“Kritiek niet langer in bloed gesmoord'

Mauretanië is volgens de huidige militaire leiding op weg naar een democratie. De deur staat op een kier, erkent de oppositie, maar kan zo met een klap weer worden dichtgeslagen.

De Islamitische Republiek Mauretanië heeft een kwalijke reputatie op het gebied van de mensenrechten. Het land kende sinds de onafhankelijkheid in 1960 militaire coups, massale etnische zuiveringscampagnes met racistische moorden en verkrachtingen en ook slavernij, naast extreme armoede.

Maar volgens de huidige junta is het land nu op weg naar de democratie. Er komt een referendum over een nieuwe grondwet en binnen een jaar volgen ook parlements- en presidentsverkiezingen. “Wij zijn een overgangsregime en de militairen zullen niet langer meespelen in de politiek“, zo heeft juntaleider kolonel Mohammed Ely Ould Vall beloofd.

Oppositie en mensenrechtenorganisaties geven toe dat er sinds de staatsgreep van vorig jaar een kentering merkbaar is. Sinds kolonel Maaouya Sid Ahmed Ould Taya, die vanaf 1984 aan de macht was, werd afgezet is de repressie beduidend minder hard. Kolonel Ould Vall greep in 2005 de macht toen Taya de begrafenis van de Saoedische koning Fahd bijwoonde. Veel mensen trokken de straat op om feest te vieren.

Maar mensenrechtenactivisten hebben grote bedenkingen. “Dit is niet eens het begin van een rechtsstaat“, aldus de advocaat Fatimata Mbaye, directeur van het Mauretaanse Centrum voor de Mensenrechten in Nouakchott.

Een groep gevangenen, volgens de autoriteiten 21 moslimextremisten, zit al een jaar vast zonder aanklacht. Islamitische politieke organisaties blijven verboden, terwijl de zwarte bevolking vreest dat de Arabische elite hen net als vroeger zal proberen van politieke participatie uit te sluiten.

De rapporten van Amnesty International over de etnische zuiveringen, systematische verkrachtingen en de brandschatting van de zwarte bevolking in het zuiden van Mauretanië eind jaren tachtig, begin jaren negentig doen sterk denken aan de huidige drama's in de Soedanese regio Darfur. De zwarte bevolking ging toen massaal op de vlucht voor het Mauretaanse leger dat aangevoerd werd door de Moren, de Arabisch-Berberse elite, en de Haratin-milities, bestaande uit afstammelingen van de zwarte slaven van de Moren. Zo'n 120.000 zwarte ballingen leven nog steeds verstoken van de meest elementaire mensenrechten in Senegal en Mali, waar ze toen naartoe werden verjaagd.

Er is in Mauretanië sindsdien niets wezenlijks veranderd, aldus advocaat Mbaye. “De gapende wonden uit het verleden blijven wijd open ondanks de mooie beloftes van de nieuwe sterke man.“

Mbaye (47), zelf een zwarte Mauretaanse, werd als pleitbezorger voor de slachtoffers van de discriminatie en etnische zuiveringspolitiek van de Moorse elite in 1986 gearresteerd samen met haar 14 jaar oude zusje die voor haar ogen verkracht werd. In 1998 werd ze opnieuw opgepakt en opgesloten samen met voorvechters in de strijd tegen de slavernij. In 1999 kreeg Mbaye de Neurenberg-prijs voor de mensenrechten.

“Politiek wordt de deur op een kier gezet, maar bevolking, oppositie en mensenrechtenorganisties vrezen dat hij morgen zo met een klap weer dichtgaat“, zegt Mbaye. De nieuwe machthebbers komen immers voort uit dezelfde politieke en etnische elite die sinds de onafhankelijkheid de politieke macht en economische rijkdom heeft gemonopoliseerd.

De nieuwe vrijheid is relatief. Kritiek op slecht beleid wordt meestal niet geaccepteerd. Zo had Mbaye contact met activisten die een bewustmakingscampagne voeren rond hiv-aids: hun kantoren zijn gesloten en al het materiaal is geconfisqueerd. Mbaye gaat een klacht indienen. “Wij hebben geen vrijheid van organisatie en meningsuiting. Onze vrijheid is gebaseerd op de willekeur van de machthebbers.“

“Zolang de grote dossiers niet worden aangepakt zal er hier niets veranderen. We moeten een echte nationale verzoening tot stand brengen. En dat kan alleen als de zwarten die in 1990 naar Senegal zijn verdreven eerherstel krijgen en er een onderzoek komt naar het bloedbad. Maar hun burgerrechten worden ook nu niet erkend en zij worden niet geregistreerd als kiezers voor de beloofde vrije verkiezingen“, zegt Mbaye. En er is meer: ook veel zwarten die niet zijn weggegaan worden systematisch uitgesloten. “We krijgen veel klachten uit het zuiden van het land - waar de meerderheid van de bevolking zwart is. De Peul, Wolof, Toucouleur en Soninke - in veel dorpen bij de grens met Senegal worden de mensen gewoon niet geregistreerd als kiezers. Wij dienen klachten in maar de overheid stelt geen onderzoek in.“

“Wel is er één belangrijk verschil: dissidente geluiden worden niet langer systematisch in bloed gesmoord“, aldus Mbaye. “Maar er moet nog veel veranderen. Het kan toch niet dat het staatshoofd ook president van de Hoge Raad voor de magistratuur is en rechters benoemt en afzet. Zonder onafhankelijke rechtspraak krijg je nooit goed draaiende, transparante staatsinstellingen en hebben ook verkiezingen geen zin. Die hervormingen zijn dus dringend. Nu gelden hier alleen het politieke cliëntelisme, etnische en tribale discriminatie en grootschalig nepotisme en corruptie. Vriendjespolitiek en gesjoemel vormen de essentie van ons bestel, dat nog altijd slavernij en andere schendingen van de mensenrechten toelaat.“

En tot slot de zaak van de politieke gevangenen. De junta, die net als de afgezette Taya een bondgenoot van Washington is in de “oorlog tegen het terrorisme', zegt dat de Verenigde Staten en het Westen ervan op de hoogte zijn, dat zij door de CIA verdacht worden van terrorisme en banden met Al-Qaeda en de Algerijnse extremisten. Voor Mbaye slaat dat nergens op: “Wij eisen vrijlating of veroordeling. Het is toch niet aan de CIA om ons te besturen?“

    • Wilfried Bossier