Sarah Lucas' high art lijdt aan te grote letterlijkheid

Ze is een stoere bitch, Sarah Lucas, met een androgyne uitstraling, gekleed als een man in spijkerbroek en jasje van corduroy. Zij voert een cynische parodie van vrouwelijkheid op, poserend met spiegeleieren op haar T-shirt op de plaats van haar borsten. De kunst van Lucas (Londen, 1962), één van de bekendste Young British Artists (YBA's), is nadrukkelijk van de straat. Ze ironiseert de mannelijke blik die de vrouw tot erotisch object maakt en die zo'n belangrijke rol speelt in de geschiedenis van de westerse kunst. Dat maakt haar werk verwant aan dat van die andere YBA, Tracey Emin. Alleen ontbreekt in het werk van Lucas het poëtische van Emin. Het is hard en volkomen banaal.

Sarah Lucas: ‘Christ, you know it ain’t easy’ 2003, fiberglas, sigaretten, 150 x 190 cm

De tentoonstelling in De Hallen in Haarlem staat in het teken van de “vanitas-symboliek'. Het menselijk bestaan is leeg, is de boodschap. Alles is ijdelheid. Zo is er een grote computerprint van een zelfportret met een schedel tussen haar opgetrokken benen. Ook beplakte Lucas een Christus van fiberglass aan het Kruis met sigaretten, evenals een klein beeldje van een cupido en een zelfportret. De sigaretten doen deze cultuursymbolen in rook opgaan. Het idee is duidelijk, maar levert niet per se interessante beelden op.

Het werk van Lucas lijdt aan een te grote letterlijkheid. Wie de onderdelen benoemt, beschrijft tegelijk de betekenis ervan. Niet meer en niet minder. Zoals een sculptuur, getiteld Testosterone and Martyrdom, bestaande uit een rol prikkeldraad, in beton afgegoten vrouwenschoenen met plateauzolen, een paar mannenlaarzen en een panty gespannen tussen prikkeldraad en plateauzolen. De opsomming vertelt alles, een diepere betekenis is er niet. Het mist eigen beeldende kwaliteiten. De kunst van Lucas is plat en eenduidig.

Er is tegelijkertijd met de tentoonstelling van Lucas een andere tentoonstelling in De Hallen die een interessante vergelijking biedt. Het is een expositie van foto's die het product zijn van juist die mannelijke blik die door Lucas wordt verworpen. Miroslav Tichý (1926, woont in de buurt van Brno, Tsjechië) kent maar één motief, het vrouwelijk lichaam. Hij heeft het getekend, geschilderd, en tenslotte eindeloos gefotografeerd. Toch hebben Lucas en Tichý veel gemeen. Ze komen beiden in opstand tegen heersende maatschappelijke normen en doen dat door het cultiveren van een straatcultuur. Hun werk is het resultaat van een moedwillige onder-ontwikkeldheid. Alleen werd het bij de één high art, en bij de ander volkomen marginaal. En in die marginaliteit blijkt nog plaats te zijn voor een vieren van het leven en voor een schoonheid die in de hoge kunst niet wordt gewaardeerd.

Expositie: Sarah Lucas. De Hallen. Grote Markt 16, Haarlem. T/m 5 juli. Di-za 11-17, zo 12-17. Inl.: www.dehallen.com, 023-511 5775