Hoeveel straling kreeg Isajev?

Na de officiële herdenking dronk Vera Toptoenova gisteren wodka bij het graf van haar zoon, die drie weken na de ramp in Tsjernobyl, 20 jaar geleden, overleed.

De soldaten met oranje baretten zijn in ganzenpas het Mitinskoje kerkhof opgemarcheerd, de kransen zijn gelegd. De klokken hebben geluid en het Russische volkslied heeft tweemaal geklonken. Minister Kirijenko van Atoomenergie heeft gezworen: 'nooit meer Tsjernobyl.' De meeste camera's zijn ingepakt.

Baboesjka Vera Toptoenova is weer alleen met haar familie om op haar manier de kernramp van 26 april 1986 te herdenken. Met een dodenmaal naast het bronzen gelaat van haar enige zoon Leonid, omkranst met anjers. Leonid had dienst die nacht, in de controlekamer van reactor nummer vier. Hij drukte op de noodknop om controlestaven in de door een experiment oververhit geraakte reactor te laten zakken. Collega's redden hem uit het puin: drijfnat, vuil en onder de stoomwonden. Reactor nummer vier spuwde al zijn dodelijke radioactieve lading over Europa uit, een lichtbundel van geïoniseerde deeltjes die als een laserstraal de hemel in priemde.

Leonid Toptoenov staat bekend als de 'onervaren operator' die vlak voor het experiment te veel controlestaven uit de reactor tilde en ontdekte dat ze in de onveilige RBMK-reactors veel te traag terugzakten toen hij op de noodknop drukte. Moeder Vera zag hem terug in een ziekenhuis in Moskou, waar hij drie weken na dato stierf. Leonid was kaal, zijn zwarte huid lubberde aan zijn vlees. 'Het is mijn schuld niet, moeder. Ik heb de regels gevolgd', zei hij op zijn sterfbed. Vera biedt ons wodka aan, om op haar zoon te drinken. 'Mijn man is ziek, straks ben ik alleen', zegt ze.

Gisteren werd in Oekraïne, Wit-Rusland en Rusland de Tsjernobylramp met groot ceremonieel herdacht. Dat gebeurt tegen de achtergrond van een fel debat over de werkelijke schade, het werkelijke aantal slachtoffers. Vierduizend doden, vatte het Internationaal Atoomagentschap vorig jaar de wetenschappelijke consensus van het Tsjernobylforum samen. Maar dat is slechts de ondergrens: de bovengrens is negenduizend, misschien zelfs zestienduizend doden. Greenpeace schatte onlangs het aantal doden zelfs op 93.000.

De statistieken irriteren de liquidators die zich verzamelen op Moskouse begraafplaats Mitinskoje. Hier liggen de onbetwiste doden: personeel dat na de ramp aan stralingsziekte bezweek. De liquidators willen dat hún oorlog en hún heroïek niet vergeten wordt. Want, als in elke oorlog, kun je bij elke dode tien invaliden en tientallen trauma's optellen.

Valeri Isajev (65) was voorman van een werkbrigade die beton stortte over de ruïne van reactor nummer vier: de sarcofaag. Hij werkte van juli tot september, leed aan milde stralingsziekte, was 'bruiner dan een fotomodel' en onderging sinds 1986 21 operaties aan lever, hart en gewrichten. 'Maar ik leef en de jongens van mijn brigade ook. Wij gaan straks drinken, zoals elk jaar.'

Isajev moest vechten voor zijn invalidenpensioen en zijn ligoti, de privileges die het dankbare moederland hem toekende, zoals gratis medicijnen, telefoon, huisvesting, auto's, vakanties en datsja's. De Russische autoriteiten voegden daar een lange lijst ziekten aan toe die compensatie verdienden.

Maar het aantal Tsjernobyl-slachtoffers steeg in de jaren negentig razendsnel. Dus slonk het hulppakket. Eerst werden militairen uitgesloten. Toen het Constitutionele Hof dat verbood, kromp de lijst van ziekten die aan Tsjernobyl vielen toe te schrijven, evenals het aantal privileges: in 2004 werden die van 25 naar 10 teruggebracht. Veel liquidators raakten verwikkeld in lange juridische schermutselingen. Valeri Isajev kreeg naar eigen zeggen de eerste Tsjernobyl-invalidepas, rechtstreeks uit handen van de minister van Atoomenergie. Hij knoopt graag zijn overhemd open om de littekens te tonen die kriskras over borstkas en buik lopen. Ook hij stond meermalen voor de rechter, en won. Zijn invalidenpensioen is ruim driehonderd euro, royaal voor Russische begrippen. Hij heeft gratis telefoon en de staat betaalde zijn operaties, ook die in Duitsland en Israël.

Isajev klaagt niet, hij haalt liever herinneringen op. Hoe zijn bouwbrigade dagelijks in een met lood betimmerde truck naar de kerncentrale reed, langs bermen die met vloeibaar rubber waren besproeid tegen het opwaaien van radioactief stof. Het morsdode, vuurrode sparrenbos, het veld rogge waarvan de helft normaal was en de andere helft tweemaal zo hoog, maar zonder rogge. Zand en klei op de gloeiende reactor die tot troebel glas was versmolten. Hoe hij huilde toen zijn prachtige Duitse machine al na een week de geest gaf. Hoeveel straling Isajev incasseerde? Geen idee, zijn brigade gooide de dosimeters weg.

Pope Fjodor weet het wel: 59 Röntgen. Hij woonde in 1986 met zijn vrouw en vijfjarige dochter in Pripjat, vlakbij de centrale. Hij was een lasser en werkte wekenlang in de nauwe kruipruimtes onder de centrale om pijpen en boilers van het gehavende koelwatersysteem te lassen. Fjodor viel dertig kilo af, maar herstelde. Toen het werk erop zat, meldde hij zich bij de Petsjerski Lavra, het oeroude klooster en grottengewelf in Kiev. 'Ik was een communist, maar in 1986 begreep ik dat je nooit weet wat morgen gebeurt. En dat is het grootste geschenk dat God ons kon geven.'

    • Coen van Zwol