Meer samenwerking voor milieu

Een schoner milieu bij een aanhoudende economische groei is alleen mogelijk als Nederland veel samenwerkt met andere Europese landen en er ook mondiaal verregaande afspraken over milieu worden gemaakt. Bij meer marktwerking, zonder deze publieke inmenging, en met een hoge economische groei neemt de uitstoot van vervuilende stoffen toe.

Dat concludeert het Milieu- en Natuur Planbureau (MNP) in een gisteren verschenen onderzoek, de Milieuverkenning, die vooruit kijkt tot het jaar 2040.

De afgelopen jaren is het milieu op een aantal punten schoner geworden, terwijl de economie groeide. Ook de komende jaren zal de situatie verbeteren op het gebied van bijvoorbeeld luchtkwaliteit, de kwaliteit van grondwater, en de uitstoot van bijvoorbeeld stikstofoxiden. De normen voor ammoniak worden gehaald, weliswaar een paar jaar later dan de bedoeling was, net als klimaatdoelstellingen die Nederland zich heeft gesteld. Maar nationaal milieubeleid is niet voldoende, aldus het MNP. “Er is nog veel milieuwinst te halen met technologie en internationale samenwerking.“

De milieuverkenning hanteert twee scenario's. Het eerste scenario, global economy, gaat uit van een globaliserende wereld waarin de EU zich verder naar het oosten uitbreidt, de overheid zich beperkt tot haar kerntaken, de materiële welvaart sterk groeit en grensoverschrijdende milieuvraagstukken niet worden aangepakt.

In dit scenario ziet Nederland eruit zoals op het bijgaande kaartje. Er wonen dan 20 miljoen mensen in Nederland, er zijn 3 miljoen huizen bijgebouwd. Tot 2040 zal in totaal 40 miljard worden geïnvesteerd in het hoofdwegennet, rekeningrijden wordt niet ingevoerd, de melkveehouderij en de glastuinbouw groeit. In het andere scenario, strong Europe, is meer internationale belangstelling voor een “eerlijke' verdeling van economische groei en voor sociale- en milieuvraagstukken. In dat scenario is de economische groei iets minder uitbundig, zijn er in 2040 19 miljoen Nederlanders en zijn er 1,7 miljoen huizen bij gebouwd.

Staatssecretaris Pieter van Geel (Milieu, CDA) presenteerde gisteren op dezelfde bijeenkomst zijn algemene plannen voor een nieuw milieubeleid, de Toekomstagenda Milieu. Van Geel bepleit een “schoon, sterk en slim“ beleid. Hij wil meer lobbyen in Europa, bijvoorbeeld om te pleiten voor gezamenlijke maatregelen om auto's en industrie schoner te maken. Ook moet meer verantwoordelijkheid worden gelegd bij het bedrijfsleven.

De oppositiepartijen en de milieubeweging vinden de plannen vaag en algemeen. “Het lijkt of de staatssecretaris het falende milieubeleid van een rechtvaardiging heeft willen voorzien“, aldus Tweede-Kamerlid Diederik Samsom (PvdA) tegenover het persbureau ANP.

Van Geel meent op zijn beurt dat critici “de echte problemen niet hebben begrepen“ en oude denkbeelden aanhangen. “Milieu moet uit de links-activistische sfeer worden gehaald. Milieu is niet links of rechts, maar van ons allemaal.“

Van Geel vindt dat in een nieuw kabinet het milieubeleid weer onder verantwoordelijkheid van een minister moet vallen. “Dat ik geen minister ben, is een weeffout. Dat had wel gemoeten. Het was een verkeerd signaal aan de samenleving, als zou milieu niet in het hart van het beleid staan.“ Of hij zelf die minister van milieu zou willen worden? “Ik ben graag in Den Haag“, aldus Van Geel.