'Gebrek aan kennis bij ambtenaren'

De inhoudelijke kennis van het ambtelijke apparaat op departementen wordt minder. Daardoor neemt de rol van de overheid als inhoudelijk gesprekspartner af.

Dit heeft onder meer tot gevolg dat een instantie als Rijkswaterstaat nauwelijks meer kan optreden als zelfbewust en deskundig opdrachtgever. Dat schrijft vice-president Herman Tjeenk Willink van de Raad van State in het vanochtend gepresenteerde jaarverslag van de raad.

Het ambtelijk apparaat kampt vooral met een gebrekkig collectief geheugen. Dat komt door het mobiliteitsbeleid voor hoge ambtenaren, de vervroegde uitstroom van oudere ambtenaren en het afstoten van uitvoerende taken. 'Door verzelfstandiging en privatisering van uitvoerende diensten en het uitbesteden van steeds meer taken, is de inhoudelijke deskundigheid binnen departementen sterk verminderd.'

Dat gebrekkige collectieve geheugen speelt volgens Tjeenk Willink ook Tweede-Kamerleden en Haagse journalisten parten. 'Tijd voor reflectie wordt nauwelijks gegund. De betekenis van Europa wordt ondergewaardeerd.' Maar vooral in het ambtelijk apparaat zijn de gevolgen merkbaar. 'De overheid is naar veler oordeel op verschillende beleidsterreinen geen inhoudelijk gesprekspartner meer. Wie als inhoudelijk deskundig ambtenaar verder wil komen, moet manager worden, zichzelf privatiseren of vervroegd uittreden.'

Overheidsbureaucratie heeft een eigen dynamiek, aldus Tjeenk Willink. Het miskennen daarvan blijkt volgens hem uit de gedachte dat ambtenaren gewone werknemers zijn en dat de ambtelijke status wel kan worden afgeschaft. 'Het is de vraag of buschauffeurs een ambtelijke status moeten hebben', zei hij vanochtend in een toelichting. 'Maar dat geldt wel voor ambtenaren die onder ministeriële verantwoordelijkheid werken.'

Ook politici worden beperkt in hun controlerende en wetgevende taak, omdat Tweede-Kamerleden in de uitoefening van die functies afhankelijk zijn van wat de regering aanlevert, de coalitie vraagt en de media eisen.