C&A zal met zijn kleding nooit vooroplopen

Kledingbedrijf C&A maakte deze week voor het eerst financiële resultaten bekend. Met een modeshow en tachtig eigen ontwerpers wil het af van zijn oude imago.

Vroeger had C&A-kleding „het nét niet”, erkent het bedrijf. Met een modeshow in Essen wilde C&A gisteren tonen dat dat verandert. Foto C&A C&A

Het blijft wennen: openheid bij C&A. Ter viering van de opening van de duizendste winkel besloot het kledingbedrijf een kijkje te gunnen in de keuken. Op vraag wie de bestuursvoorzitter eigenlijk is van dit miljardenconcern, werd verteld dat dat toch niet zo belangrijk is. Uiteindelijk kwam het hoge woord eruit: topman is Lucas Brenninkmeijer (46).

Lucas is de vijfde generatie van de Brenninkmeijers die C&A leidt.

De letters in het logo zijn afgeleid van Clemens en August Brenninkmeijer, die in 1841 in Nederland C&A oprichtten. De eerste winkel werd geopend in Sneek. Toen de onderneming in 1911 tien vestigingen had, besloten de broers te expanderen naar Duitsland. C&A is altijd een familiebedrijf geweest en de Brenninkmeijers hebben publiciteit altijd geschuwd.

Bij de presentatie van het bedrijf in het Duitse Essen is niemand van de familie aanwezig. 'Dat zijn ze bij een eventuele volgende keer ook niet', zei een woordvoerder. 'Brenninkmeijers hechten aan privacy. Dat heeft mogelijk te maken met angst voor kidnapping. De belangstelling van de media voor de familie zou de aandacht afleiden van wat we zeggen over ons bedrijf en mode.'

De familie Brenninkmeijer is steenrijk. Zo'n vijftien familieleden hebben drie jaar geleden hun belangen in C&A en in een participatiemaatschappij ondergebracht in de Zwitserse holding Cofra.

De afgelopen jaren werd wel íéts duidelijk over C&A. De Duitse wet gebiedt onder andere jaarlijks de omzet en winst die in Duitsland werd behaald te publiceren. Maar Duitsland is weliswaar de belangrijkste markt voor C&A, het concern heeft nog in elf andere landen vestigingen. Nu maakt het concern een einde aan de geheimzinnigheid. Het bedrijf publiceerde de omzet per land en de omzetstijging die vorig jaar werd geboekt. Een communicatiefout zorgde ervoor dat behalve de omzet in Europa (5,2 miljard euro) ook een nauwkeurige schatting werd gegeven van de winst over 2005: ruim 0,5 miljard euro.

Reden de publiciteit te zoeken is dat C&A meer contact wil met de maatschappij. 'Als groot modebedrijf willen we ons niet blijven verbergen', zei een medewerker. Wat meespeelt, is dat het goed gaat met het bedrijf. Hoewel de kledingverkoop als geheel vorig jaar stabiel bleef, verkocht C&A in Europa 8,5 procent meer. Zonder de honderd nieuwe winkels mee te rekenen, resteerde 1,5 procent groei. Overal won het bedrijf marktaandeel.

C&A komt uit een diep dal. In de jaren negentig maakte het strategische fouten. De leiding onderschatte de opkomst van concurrenten H&M, Zara, WE en Mexx. C&A-klanten zagen de collecties twee of drie keer per jaar wisselen. Bij H&M en Zara hing er elke week iets anders in de rekken. Om kosten te besparen voerde C&A een centraal inkoopsysteem in, waardoor in alle winkels dezelfde kleding, stijlen, kleuren en maten hingen. Ondanks dat Europeanen daarin op essentiële punten verschillen.

Acht jaar geleden kwam C&A in enkele belangrijke landen in de rode cijfers terecht, onder andere in Nederland en Duitsland. Erger was de situatie in Engeland en de Verenigde Staten, zodat het bedrijf besloot zich terug te trekken uit beide landen. 'De concurrentie was te heftig', vertelde bestuurder Andreas Seitz. 'We moesten weg om de rest van het concern veilig te stellen.'

De kledingmarkt blijft moeilijk. 'Ik verwacht de komende jaren op zijn best een gelijkblijvende omzet voor mode', zei Seitz. Hij voorziet meer groei in Oost-Europa, Turkije en Rusland dan in West-Europa.

C&A denkt inmiddels een antwoord te hebben gevonden op de concurrentie. Sinds 2001 maakt het bedrijf weer winst. Dat komt volgens bestuurder Birgit Gebauer (verantwoordelijk voor winkelconcept, vrouwenmode en schoenen) omdat C&A zijn oorsprong heeft teruggevonden: hoge kwaliteit voor een lage prijs. Het bedrijf richt zich vooral op gezinnen met kinderen tot twaalf jaar en de lage en middeninkomens, zei ze.

Het bedrijf heeft ook een paar inhaalslagen gemaakt die de kleding meer bij de tijd maken. C&A heeft tachtig ontwerpers in dienst en het eenzijdige inkoopsysteem is flink bijgesteld. De helft van de productie kan zes tot negen weken voordat die in de winkel ligt worden ingetrokken of worden veranderd in een iets andere snit of een andere kleur.

Deze methode komt dicht bij de fast fashion die H&M en Zara succesvol maken: verrassing, snelheid en snel inspringen op modetrends. 'We lopen niet meer achter', zei Gebauer. Vroeger had C&A-mode 'het nét niet', erkende ze. Maar C&A blijft wel C&A: 'We zullen ook nooit vooroplopen.'