het beeld

In zekere zin is de documentaireserie Sporen uit het oosten boven kritiek verheven. In dertien delen van een uur reist maker Rob Hof, voornamelijk per trein, door 23 Aziatische landen, spreekt met mensen die hij onderweg tegenkomt en laat cameraman Willem van der Linde impressies van land en volk vastleggen.

Het tempo van de serie is traag en onttrekt zich aan de gangbare opvattingen, ook bij de publieke omroep, over hoe je kijkers aan je dient te binden. Vergelijk Sporen uit het oosten maar eens met de in deze zelfde periode uitgezonden serie In het spoor van Peking Express (Net5), waarin bekende Nederlanders gesponsord door reisbureaus langs toeristische attracties hoppen. Lekker muziekje erachter, beetje lachen om culturele misverstanden, informatieblokje over de door de spotgoedkope levensstandaard gecompenseerde kosten van een retourtje Phnom Penh, en hup: dat is Azië voor jou!

In die context is Rob Hofs slow television per definitie een verademing. Kosten noch moeite lijken gespaard in een gemeenschappelijke krachtsinspanning van vijf levensbeschouwelijke zendgemachtigden gerelateerd aan religies die in Azië zijn aan te treffen: de Boeddhistische Omroep, de Nederlandse Moslim Omroep, Organisatie Hindoe Media, Joodse Omroep en de Nederlandse Christelijke Radio Vereniging (NCRV). Ook kapitaalkrachtige organisaties op het terrein van de ontwikkelingssamenwerking (NCDO, Stichting Doen) bliezen in de bus.

De belangen van al die clubs klinken soms iets te opzichtig door in de onderwerpkeuze. Er is ook om journalistieke redenen wel iets te zeggen voor aandacht voor een orthodoxe rabbijn die zending verricht onder de talloze Israëlische rugzaktoeristen in Bangkok, voor de moslimminderheden in Cambodja en Zuid-Thailand of een boeddhistische wonderdokter met twee vrouwen in Maleisië. In dat land, voor 53 procent islamitisch en een forse smeltkroes van geloven en etnische culturen, belandden we gisteren in deel vier. Het was de eerste aflevering waarin veel geïnterviewden Engels spraken en Hof duidelijker bij zijn selectie leek te sturen in de richting van een bepaalde visie. Die luidt dat de religieuze bevlogenheid van veel Aziaten hen behoedt voor verdergaande amerikanisering en materialisme, en dat hun trots ons weer zou kunnen inspireren.

Hof, een veteraan die eerder in Afrika en Zuid-Amerika emancipatie en solidariteit filmde, ging in Kuala Lumpur zo ver om ex-premier Mahathir de lof te laten zingen van zijn eigen, op economische groei gerichte beleid. Ook al worden zijn uitspraken ingeleid met beelden van hem aan het stuur van een Maleisische raceauto, de Proton, het blijft op z'n minst een trendbreuk met rijst etende passagiers en pittoreske conducteurs in eerdere afleveringen. Sterker nog: het riekt een beetje naar propaganda.

Belangrijker bezwaar dan de nobele bedoelingen van Sporen uit het oosten vind ik dat slow nogal eens ontaardt in sloom en braaf. Niet alleen omdat de prestigeserie pas rond middernacht vertoond wordt, val je er soms bijna bij in slaap. De selectie van Hofs gesprekspartners en zijn beelden doen een beetje vormloos en willekeurig aan, voorzover het niet om het geloof gaat. Het resultaat is respectabel, maar niet goed genoeg.

    • Hans Beerekamp