Weekje naar de nonnen

Internationaal opererende bedrijven eisen van personeel dat het zijn talen spreekt.

In de praktijk heb je meestal genoeg aan Engels, niemand vraagt nog Frans of Duits.

Zakenvlucht vanaf vliegveld Eelde. Nederlanders die voor hun werk naar het buitenland reizen, moeten hun talen spreken. Foto Sake Elzinga Nederland, Eelde (DR) , 18 -feb. -2004 Groningen Airport Eelde, zakenmensen ( van de NAM) nemen het vliegtuig van Eastern airways naar Aberdeen. Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

Op een doordeweekse ochtend in april landt een vliegtuigje vol Nederlandse mannen en een enkele vrouw in pak op London City Airport. De wielen raken amper de grond of de mobieltjes komen tevoorschijn. De zakenlieden bellen hun Britse collega's om door te geven dat de vlucht vertraagd is en ze on their way to the office zijn voor de eerste meeting. Hun Engels klinkt routineus, zonder de minste hapering.

Hoe kan het ook anders nu hoofdkantoor, collega's, klanten en toeleveranciers steeds vaker in het buitenland gevestigd zijn? Nederlandse bedrijven gaan de wereldmarkt op, worden overgenomen door Amerikaanse of Franse ondernemingen, of halen hun nieuwe directeur uit het buitenland. Wie in dit globaliseringsgeweld niet achterop wil raken, moet zijn talen spreken. Of in elk geval Engels.

“Voor functies op HBO- of universitair niveau is goed Engels inmiddels bijna een standaardvereiste“, zegt Marco Chaudron, manager bij wervings- en selectiebureau Vitae. De zin “een goede beheersing van Engels in woord en geschrift', die vaak in vacatures opduikt, behoeft wel nuancering. Want hoe goed is goed? Chaudron: “Dat verschilt per functie. Het scheelt nogal of je de taal nodig hebt omdat je klanten Engelstalig zijn of omdat je met je collega's in Italië, voor wie Engels ook een vreemde taal is, moet kunnen communiceren. Met dat laatste hebben de meeste kandidaten weinig problemen.“

Presentaties of zware onderhandelingen zijn echter een ander verhaal. Die leveren voor de meeste mensen in het Nederlands al stress op, laat staan als ze ook nog in het Engels moeten. Zeker als er ook nog native speakers aan de andere kant van de tafel zitten. Middelbare school-Engels schiet in die gevallen tekort. “Ons taalonderwijs sluit niet aan op de werkvloer“, zegt Annelies van Strien, trainingsmanager van Het Talencentrum. “De aanpak is minder passief dan vroeger, maar is nog altijd niet actief genoeg voor zakelijk gebruik. Bovendien zijn we onze voorsprong kwijt. Ook in het buitenland spreken ze hun talen steeds beter. De tijden dat Nederlanders zelfs met gebrekkig Engels imponeerden, zijn voorbij.“

Geen wonder dus dat taalscholen een groeiende stroom zakelijke cursisten verwelkomen. Het bestand van taalinstituut Regina Coeli - beter bekend als “de nonnen in Vught', hoewel er geen non meer les geeft - weerspiegelt die trend. Na eeuwenlang vooral de talen van fraters, adel en ambassadeurs te hebben bijgespijkerd, meldden zich enkele tientallen jaren geleden ook de eerste captains of industry in Vught. Tegenwoordig reizen managers uit alle lagen voor een drilcursus af naar het voormalige klooster in Brabant.

Ook Michel Klinge (41 jaar) heeft er net een intensieve week Engels gevolgd. “Mijn passieve Engels was wel goed, maar met spreken had ik moeite.“ In de tien uur durende lesdagen leerde hij presenteren en raakte hij thuis in juridische termen. Voor zijn werk als coördinator jonge ondernemingen bij de HBO-opleiding Kleinbedrijf en Retail kan hij die goed gebruiken. “Studenten willen met hun bedrijven de grens over of halen hun producten uit het buitenland. Daar moet ik ze bij kunnen begeleiden.“

Niet iedereen vindt dat het taalonderwijs op middelbare scholen onvoldoende houvast biedt op het werk. “Ik heb tien jaar Frans gehad“, zegt Edwin Putter (38), die voor zijn werk bij verffabrikant SPS dagelijks Frans spreekt. “Zes jaar op het VWO en vier jaar op de HEAO, daarmee red ik me prima.“ Maar hij is een uitzondering. “Bijna alles wat Frans is, komt bij mij terecht. Collega's verstijven als de telefoon gaat en er Frans klinkt aan de andere kant van de lijn.“

Werkgevers klagen dat vooral jonge werknemers nauwelijks nog Frans en Duits spreken. Taalinstituten moeten dat gebrek aan kennis van de grond af opbouwen. Het is de vraag of dat erg is. Voor het gros van internationaal opererende bedrijven is Engels de voertaal, ook in Europa.

Zo heeft de fusie tussen KLM en Air France er volgens een woordvoerder niet toe geleid dat de KLM'ers nu massaal Frans leren. “In de luchtvaart praat men Engels, ook met de Fransen.“ Dat er toch de nodige KLM-managers op Franse taalles zitten, is volgens hem een vrije keuze. “Na het zakendoen, 's avonds aan het diner, willen ze Frans kunnen praten. Dan kan tenminste één van de partijen zijn moedertaal spreken.“

Test je kennis van twintig talen (luisteren, lezen, gesprekken voeren, spreken en schrijven) op www.talen-centrum.nl

    • Marieke Jansz