'De baas is hier echt de baas'

Michiel van Cranenburgh (39) kwam drie jaar geleden met zijn gezin naar Milaan. Hij moest voor de joint venture van ABN Amro en Antonveneta het private banking voor rijke particulieren uitbreiden.

Michiel van Cranenburgh werkt voor ABN Amro in Milaan. Hij is in het bijzonder belast met uitbreiding van private banking voor rijke particulieren. (Foto Bas Mesters) Mesters, Bas

Het was nog voor de turbulente zomer van 2005, toen ABN Amro verwikkeld raakte in de felle overnamestrijd om Antonveneta. 'Een strijd', aldus Van Cranenburgh, 'waar we uiteindelijk winnend uitkwamen door ons precies aan de regels te houden. Daardoor is het vertrouwen in ons enorm gestegen.'

Van Cranenburgh heeft werkervaring in Nederland, de Verenigde Staten en Zuid-Amerika, maar nergens trof hij zoveel hiërarchie aan als in Italië. 'De baas is echt de baas en hoort zich zo te gedragen. Ik heb geprobeerd om medewerkers bij de besluitvorming te betrekken en hun meningen te peilen, maar na een jaar zeiden ze: 'Voor mij hoef je niet zo democratisch te zijn. Zeg maar gewoon wat je wilt'. Je dwingt hier als baas geen respect af als je alleen maar consultatief opereert.'

Ook leeftijd speelt een belangrijke rol in de organisatie, meer dan deskundigheid of kennis. 'In Nederland luisteren medewerkers van vijftig naar een jongen van 28 als die op een deelterrein veel kennis heeft. Hier niet. De oudste en langst zittende drukt een grote stempel op de gang van zaken.'

Men is heel formeel in de omgang. 'In Italië kunnen personen 20 jaar elkaars naaste medewerker zijn en elkaar toch al die tijd dottore blijven noemen. Dat is een teken van wederzijds respect.'

Samenwerking is iets wat Italianen niet komt aanwaaien. 'In Nederland zoek je bij een deal een win-win-situatie. Jij verkoopt schoenen, ik vind ze mooi, allebei blij. Bij Italianen speelt wantrouwen een grote rol. Er moet eerst een sterke band worden gesmeed, wil men het gevoel krijgen dat er daadwerkelijk voor allebei voordelen te behalen zijn.'

'Ik merk dat in gesprekken met de vele kleine familiebedrijven hier. Aantrekken van vreemde mensen of vreemd kapitaal wil men niet. Als de omzet groeit en er extra werknemers nodig zijn, wordt de neef ingezet. Zijn de familieleden op, dan blijft men liever klein dan te vertouwen op een buitenstaander. Naar de beurs gaan om de kapitaalbasis te verbreden, is ook een enorme drempel. Men houdt het liever binnen de familie.'

Opvallend is dat Italianen werk en privé veel meer scheiden dan Nederlanders. 'Bedrijfsuitjes bestaan bijna niet, gezellig een borrel na het werk evenmin. Zoiets doe je met je vrienden. Maar mensen zijn veel trouwer aan een bedrijf, omdat de sociale zekerheid niet zo is ontwikkeld. Als een jonge medewerker vastloopt, blijft hij toch. Zijn ouders zeggen dan: 'Je werkt bij een goede bank, je bent gek als je weg gaat'. Deeltijdwerk is onbespreekbaar. Als iemand het lef heeft daarom te vragen, is het afgelopen met zijn carrière.'

Toch valt er voor Nederlanders ook nog heel wat van Italianen te leren. 'Italianen kunnen beter improviseren. Ze zijn flexibeler. Nederlanders staan erop dat men werkt volgens de uitgestippelde visie plaatsvindt. Het proces is heel belangrijk. Italianen kost het weinig moeite om als driekwart van het werk is gedaan roer om te gooien en iets heel anders te gaan doen als dat op dat moment beter is. Italianen zijn hierdoor beter in het oplossen van problemen.'

    • Bas Mesters