Misplaatst geheim

De Tweede Kamer kan haar controlerende taak alleen goed uitoefenen als zij beschikt over juiste informatie. Dit is de reden waarom het verdraaien of achterhouden van feiten door bewindspersonen geldt als een politieke doodzonde. De democratie kan slechts goed functioneren als de Kamer haar taken zoveel mogelijk in de openbaarheid verricht. Informatievoorziening en openbaarheid zijn voor het parlement cruciaal, maar verschillende ministeries komt dit niet altijd even goed uit. Daarom wordt hierover dagelijks slag geleverd aan het Binnenhof.

Gisteren was het weer raak. Er zou een spoeddebat komen naar aanleiding van een brief van minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie, VVD) over het “verdwijnen' van Indiase jongeren uit speciale opvangcentra. Al sinds 2004 is duidelijk dat de opvangcentra functioneren als een “supermarkt' voor mensenhandelaren. Dit blijkt uit een brief van Verdonk die zij mede namens haar collega Donner (Justitie, CDA) aan de Kamer schreef. De brief blaakt niet van daadkracht. Pas na lang talmen kwam in oktober 2005 een strafrechtelijk onderzoek op gang naar de mogelijkheid van mensensmokkel. In februari kwam er in de opvangcentra 24 uurs aanwezigheid van twee medewerkers. Pas over twee maanden komen er speciale sloten en cameratoezicht in de centra.

Verdonk meldt dat een paar jongeren zijn teruggevonden. Ze waren aan het werk in de tuinbouw of bij een garage. Wat de minister niet in haar openbare brief meldde maar in een vertrouwelijk rapport aan de Kamer, was dat vijf jongens op weg waren naar prostitutie in Engeland. Het vertrouwelijk toezenden van juiste informatie is een sluiproute die leden van het kabinet steeds meer lijken te betreden om de Kamer te informeren zonder last te krijgen van de openbaarheid. Het Kamerlid Dijsselbloem (PvdA) heeft hiervoor terecht aandacht gevraagd.

In het geval van de mogelijke handel in jongeren gaat het om een schrijnende situatie waar de overheid zo snel mogelijk een eind aan moet maken. De staat draagt verantwoordelijkheid voor de veiligheid en het welzijn van deze minderjarigen, die immers zijn ondergebracht in opvangcentra.

De meerderheid van de Tweede Kamer, met Kamervoorzitter Weisglas voorop, veroordeelt Dijsselbloem omdat hij heeft “gelekt' uit vertrouwelijke informatie. Daarin hebben zij ongelijk. Volgens Weisglas had Dijsselbloem een meerderheid moeten zien te vinden voor openbaarmaking van het rapport. De voorzitter heeft het Kamerlid gewezen op het belang van “ordentelijke procedures'. Maar Weisglas is geen secretaris-generaal en de Kamer is geen ministerie. Een gekozen volksvertegenwoordiger van de Staten-Generaal kan zijn eigen afweging maken om een ernstige misstand aan de kaak te stellen. Voor het vertrouwelijk houden van informatie moeten ministers gegronde redenen hebben. Daarvan was in dit geval geen sprake. Het opsporingsbelang waarmee Verdonk schermt, klinkt niet overtuigend gezien het eerdere geringe animo om de kwestie aan te pakken.

Dijsselbloem heeft tevoren een motie van wantrouwen aangekondigd tegen Verdonk. Dat was niet handig want zo mobiliseerde hij krachten die Verdonk wilden beschermen. En dus ging het spoeddebat niet door. Wel heeft de Kamer de minister nu via de geijkte procedures beleefd gevraagd of delen van het rapport niet openbaar kunnen worden. De strijd om de correcte en openbare informatie duurt voort.