'Groot offensief tegen Birmese Karen'

Het militaire regime in Birma voert momenteel het grootste offensief in bijna tien jaar uit. Volgens een rapport van de hulporganisatie Free Burma Rangers zijn ruim 11.000 etnische Karen op de vlucht geslagen.

De aanvallen op de Karen zouden worden gekenmerkt door martelingen, willekeurige executies en het platbranden van dorpen. 'Als [de militairen] burgers op hun weg tegenkomen, schieten ze op hen', aldus het rapport. Als voorbeeld noemt het rapport een man die met zijn moeder op zijn rug een heuvel opklom in de vlucht uit zijn dorp. Beiden werden van dichtbij doodgeschoten.

De Karen National Union (KNU) is de grootste etnische beweging die zich nog verzet tegen het bewind, dat in 1962 werd gevestigd. Het laatste grote offensief van het leger tegen de KNU was in 1997.

De regering heeft ontkend dat er een offensief gaande is, maar 'er zijn wel veiligheidsmaatregelen getroffen en er worden opruimoperaties uitgevoerd in enkele gebieden waar [KNU-]terroristen zich vermoedelijk schuilhouden', zei minister van Informatie generaal Kyaw Hsan deze maand.

KNU-secretaris-generaal Mahnshar Laphan vermoedt dat de aanvallen verband houden met de recente verhuizing van de regering naar het noordelijker gelegen Pyinmana. Volgens hem wil de regering geen KNU in de buurt van het nieuwe hoofdkwartier.

Leden van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden hebben het geweld veroordeeld. De Democraat Tom Lantos sprak van een 'dodelijke escalatie van wat al een van de ernstigste humanitaire rampen in de wereld was'. Hij riep de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties op een bindende resolutie aan te nemen om een einde aan het geweld te maken. Afgelopen december waren pogingen daartoe van de Amerikaanse VN-ambassadeur John Bolton mislukt.