VN leggen sancties op aan Soedanezen

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft een resolutie aangenomen die sancties oplegt aan vier Soedanezen die worden verdacht van oorlogsmisdaden in de Soedanese regio Darfur. Het is de eerste keer dat zulke straffen worden opgelegd in het conflict in Darfur.

Het gaat om twee rebellenleiders, een voormalige bevelhebber van de Soedanese luchtmacht en de leider van de Arabische militie Janjaweed, die strijdt aan de kant van de regering. Ze worden ervan verdacht de wreedheden in Darfur te hebben georganiseerd en uitgevoerd. De mannen krijgen een reisverbod en hun tegoeden worden bevroren. Waarnemers zeggen echter dat het moeilijk wordt de maatregelen daadwerkelijk uit te voeren.

China en Rusland waren in eerste instantie tegen de sancties. Uiteindelijk weerhielden ze zich van stemming in plaats van hun veto uit te spreken en daarmee de sancties te blokkeren. Ook Qatar weerhield zich van stemming, wegens gebrek aan bewijs.

Diplomaten van Frankrijk, de Verenigde Staten en Groot-Brittannië omschreven de sancties als een nieuw middel om druk uit te oefenen op de strijdende partijen in het conflict. De Soedanese regering en de rebellen onderhandelen in de Nigeriaanse hoofdstad Abuja al twee jaar over een vredesakkoord.

Het conflict in Darfur begon toen twee rebellengroepen uit de regio begin 2003 de wapens opnamen tegen de door Arabieren gedomineerde centrale regering. Khartoum reageerde door de Arabische militie Janjaweed te bewapenen om de rebellen te verslaan. In de daaropvolgende campagne van moorden, verkrachten, plunderen zijn tienduizenden mensen omgekomen. Ruim twee miljoen mensen zijn gevlucht en in kampen terecht gekomen in Darfur en in buurland Tsjaad. (AP, Reuters)