Woedende CIA-chef pakt lekken keihard aan

Nu steeds meer ongemakkelijke feiten over de oorlog tegen terreur bekend worden, zoekt de regering-Bush de oplossing in meer geheimhouding. Bekroonde journalisten staan onder druk, een CIA-medewerker is ontslagen.

Zij is een 61-jarige medewerkster van de CIA. Ze heeft er ruim twintig jaar gewerkt, op diverse hoge posten. Ze gaf in 2004 2.000 dollar aan de campagnekas van John Kerry, toen die het opnam tegen president George W. Bush. Sinds vorige week staat ze op straat: Mary McCarthy is, aldus de eerste berichten, na een test met een leugendetector ontmaskerd als de bron achter de onthulling, vorig najaar, dat de CIA geheime gevangenissen in Oost-Europa had.

Het is in veel opzichten een uitzonderlijke zaak. Maar één ding is al bereikt. In de ogen van conservatieve Amerikanen is nu bewezen wat ze al langer vermoedden: de CIA zit vol met linkse ambtenaren die proberen de regering-Bush onderuit te halen. “Toen we zeiden dat de CIA in oorlog is met het Witte Huis, hadden we meer gelijk dan we ons realiseerden'', zei de conservatieve radiopresentator Rush Limbaugh maandag.

Een andere invalshoek is ook mogelijk. Sceptici zeggen dat de regering wil voorkomen dat men verder in verlegenheid wordt gebracht door de “vuile' oorlog tegen terreur. Een agressieve aanpak van “lekkende' ambtenaren en de media is dan een vereiste: onderzoeksjournalisten laten geregeld doorschemeren dat nog maar een fractie bekend is van de wijze waarop de Amerikanen deze oorlog voeren.

Twee onthullingen van vorig najaar leidden tot de verharde aanpak van de regering-Bush. Het ging om het binnenslands afluisteren van mogelijke terreurverdachten zonder een toetsing door de rechter; en om de Oost-Europese CIA-gevangenissen met de daaraan gekoppelde praktijk van informele arrestaties en ontvoeringen (zogenoemde “renditions') overal ter wereld. Beide verhalen zijn vorige week beloond met een Pulitzerprijs.

Maar volgens de regering leidden ze tot een ernstige aantasting van de nationale veiligheid. Het bracht de Amerikanen ook in verlegenheid - vooral in het contact met bondgenoten in Europa.

En binnen de CIA-leiding was de woede over de artikelen zo groot dat directeur Porter Goss, benoemd door Bush, het Congres voorhield dat alleen een keiharde aanpak zal helpen. Hij wil dat de verslaggevers die de stukken schreven uiteindelijk onder ede worden gedwongen hun bronnen prijs te geven.

Zover is het nog niet. Maar uit berichten van de laatste dagen blijkt dat binnen de CIA een uitvoerig lekonderzoek is opgezet, geleid door Goss zelf. Ook zeer hoge medewerkers zijn onderworpen aan de leugendetector; het gedwongen vertrek van McCarthy komt eruit voort. Het is in de CIA nooit eerder voorgekomen dat een medewerker wegens lekken naar de media werd ontslagen, zegt Matthew M. Aid, een bekende onderzoeker naar inlichtingendiensten in Washington.

McCarthy werkte de laatste jaren op het bureau van de interne toezichthouder van de CIA, en zou zodoende over een schat van informatie over geheime CIA-operaties beschikken. Zij ontkent overigens vertrouwelijke informatie te hebben gelekt, hoewel ze contacten met journalisten heeft bevestigd.

Maar de harde aanpak van mensen als McCarthy heeft nadelen: het is voor de regering riskant een strafrechtelijk onderzoek tegen haar te beginnen, zegt Aid. “Ik zie al voor me dat ze zegt: “De toezichthouder van de CIA heeft geregeld wetsovertredingen gerapporteerd, de regering weigerde dit te onderzoeken, dus toen heb ik de media maar ingelicht.' Dan is in de publieke opinie in de kortste keren de regering de verdachte.''

Nog recentelijk bleek dat Bush zelf in 2003 opdracht gaf tot het selectief lekken uit een inlichtingenrapport om de betwiste casus belli voor de oorlog in Irak te verdedigen. Juridisch is hem dat niet na te dragen (volgens het Amerikaanse recht kan een president niet lekken, omdat hij bepaalt of iets geheim is) maar moreel ligt het ingewikkelder. “Hoe kan je medewerkers vervolgen voor gedrag dat de president zelf stimuleerde toen het hem uitkwam?“

Het ontslag van McCarthy, die toch al bekend had gemaakt dat ze de CIA zou verlaten, is volgens Aid vooral van symbolische betekenis. ,,Het broeit overal in de inlichtingendiensten'', zegt hij. Het beroep op nationale veiligheid, dat de regering steeds in stelling brengt, is steeds een alibi om slecht nieuws buiten de publiciteit te houden.

“Ik ken enkele mensen in het Pentagon die graag tegenover het Congres willen getuigen over illegale operaties. Ze hebben van de leiding te horen gekregen dat ze niet mogen. Wat moeten ze nu doen?“

Aid zelf bracht eind vorig jaar als bron van The New York Times aan het licht dat de regering ook is begonnen aan het opnieuw tot staatsgeheim verklaren van inlichtingendocumenten die eerder waren vrijgegeven. Hoewel het voor het merendeel gaat om documenten uit de jaren van de Koude Oorlog, nemen de media de zaak hoog op; vandaag komt een onderzoeksrapport uit.

Aid: “Deze regering verkeert in grote problemen. Het antwoord is zelden: we lossen het op. Of: we moeten het anders aanpakken. Het antwoord luidt meestal: dit had geheim moeten blijven. En nu deze houding zich ook blijkt uit te strekken tot de geschiedenis, groeit het besef dat deze regering echt te ver gaat.“

    • Tom-Jan Meeus