Red interieur van Paleis op de Dam

Een dienstlift! Met de 69 miljoen kostende “restauratie' van het Paleis op de Dam in Amsterdam wordt - tegen het advies van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg in - een monumentale 17de-eeuwse “keizerlijke' trap gesloopt ten behoeve van een volstrekt overbodige dienstlift.

Het gebouw had oorspronkelijk aan twee zijden “keizerlijke' trappen, waarvan er één (aan de noordzijde) reeds in de jaren zestig van de vorige eeuw is gesneuveld.

Het kenmerk van een dergelijke trappenopstelling is dat ze zigzaggend (naar buiten toe verspringend van elkaar) omhooggaan; door de in het midden gecreëerde ruimte wordt daardoor een bijzondere lichtinval verkregen.

Met de sloop van de laatste trap verdwijnt niet slechts het 17de-eeuwse materiaal, maar ook het gehele concept en de belevingswaarde van het trappenhuis gaan daarmee verloren.

Hoewel het paleis al vier liften heeft, staat de koningin erop dat er nog een dienstlift bij komt. Dat monumentenbelangen hier moeten wijken voor de wensen van het koninklijk huis moge duidelijk zijn.

De opknapbeurt van het als stadhuis (1648) ontworpen classicistisch barokke gebouw van Jacob van Campen is inmiddels in gang gezet en heeft plaats achter “gesloten' deuren.

In Opinie & Debat van 8 januari 2005 schreef ik reeds dat het de belevingswaarde en de sociale controle van de Dam en omgeving ten goede zou komen, indien de Oranjes het gebouw zouden verlaten en het gebouw wordt teruggegeven aan de gemeente Amsterdam, teneinde er een zinvollere bestemming aan te kunnen geven dan de huidige.

Daarop zijn nogal wat reacties gekomen van monarchisten, die van mening zijn dat door de huidige gebruiker het gebouw eerder op een zorgvuldige wijze zal worden beheerd. Dat het tegendeel nu het geval is, tonen de recente ontwikkelingen aan.

Een groot voordeel van de teruggave aan Amsterdam en het geven van een passende bestemming aan dit voormalige stadhuis is dat eventuele aanpassingen van het monument in volstrekte openbaarheid kunnen geschieden en dat de te verstrekken vergunning niet meer - onder het mom van het staatsgeheim van de huidige gebruiker - in achterkamertjes wordt afgewikkeld.

Wanneer je - als gewone burger - de geringste wijziging in een monumentale carréhoeve in een Limburgs gehucht of in een 16de-eeuwse grachtengevel aanbrengt, heb je een groot probleem met de overheid. In het onderhavige geval wordt een monumentale trap vernietigd - met goedkeuring van de overheid - in het meest sprekende voorbeeld waarvoor Jacob van Campen als architect van het barokke classicisme heeft gestaan. Dat is meten met twee maten.

Bestuurders, ambtenaren en gemeenteraad van de “republiek' Amsterdam kan worden verweten dat zij onvoldoende alert zijn geweest om dit monumentale gebouw met een grote cultuurhistorische waarde afdoende te beschermen.

Bovendien is door - tegen het advies van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg - een sloopvergunning voor de trap te verstrekken, een precedent geschapen. Waar veel eigenaren van monumenten nu geen toestemming krijgen voor het bouwen van een lift, ligt het gevaar op de loer dat dit, onder verwijzing naar het Paleis op de Dam, in de toekomst wel mogelijk wordt en er tevens naar believen kan worden gesloopt. Immers, met welke rechtsgrond kan de bestuursrechter dat nog beletten?

De sloop kan juridisch gezien niet meer worden voorkomen, omdat de sloopvergunning, alsook de (ver-)bouwvergunning in rechte is verstrekt. De koningin zou derhalve met een appèl op morele en cultuurhistorische gronden tot het inzicht moeten komen alsnog af te zien van de sloop van de monumentale “keizerlijke' trap, alsmede het integreren van de volstrekt overbodige vijfde dienstlift. Wat kun je van de gemiddelde burger nog aan respect voor het cultureel erfgoed verwachten, als een koningin en verantwoordelijke bestuurders al zo nonchalant omspringen met één van de belangrijkste gebouwen uit de Nederlandse architectuurgeschiedenis? Hoe komt het toch dat wij in allerlei opzichten ons cultureel erfgoed aan het vernietigen zijn? Dat zal ons opbreken. Een samenleving zonder tastbare geschiedenis is immers een samenleving zonder identiteit.

Leo Q. Onderwater is architect.

    • Leo Q. Onderwater