'De vormen ontstaan vanzelf'

Beeldhouwer Dré Wapenaar maakt tenten om te baren, te sterven en te denken. Rond het Rotterdamse Chabot Museum staat een aantal opgesteld.

In en rond de witte jaren dertig villa van het Chabot Museum in Rotterdam toont beeldhouwer Dré Wapenaar sculpturen van ijzer, hout en tentdoek. Hij is zich de afgelopen twintig jaar in zijn werk steeds meer gaan bezighouden met maatschappelijke thema's. 'Sculptuur is voor mij de confrontatie met de menselijke maat.'

Dré Wapenaar (1961) werd bekend met tenten voor allerlei situaties. Van gewoon slapen op een camping, maar dan wel in groepsverband of hangend aan een boom, tot tenten om in te rouwen of te baren. Het begon meer dan tien jaar geleden met een bungalowtent rond twee veldbedjes in een half doorzichtige binnentent. Wapenaar: 'Je kon je in de galerie afzonderen op die bedjes, maar andere bezoekers konden wel om de binnentent heen lopen. Het gedraai en gekeer van mensen vind ik prachtig als beeldhouwer.'

De tentoonstelling hoort bij de Chabotprijs voor Rotterdamse kunstenaars die hij in november 2005 won. Omdat het Chabot Museum niet zo groot is, ontstond het idee om de buren erbij te betrekken. Van Lanschot Bank, museum Boijmans Van Beuningen en het Parkhotel doen mee. In de tuinen van andere villa's in het Museumpark hangen mini-exemplaren van Wapenaars boomtent. Op ware grootte deed de tent in 2005 mee aan de expositie Safe in het New Yorkse MoMA. In het Nederlands Architectuur Instituut aan de overkant van de straat had hij nu graag zijn begrafenistent Dodenbivak (2002) opgesteld, maar de toestemming kwam niet op tijd.

'Hij mist nu wel, want het is de tegenhanger van mijn Baartent', zegt Wapenaar. Die Baartent (2003) staat bij Boijmans in een binnentuin. Het is een zes meter hoge bol van buizen en oranje tentdoek op poten als een maanlander. Wie via het trapje door de opening naar binnen gaat, komt bij een rond, houten zwembadje. Van boven is de bol open, zodat je de lucht kunt zien. Het centrale bad is gemaakt van gelakt hout dat zich als glooiende zonnestralen langzaam vanuit het middelpunt verbreedt. Het water biedt ruimte aan een barende vrouw en iemand die haar steunt. 'Op de bankjes langs de rand kunnen artsen, vrienden en familie plaatsnemen', zegt Wapenaar. 'De tent is mijn voorstel voor een manier van het beleven van het baren.'

Hij maakte ook tenten rond minder ingrijpende momenten als koffiedrinken, het lezen van de krant en douchen. Indrukwekkend is zijn Viervleugelpaviljoen (2004), dat hij speciaal voor de uitvoering van Simeon ten Holts composities voor vier vleugels maakte. In de hoeken zitten de vier pianisten, die elkaar alleen kunnen zien via hoge, ronde projectieschermen. Tussen de muzikanten is ruimte voor tweehonderd man publiek. Wapenaar stond er al twee keer mee op festival Boulevard in Den Bosch en wil hem nu vaker gebruiken.

Voor een school in Panningen maakte hij Hang-, zoen- en rookplek (2002). Een constructie van met tentdoek overkapte cirkelvormige zitjes, van grote voor groepjes scholieren, tot eentje waar je hoogstens knus met zijn tweeën kunt zitten. 'Mijn werk is vaak een studie naar hoe mensen reageren. Het beeld zelf interesseert me geen moer. De vormen ontstaan vanzelf. Ging het me vroeger om de omloopbaarheid van de sculpturen, nu gaat het om de omloopbaarheid van elkaar. Maar ik zoek daarbij altijd een soort van grappigheid. Ik wil vat krijgen op hoe mensen functioneren. We zitten in een maatschappij die zich vernieuwt. Je moet op zoek naar gezamenlijke afspraken en ik onderzoek hoe we het zouden kunnen doen. En hoe zich dat tot onze individualiteit verhoudt. Belangrijk is dat de mensen vrij zijn in hun keuzen. Soms lijk ik misschien moraliserend, maar zo is het allerminst bedoeld. Het is meer een 'hé jongens, zijn we niet iets vergeten?''

Wapenaar heeft vorig jaar het Paviljoen van de Leegte gemaakt, een tempelachtige, open constructie van hout met in de wind wapperende blauwe banieren. Dat bouwwerk is volgens hem functieloos. 'Maar als mentale ruimte is het weer wel functioneel.' Met religie heeft het niets te maken. 'Ik wil het ook geen plek om te mediteren noemen, maar het is een definitie van de mentale ruimte die we nodig hebben. Ik probeer de dingen opnieuw te definiëren. Ik ben begonnen met baren en sterven en vorm nu een aantal ruimtes daartussen in.'

Zoals geboorte en dood tegenpolen zijn, heeft Wapenaar ook van het Paviljoen van de Leegte onlangs een antipode gemaakt: het Houthakkerspaviljoen, te zien in bij galerie Lia Rumma in Milaan. 'Ik stel fysieke opslag tegenover mentale.'

    • Dirk Limburg