'Jeugdzorg moet gericht zijn op behoefte kind'

De hulp aan mishandelde of verwaarloosde kinderen en hun ouders schiet ernstig tekort. Dit komt doordat het onduidelijk is welke hulpverlener waarvoor verantwoordelijk is.

Dat stelt Steven van Eijck, commissaris voor jeugd- en jongerenbeleid, in het eerste alomvattende advies over het jeugdbeleid, dat hij gisteren aanbood aan het kabinet. Volgens Van Eijck, die in opdracht van vijf ministeries de uitvoering van het jeugdbeleid onderzoekt, moet het kind centraal staan in het jeugdbeleid, en niet de instanties, zoals nu het geval is.

De afgelopen jaren bleek uit verschillende incidenten, zoals de driejarige Savanna die in 2004 bezweek aan mishandelingen door haar moeder terwijl het gezin onder toezicht van jeugdzorg stond, dat betrokken jeugdhulpverleners niet adequaat optraden. Te veel hulpverleners houden zich bezig met hetzelfde gezin terwijl ze te weinig samenwerken. Jaarlijks overlijden 50 tot 80 kinderen aan mishandeling, 50.000 tot 80.000 worden ernstig mishandeld.

Het jeugdbeleid moet efficiënter door duidelijke verantwoordelijkheden, minder betrokken partijen en minder bureaucratie, vindt Van Eijck. Hij adviseert het kabinet te zorgen voor een Centrum voor Jeugd en Gezin in elke wijk. In die centra werken alle mensen en instellingen samen, die met kinderen te maken hebben. Ouders kunnen er terecht met kleine en grote problemen, door de intensieve samenwerking worden ze snel geholpen of doorverwezen naar de juiste persoon.

Een Centrum voor Jeugd en Gezin moet ook kunnen doorverwijzen naar gespecialiseerde jeugdhulp. Nu is het zo dat de indicatie voor gespecialiseerde jeugdhulp wordt gesteld door een Bureau Jeugdzorg. Alle gegevens van de kinderen tot 19 jaar moeten worden opgeslagen in een voor hulpverleners toegankelijk elektronisch dossier. Het kabinet kondigde gisteren aan in 2007 13 miljoen euro voor deze centra uit te trekken. Voor 2006 is 5,5 miljoen beschikbaar.

Van Eijck pleit voor een wethouder Jeugd in elke gemeente die verantwoordelijk is voor het jeugdbeleid; zowel voor de preventieve taken, zoals opvoedingsondersteuning, als de gespecialiseerde, zwaardere jeugdzorg. Nu zijn de provincies verantwoordelijk voor de bureaus jeugdzorg die de zwaardere vormen van jeugdzorg coördineren.