James Salter

Iemand is in de kracht van zijn leven, zegt men. Van James Salter, de Amerikaanse schrijver, zou je kunnen zeggen dat hij in de kracht van zijn ouderdom is. In juni wordt hij 81, maar hij praat en werkt nog altijd als iemand die een half leven vóór zich heeft. Gisteren was hij in het Amsterdamse Odeon te gast bij The John Adams Institute, waar Jan Donkers, een gedreven pleitbezorger van zijn werk, hem interviewde.

Salter begon met het voorlezen van een van zijn indrukwekkendste verhalen, het titelverhaal van Last Night, zijn laatste bundel, die binnenkort bij Meulenhoff in vertaling verschijnt. Zijn voordracht, met een gruizige, maar vaste stem, paste perfect bij het verhaal: sober en ingehouden. Het is het verhaal van een man die zijn doodzieke vrouw helpt bij haar zelfdoding. Een hachelijker thema is nauwelijks denkbaar, maar Salter heeft aan twaalf pagina's genoeg om de lezer te overtuigen. Eenvoud en bondigheid, daar heeft hij in zijn proza altijd naar gestreefd, zal hij later tegen Donkers zeggen.

Iets van het aura van Ernest Hemingway hangt om hem heen: een schrijverschap tegen de achtergrond van een vol, avontuurlijk leven. Hij was oorlogsvliegenier in Korea - zijn autobiografie Burning the Days behandelt die periode uitputtend - en scenarioschrijver in Hollywood. Hij reisde veel en woonde een periode in Parijs. Over erotiek schreef hij graag en soms zo gewaagd, vooral in de roman A Sport and a Pastime, dat het hem een informele Britse boycot kostte.

Maar in tegenstelling tot Hemingway werd hij lange tijd als schrijver nauwelijks opgemerkt. Pas de laatste twintig jaar voltrekt zich een kentering en ondervindt hij van critici en collega's steeds meer waardering. 'De meest onderschatte onderschatte schrijver', constateerde een Amerikaanse criticus. 'Ik houd hem voor een van de grootste Amerikaanse schrijvers van de afgelopen halve eeuw', schreef Michaël Zeeman.

Over die wonderbaarlijke ommekeer in de waardering voor zijn werk had ik wel iets meer willen horen. Wat betekent dat voor een schrijver en is het misschien juist een drijfveer om op hoge leeftijd door te gaan, zoals hij doet? Maar misschien had Salter dergelijke vragen te persoonlijk gevonden. Hij is geen man die zich uitlevert aan de publiciteit, ook tegen Donkers bleef hij beminnelijk, maar gereserveerd als de vragen al te dichtbij kwamen. Niet te veel over het verleden, geen afdalingen in de eigen psyche - daar zijn veel Nederlandse schrijvers nou weer beter in. (Cees Nooteboom was als enige Nederlandse collega aanwezig.)

Enkele citaten. Over vliegen: 'Ik haat het. Niet dat ik opeens bang ben geworden in de lucht, maar ik haat de manier waarop je tegenwoordig als passagier behandeld wordt.' Over vrouwen: 'Ze zijn niet zozeer superieur aan mannen, maar ze zijn sterker. Vrouwen zijn de dragers van de beschaving.' Over mannen: 'Ik houd niet van doorsneemannen, maar van mannen met veel ups en downs in hun leven.' Over schrijven voor Hollywood: 'Je verdient er alleen veel geld mee als je een groot succes hebt met een script, wat mij niet gelukt is. Voor mij was het een verspilling van energie in een corrupt wereldje.' Over de voormalige militaire leiders die onlangs Bush kritiseerden: 'Zij hebben daartoe het volste recht. Ik weet niet of ik het ook zou hebben gedaan - vermoedelijk wel.'