Niet veilig genoeg

Het is verheugend dat het aantal verkeersdoden in Nederland opnieuw flink is gedaald. Minister Peijs (CDA, Verkeer en Waterstaat) maakte gisteren bekend dat het aantal dodelijke slachtoffers vorig jaar met zeven procent verminderde ten opzichte van 2004 (van 881 naar 817). Minstens zo verheugend is het dat hier geen sprake lijkt te zijn van toeval. De dalende tendens van de afgelopen jaren zet kennelijk door. Gerichte maatregelen als de productie van veiliger auto's, invoering van het beginnersrijbewijs, brommers van de fietspaden en tal van voorlichtingscampagnes, werpen hun vruchten af. Nederland heet het verkeersveiligste land ter wereld te zijn - op Malta na.

Goed nieuws, kortom, dat zich evenwel gemakkelijk ook anders laat interpreteren. Het bewijs is andermaal geleverd dat het verkeer, ondanks de toenemende automobiliteit, nog stukken veiliger kan. En wat zeggen deze cijfers over het totale aantal verkeersgewonden in 2005? Daarover is nog weinig vernomen. De verkeersveiligheidsorganisatie 3VO, die gelukkig binnenkort weer gewoon Veilig Verkeer Nederland heet, wijst er met recht op dat niemand zich door de gunstige cijfers in slaap moet laten sussen. Elke dag sterven gemiddeld twee mensen in het verkeer, raken er 45 ernstig gewond en moeten er 250 na een verkeersongeluk een spoedeisende behandeling in het ziekenhuis ondergaan. De vlag kan dus voorlopig nog niet uit.

Temeer niet daar er een paar zeer kwestbare groepen zijn die de dalende trend weerspreken, helaas. Onder voetgangers en fietsers vallen juist meer slachtoffers. Kinderen, jongeren en ouderen blijven weggebruikers die onevenredig vaak door een ongeluk worden getroffen. Het lijkt erop dat de achterbankzitters zodra ze niet langer in de auto zijn verschanst, het gevaar naar zich toe trekken als ze op de fiets stappen of lopend naar school gaan. Of gaan spelen in hun 30-kilometergebied, waarvan iedereen denkt dat het er veilig is. Hetgeen niet het geval is. Vorig jaar steeg het aantal dodelijke slachtoffers in deze zones juist. De verkeersonveiligheid in woongebieden begint zorgwekkende vormen aan te nemen.

Er valt dus nog een wereld te winnen, zeker voor de voetgangers en de fietsers. Ze zijn zelf niet vrij van zonden - door rood rijden of lopen, schuin oversteken, tegen het verkeer in rijden - maar ze zijn en blijven de zwaksten op de openbare weg. Wat te denken van de vele recente ongelukken waarbij automobilisten voetgangers op oversteekplaatsen aanreden? Menig gemeente verwaarloost haar zebrapaden, niet zelden in de genoemde 30-km-zones, waar ze slecht worden onderhouden en na verloop van tijd wegslijten. De voetgangersoversteekplaats verdient een aanzienlijke herappreciatie.

Het gejuich van minister Peijs is terecht, maar ook voorbarig. Het kan - en het moet - veel beter met de verkeersveiligheid, ook buiten de auto.