Meer is minder bij een mp3

We merken het misschien niet meer, maar alles om ons heen is onvergelijkbaar beter dan nog maar een jaar of tien, twintig geleden. Alle zintuigen worden verwend met een adembenemend snel groeiende kwaliteit. Maar één blijft moedig weerstand bieden, en dat is het gehoor.

Toen hi-fi opkwam in de jaren zestig, en doorbrak in de jaren zeventig, was een flink deel van de - vooral mannelijke - bevolking druk bezig de kwaliteit van de muziek in de huiskamer op te voeren. Draaitafels met complexe contragewichten, alsof ze een been hadden gebroken; stroboscopische aflezing; cassettespelers met een heel alfabet van Dolby-ruisonderdrukkers; ingewikkelde twee-, drie-, of zelfs vierwegboxen; aparte voor- en eindversterkers.

Het opkrikken van het thuisgeluid was een kunst, die vervolgens goeddeels werd weggevaagd door de komst van de cd, eind jaren tachtig. Het was onberispelijk digitaal geluid dat wellicht af en toe wat kil klonk, maar dat zoveel praktische voordelen had dat het niet te stuiten was.

Nu zijn er nog steeds mensen die zweren bij de analoge pracht van de langspeelplaat, en misschien wel terecht. In het dj-circuit zijn de lp's al lang weer terug. Veel gitaristen zweren, als ze het kunnen betalen, bij de ouderwetse buizenversterker. Maar dergelijke discussies over analoog versus digitaal geluid zijn vandaag al te hoog gegrepen. Want de gemiddelde muziekliefhebber neemt op dit moment genoegen met een veel lagere kwaliteit. En wat erger is: door de gewenning merkt hij het niet eens meer.

Het heeft te maken met een schaarste aan computercapaciteit. Een popsong van cd-kwaliteit met een duur van drie minuten neemt zo'n 40 megabyte aan schijfruimte in beslag. Een mp3'tje, het huidige populaire format, doet het met zo'n tien tot twaalf keer minder. Zo passen er op een iPod opeens duizenden nummers, terwijl er in de oorspronkelijke kwaliteit maar enkele honderden op zouden gaan. Dat verkoopt natuurlijk een stuk beter. Mp3's laten zich uiteraard ook tien keer sneller downloaden. Ook dat verkoopt lekker.

Dat betekent niet dat mp3's, of soortgelijke formaten zoals die van Apple zelf, tien keer slechter zijn. Het aantal bytes van een cd-song kan ongeveer met de helft worden teruggebracht zonder hoorbaar verlies van kwaliteit. Maar daarna eist de verkleining dat er wel hoorbaar informatie moet worden weggelaten, hoe knap dat ook wordt gedaan. Ook dat is voor een deel niet erg. Maar dat er uiteindelijk vrijwel geen verschil is met het origineel, is onzin. Sterk gecomprimeerde muziek is vaak ruwer, kaler en vooral minder dynamisch - het verschil tussen harde en zachte passages dat met name belangrijk is bij klassieke muziek.

Waarom horen we het niet? Afgespeeld over de “oortjes' van een iPod gaat de kwaliteit van muziek sowieso al zodanig achteruit dat het niet echt opvalt. En als je niet goed luistert, of niet beter weet, valt het verschil ook weg. Toch is een klein experiment al voldoende. Draai een liedje af op de iPod, met een goede koptelefoon. Draai het met dezelfde koptelefoon af op een redelijk goede cd-speler. Schrik niet. En schrik helemaal niet als je de lp nog hebt en die afspeelt op de van zolder gehaalde draaitafel.

Zijn we al te veel afgestompt om er nog veel om te geven? Er is hoop. Over een paar jaar vindt Steve Jobs vast een iPod uit met een terabyte aan geheugen; dat is duizend gigabyte of zeventien keer de capaciteit van de grootste iPod die nu te koop is. Tegen die tijd hebben we allemaal een loeisnelle internetverbinding. Misschien dat de mp3 dan alsnog plaats maakt voor echte muziek.

woensdag@nrc.nl

    • Maarten Schinkel