Van Hoof komt Kamer tegemoet over Polen

Ook na 1 mei zal het voor werknemers uit Oost-Europa lastig blijven om in Nederland te komen werken. Staatssceretaris Van Hoof (Sociale Zaken, VVD) wil hen alleen toelaten in sectoren waar personeelstekorten bestaan, schreef hij gisteren in een brief aan de Tweede Kamer.

In de huidige situatie moeten werknemers uit de nieuwe Oost-Europese lidstaten een vergunning aanvragen om hier te kunnen werken. Aanvankelijk wilde het kabinet dat de grenzen voor werknemers vanaf 1 mei, precies twee jaar na de oostwaartse EU-uitbreiding, helemaal open zouden gaan. Maar de staatssecretaris heeft onder druk van de Tweede Kamer de afgelopen weken zijn plannen daartoe verschillende keren moeten bijstellen.

Van Hoof stelt nu voor vanaf 1 mei per sector of beroep te beslissen of werknemers uit de nieuwe Oost-Europese lidstaten worden toegelaten. Criteria hierbij zullen zijn: het aantal werklozen, het aantal vacatures en het aantal werkvergunningen dat wordt afgegeven in een sector. Ook zal hij daarover steeds overleggen met vakbonden en werkgevers.

Met het nieuwe voorstel willigt Van Hoof de eisen in die de fracties van CDA en PvdA hadden gesteld aan een procedure voor het openen van de grenzen. Tweede-Kamerlid Van Hijum (CDA) is “behoorlijk tevreden“ en zegt dat hij behoudens “puntjes op de i“ zal instemmen. Hij wil bij een debat over het voorstel later deze week nog een motie indienen om de pakkans voor illegale arbeid te vergroten.

Zijn collega Bussemaker (PvdA) is ook tevreden: “Van Hoof heeft naar ons geluisterd. We zijn mijlen verwijderd van waar we eerst waren.“