleving straks geconfronteerd met verdachten die hun straf hebben uitgezeten maar die geen enkele mogelijkheid hebben om een nieuw leven op te bouwen.

Ter relativering: de door de rechtbank aangenomen deelnemingshandelingen van sommige verdachten bestaan uit het voorhanden hebben van en het, in beperkte kring, verspreiden van geschriften of videobeelden die door de rechtbank als opruiend en haatzaaiend zijn gekwalificeerd. Het betreft jongemannen die meenden daarvan kennis te mogen nemen. Het op hen van toepassing verklaren van de regeling is zonder meer buiten proporties en miskent het doel van de regeling. Uit het omvangrijke strafdossier blijkt niet dat de vermeende leden van de Hofstadgroep beschikken over omvangrijke financiële middelen of financiering van terroristische activiteiten.

Wellicht zijn de hardliners onder de politici gevoeliger voor dit argument; door deze regeling wordt het toezicht door de overheid op de financiën van de vermeende leden van de Hofstadgroep ernstig bemoeilijkt zo niet onmogelijk worden gemaakt.

Bart Nooitgedagt is advocaat van Fahmi B., veroordeeld lid van de Hofstadgroep.

    • Bart Nooitgedagt