Blij met de expat in de stad

Veel internationale werknemers voelen zich niet thuis in Nederland. De gemeente Den Haag heeft daarom een welkomst-programma voor expats.

Watch out! Ze probeert nog opzij te springen, maar het is al te laat. Een deelneemster aan de wandeling die de gemeente Den Haag organiseert voor nieuwe expats wordt voor de Britse ambassade op het Lange Voorhout door een fietser in de kuiten gereden. Enige schade: een vlek op de broek - door wat de gids al 'de liberale interpretatie van de verkeersregels door Nederlanders' noemde.

De wandeling - met een woord vooraf van de wethouder plus een filmpje, en afgesloten met bittergarnituur en een welkomstpakket - is het laatste initiatief in een reeks waarmee Den Haag zich als International City of Peace and Justice profileert.

Want de stad speelt mee in de 'Champions League' van steden die internationale organisaties huisvesten, zegt Willem Post. Hij is de baas van de Xpat-desk, een ruimte in het atrium van het stadhuis waar de stad 'in de sfeer van een huiskamer een beetje warmte biedt' aan expats. Samen met hun families gaat het om bijna 30.000 mensen. Ze komen daar met hun vragen over het leven in Nederland, twintig tot dertig per dag.

Een half jaar geleden bleek uit een enquête onder internationale werknemers dat veel van hen willen vertrekken. Gezondheidszorg, belastingen, verblijfsvergunningen, kinderopvang, huisvesting, het wantrouwen jegens vreemdelingen - het zijn zaken die in Nederland niet goed zijn. Een onderzoek van de gemeente bevestigde dat beeld en voegde daar nog kritiek op het uitgaansleven, het culturele aanbod en de kwaliteit van de openbare ruimte aan toe. Voor de stad een groot probleem, omdat veel klachten niet door de gemeente zijn op te lossen. Dus zoekt Den Haag andere manieren om de economisch zo belangrijke buitenlanders zich prettig te laten voelen.

Meer dan dertig expats kwamen deze week naar de eerste kennismakingsmiddag sinds de opening van de Xpat-desk, drie weken geleden. Ze komen uit landen als Japan, China, Pakistan, Rusland, Polen en Italië, en werken voor de meer dan tachtig internationale organisaties (ambassades en internationale bedrijven niet meegeteld) in Den Haag.

Tricia Sticco wandelt als eerste met haar man en haar baby in buggy binnen. Ze is twee dagen geleden aangekomen uit Houston, haar man (al twee maanden in Nederland) werkt voor Shell. Ze vond het bureau via de website www.denhaag.com, waar ze informatie vond over huisvesting, kinderopvang en scholen. Toen ze zag dat er ook een welkomstprogramma was, gaf ze zich meteen op. 'Door te weten wat er in een stad te vinden is, voel je je eerder thuis.'

Als zulke initiatieven er drie jaar geleden waren geweest, zegt Renée Tentori, zou een van haar vriendinnen misschien in Nederland zijn gebleven. Nu verhuist zij binnenkort met haar man naar Engeland. Ze voelde zich in de drie jaar dat ze in Den Haag woonde, nooit echt op haar plek. Tentori, zelf Australisch, is getrouwd met een Nederlander. Ze werkt als vrijwilliger bij Access, een organisatie van ongeveer honderd expats die lotgenoten helpt hun weg te vinden.

Op de balie van het informatiecentrum ligt voor de buitenlanders een Engelstalige factsheet klaar die alles uitlegt over preventief fouilleren in Den Haag. Als iedereen binnen is, vertelt Willem Post de expats trots over de Xpat-desk, over hoe bijzonder Den Haag is ('we hebben Mondriaan, Vermeer, Esscher, Wow!') over de plicht die de stad voelt om goed voor deze groep te zorgen. Als de wethouder die boodschap in zijn eigen woorden heeft herhaald en het filmpje is afgedraaid, kan de wandeling beginnen.

De route voert langs bekende locaties. Bij het torentje van de premier, het paleis van de koningin en het Binnenhof bejubelt de gids het gebrek aan beveiliging. Leuk vindt Peiling Chiang het wel, de wandeling. Maar wat de Taiwanese studente mist, is praktische informatie. Ze vindt het niet makkelijk hier. Dacht ze als toerist nog te maken te hebben met een schone, georganiseerde en internationale maatschappij, nu ziet ze langzame bureaucratie, slechte service, en een totaal niet op het Engels gerichte samenleving. Ze heeft problemen met haar verblijfsvergunning, wacht al weken op een internetaansluiting. 'In Taiwan bel je één keer, en heb je er binnen twee dagen een.'

Om te bewijzen dat hij Nigeriaan én Engelsman is, trekt Olufemi Elias twee paspoorten uit zijn binnenzak. Hij heeft zich vermaakt: 'It's great!'. Zelf denkt hij de praktische hulp niet nodig te hebben, hij vind zijn eigen weg wel. Maar het gevoel dat de stad blij is dat je er bent, dat is belangrijk.

Eigenlijk hoort Damira Kaziyeva uit Kazachstan hier niet, want ze is immigrant. Maar toen ze bij de balie het welkomstpakket kwam halen dat elke nieuwe inwoner krijgt, gaf ze zich meteen op voor de wandeling. 'Wij gaan echt niet vragen of iemand een echte expat is', zegt Post. Dus kon Kaziyeva met haar Nederlandse partner Tessel mee. Ze vertellen over hun problemen met visa en verblijfsvergunningen en de onbenaderbare IND. Daarom maakt het ook niet zo veel uit, denken ze, wat de stad voor de expats doet. Het geeft een fijn gevoel dát je aandacht krijgt. Kaziyeva: 'You get the feeling that people still care.'

    • Derk Stokmans