Hou maakt altijd poëzie

Three Times van Taiwananees Hou Hsiao-hsien is een drieluik over de liefde. Drie keer slaagt de regisseur erin dat ongrijpbare gevoel over te dragen op het publiek.

Overige films van de regisseur Hou Hsiao-hsien Cute Girl (1980) Play While You Play (1981) Cheerful Wind (1981) The Green, Green Grass of Home (1983) The Boys From Fengkuei (1983) All the Youthful Days (1983) The Sandwich Man (1983) A Summer at Grandpa’s (1984) The Time to Live and the Time to Die (1985) Dust in the Wind (1986) Daughter of the Nile (1987) City of Sadness (1989) Good Men, Good Women (1995) Goodbye South, Goodbye (1996) Flowers of Shanghai (1998) Café Lumière (2003) Hou Hsiao-Hsien.film regisseur Taiwan.foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Rotterdam, 30 januari 2006 Mentzel, Vincent

Het is al moeilijk om te zeggen wat liefde ís, laat staan het gevoel dat erbij hoort over te dragen op een publiek in een bioscoopzaal. De Taiwanese filmer Hou Hsiao-hsien probeert het in Three Times drie keer en hoe verschillend de delen van het drieluik ook zijn, hij slaagt in ieder deel. Hij laat ons delen in de gelukzaligheid van pas gevonden liefde, wanhopen om de onbereikbare passie en schrikken van de berekende lust. Nergens wordt een van deze termen gebruikt. Er vallen sowieso weinig woorden. Wat Hou doet, is het gevoel oproepen en zijn publiek uitnodigen het méé te voelen met de man en de vrouw, die in alle drie de delen uitstekend worden gespeeld door Chang Chen en Shu Qi.

Three Times is een open uitnodiging voor het publiek. De stijl van Hou, bekend van The Puppetmaster (1993) en Millennium Mambo (2001), is nooit dwingend, zoals de esthetiek van Aziatische filmers als Kim Ki-duk of Wong Kar-wai. Zij schotelen ons verbluffende beelden voor, waarmee ze ons willen overdonderen. Met Hou mogen we mee-kijken, zijn meesterschap heeft geen hoog podium nodig. Hou's gevoel voor schoonheid is alledaagser dan dat van zijn collega's. Het kan evengoed tot zijn recht komen in de damp die van een ketel kokend water opstijgt, of in een gezicht dat plotseling opdoemt uit het duister. Hou filmt zoals Ovidius zei dat hij schreef: 'Wat ik ook probeerde te schrijven, het werd altijd poëzie.'

Three Times is altijd poëzie. Het ritme begint in het eerste shot als de camera meekijkt met een spelletje biljart en intussen een jongen en een meisje bespiedt die om de tafel en om elkaar heen drentelen. De aandacht voor de ballen, de aandacht voor elkaar, de kalme horizontale bewegingen van de camera die van de een naar de ander kijkt - alles is in harmonie. De tijd is 1966 en de steunkleur is groen als het rulle biljartlaken.

Het lijkt alsof Hou zich in die eerste episode het meest op zijn gemak voelt. In een interview met deze krant vertelde hij dat dit deel hem terugvoerde naar zijn eigen jeugd en naar de Engelstalige smelt-hits die hij op de Amerikaanse legerradio hoorde, Smoke gets in your eyes en Rain and Tears.

Het is vast geen toeval dat dit de gelukkigste episode is. Maar misschien komt dat ook doordat deze liefde zich nog in een embryonaal stadium bevindt.

Het tweede deel is bruin en speelt zich af in 1911, de tijd dat mannen en vrouwen volkomen ongelijk waren. Dit is een bewogen jaar in de Chinese geschiedenis, met een revolte die zou leiden tot het aftreden van de keizer. Die revolte trilt door tot in het benauwde leven van de hoofdpersonen.

De vrouw is nu een courtisane, die als een lijfeigene in het mahoniehouten huis van een hoerenmadam woont. Ze heeft liefde opgevat voor een man die wellicht een hoge functie in het huis vervult, of een vaste klant is. Hij houdt ook van haar. Maar ze zullen elkaar nooit krijgen. Hij is als revolutionair tegen het nemen van concubines. Voor zichzelf, en voor zijn geliefde, een uitzondering maken kan hij met zijn geweten niet verenigen. Op zeker moment vraagt de vrouw het hem, bijna rechtstreeks. Dan zwijgt hij.

Zwijgen is een dubbelzinnige term in dit verband. Het tweede deel is namelijk gestileerd als een stomme film, met de spaarzame dialogen gevat op tussentitels. Het was de oplossing voor een probleem, zei Hou daarover. In 1911 spraken de Chinezen een andere vorm van Mandarijn. De tijd om die aan zijn hoofdrolspelers te leren, was er niet en daarom koos Hou liever voor tussentitels in de juiste taal. Er is wel geluid, rinkelende theekopjes, een smartelijk lied van de courtisane.

In dit deel zit een scène die typerend is voor de stijl van Hou. De man en de vrouw zitten in een boudoir. Hij praat en zij luistert. Hij praat over politiek en zij glimlacht. Ineens strekt ze haar arm uit naar zijn wang. We zien niet wat haar hand doet, die gaat achter zijn gezicht schuil. Aait ze hem? Strijkt ze een haarlok weg?

Het is een liefdevol gebaar, geen twijfel aan. Ze knijpt haar oogleden even toe in een gebaar van 'het is goed'. En ze lacht anders dan daarvoor en daarna. Hoe leg je dat uit? Hier lacht ze liefdevol. Daarvoor en daarna lachte ze professioneel, omdat het nu eenmaal haar beroep is mannen in haar kamer te behagen.

In de fysieke kenmerken van haar lach - de krul die haar mond maakt, de kuiltjes in haar wangen, de rimpeltjes bij haar ogen - is eerlijk gezegd geen verschil te zien met de professionele lach. En toch is deze lach echt, is deze van de vrouw en niet van de courtisane.

Wat Hou met de sfeer in zijn scènes overbrengt, is niet meer dan een suggestie voor interpretatie. Dat hij bij zoveel ongrijpbaarheid zo trefzeker is, zegt alles over zijn meesterschap. Heel losjes verbindt hij de episodes, door de muziek, door de rustige sensualiteit van de camerabewegingen, maar ook door motieven (lamplicht, post) te laten terugkeren.

Het derde deel speelt zich af in de moderne tijd, in een moderne stad in neonwit en staalblauw. Hier is de liefde het ellendigst en het hardst. Alleen in deze tijd wordt gevreeën, maar het gevoel uit de eerdere episoden is afwezig. Het is Hou in internationale kritieken verweten dat hij het paar in zulk schril licht zet. Maar dat is precies wat hij wilde; hoe kun je hem dan verwijten dat hij slaagt?

Three Times.

(Zui hao de shi guang).

film

Regie: Hou Hsiao-hsien. Met: Shu Qi, Chang Chen. In: Filmmuseum, Amsterdam; Filmhuis, Den Haag; Lux, Nijmegen; 't Hoogt, Utrecht.

    • Bas Blokker