Iedereen kan zien hoe een arts bij euthanasie heeft gehandeld

De beoordelingen van euthanasiegevallen komen in mei op een website. 'Artsen gaan zorgvuldig met euthanasie om, dat moeten we kunnen laten zien.'

De vijf regionale toetsingscommissies euthanasie moesten vorig jaar oordelen over in totaal 1.933 gevallen van euthanasie en hulp bij zelfdoding. Eens in de maand vergaderden ze daarover. Wanneer een zaak onduidelijk was, vroegen de commissieleden de arts die de euthanasie had toegepast om een toelichting, schriftelijk of door die arts uit te nodigen voor zo'n vergadering.

'De meeste zaken zijn niet zo ingewikkeld', zegt Reina de Valk, voorzitter van de toetsingscommissies. 'In bijna alle gevallen is al meteen duidelijk dat door de meldend arts zorgvuldig is gehandeld.'

De ingewikkelde zaken worden in het jaarverslag beschreven. In het vandaag verschenen verslag staan veertien casussen. De oordelen van de toetsingscommissies worden alleen toegezonden aan de meldend arts. Zelfs het openbaar ministerie weet niet welke euthanasiezaken de commissies toetsen. Alleen als de commissies vinden dat een arts niet zorgvuldig heeft gehandeld, sturen ze een zaak door naar het openbaar ministerie en de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Het ging in 2005 om drie zaken.

Daar moest verandering in komen, besloten staatssecretaris Ross (Volksgezondheid, CDA) en minister Donner (Justitie, CDA) al in 2003, nadat hoogleraar sociale geneeskunde Gerrit van der Wal hen daarover had geadviseerd in zijn evaluatie van de euthanasiewet. Er zou een 'uitsprakenbak' moeten worden opgezet waarin de oordelen van de toetsingscommissies geanonimiseerd worden gepubliceerd.

Clémence Ross: 'Artsen gaan in Nederland zorgvuldig met euthanasie om, dat moeten we kunnen laten zien.'

Reina de Valk: 'Bijna niemand weet wat we we doen. En als we ons oordeel hebben gegeven, is er geen hoger beroep mogelijk. Artsen krijgen door publicatie van alle uitspraken op internet ook een beter inzicht in wat de zorgvuldigheidseisen in de praktijk betekenen.'

Zijn ze bang dat allerlei mensen zich nu met het werk van de commissies gaan bemoeien?

Ross: 'Belangrijker dan kritiek, mogelijk ook vanuit het buitenland, vind ik dat we nu kunnen laten zien waar we mee bezig zijn en dat bespreekbaar maken.'

De Valk: 'Ik heb zelf het gevoel: het is goed dat het gebeurt. Maar ook: wat voor reacties zullen er komen?' Ze zegt dat openheid misschien juist wel de misverstanden die in het buitenland over euthanasie in Nederland bestaan, zullen wegnemen.

De casussen en de oordelen worden geanonimiseerd. Namen van de artsen, de overleden patiënt en de nabestaanden worden niet gemeld, de regio waarin de euthanasie is gemeld ook niet. Van data wordt alleen de maand gemeld. De Valk: 'Privacygevoelige informatie wordt zo veel mogelijk weggelaten, net als uitspraken die iemand voor anderen herkenbaar maken. Maar uitspraken als: ik wil niet als een pop in mijn bed liggen, of: dokter, ik wil niet zo doodgaan als mijn eigen moeder, zijn veelvoorkomende uitingen.'

Ross verwacht niet dat de honderden oordelen die ieder kwartaal in de databank worden verwerkt, herkenbaar zullen zijn. Van de 1.933 meldingen in 2005 had de overleden patiënt bijvoorbeeld in 1.713 gevallen kanker. In 1.585 gevallen vond de levensbeëinding thuis plaats en in 1.697 gevallen was het de huisarts die de euthanasie meldde.

Maar om te laten zien dat een arts aan de zorgvuldigheidscriteria heeft voldaan, is het nodig in het oordeel een samenvatting te geven van allerlei feiten, waaronder persoonlijke omstandigheden.

De leeftijd van de overleden patiënt bijvoorbeeld, en of het een man of vrouw was en waar diegene aan leed. Voor iemand die de overleden patiënt kende, zal de euthanasiemelding daarom in een enkel geval herkenbaar zijn.

De afgelopen periode zijn de geanonimiseerde oordelen beoordeeld door een testpubliek, onder wie artsen, inspecteurs, justitiemedewerkers en ambtenaren van Volksgezondheid. Wat doen ze met herkenbaarheid? Van iemand bij wie door kanker in de mond een deel van het gezicht weg is, werd overwogen dat dat zo vaak voorkomt dat dit niet naar een individu te herleiden is.

Tijdens een presentatie van de website in de proefperiode bleek het vooral voor artsen confronterend hun melding gepubliceerd te zien, zegt voorzitter De Valk. Artsen hebben een beroepsgeheim. Op de site komt een aparte afdeling voor de ingewikkelde zaken en één voor de zaken waarin de arts niet zorgvuldig is geweest.

Hoogleraar Van der Wal zegt de databank een goed initiatief te vinden. Hij zegt wel: 'Je kan alles op het net zetten, maar de databank moet ook echt toegankelijk zijn. Misschien zijn er mensen nodig om de informatie voor de beroepsgroep te vertalen.' Niemand heeft iets aan heel veel uitspraken op een rij, zegt hij. Hij stelt voor dat, net als bij medische tuchtzaken, het artsenblad Medisch Contact een belangrijke zaak eruit haalt en de uitspraak en de strekking daarvan publiceert. 'Zo breng je de casuïstiek actief naar de beroepsgroep.'

    • Esther Rosenberg