“Je moet er dwars doorheen kunnen kijken'

Het Friese Museum Belvédère is uitgeroepen tot Gebouw van het Jaar. Architect Eerde Schippers: “Je gaat ook naar een museum om gezien te worden en anderen te ontmoeten.“

Museum Belvédère in het Friese Oranjewoud Foto G. v.d. Vlugt Vlugt, G. v.d.

Veel simpeler kan het niet: een rechte zwarte doos, dwars over een kanaal. “Het gebouw moest opgaan in het landschap“, zegt architect Eerde Schippers. “Als het licht van kleur was geweest, was het veel te opvallend geweest, net zoiets als de “witte schimmel' van nieuwbouw aan de dorpsranden.“

Museum Belvédère voor twintigste-eeuwse Friese kunst in Oranjewoud bij Heerenveen is uitgeroepen tot winnaar van een nieuwe architectuurprijs - een plaquette - van de Bond van Nederlandse Architecten: Gebouw van het Jaar. Eervolle vermeldingen waren er voor de uitbreiding van de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam van Benthem en Crouwel, het havengebouw Zeeland Seaports van Baneke Van der Hoeven en Centrum Ypenburg in Den Haag van Christian en Birgit Rapp.

Het museum is een ontwerp van Eerde Schippers (49) van Inbo Architecten, een landelijk bureau met een vestiging in onder andere Drachten. Hij ontwierp eerder onder andere het hoofdkantoor van de Friese waterleiding, het hoofdkantoor van KPN in Amersfoort en veel woningbouw; dit is zijn eerste culturele gebouw.

Links maakte Schippers een zaal voor tijdelijke exposities, rechts is de permanente opstelling, en daartussen het café achter grote ramen aan weerszijden. Van buiten kijk je dwars door het gebouw heen; binnen kun je het landschap en de grote Friese luchten op de voet volgen.

Belvédère - een doos van ruim honderd meter lang, twaalf meter breed en vijf meter hoog - kostte 2,8 miljoen euro, grotendeels door lokale bedrijven opgebracht. Dat is weinig voor een museum met 1300 vierkante meter expositieruimte. Het museum werd eind 2004 door koningin Beatrix geopend.

Wat was de vraag aan u?

“Het werk van Friese kunstenaars als Jan Mankes, Gerrit Benner en Sjoerd de Vries is in New York en Parijs geëxposeerd, maar was nergens in Nederland te zien. Hun nazaten kwamen onder leiding van conservator Thom Mercuur met de vraag of we niet ergens een loods ervoor kon neerzetten. Alles was beter dan dat het werk onzichtbaar op zolders lag.“

Waarom is het gebouw zwart?

“Het is bekleed met Duits basaltsteen in plakken van verschillende breedtes en diktes. Die verwijzen naar de akkers en de weiden in de omgeving met soms hoog graan en dan weer gras.“

De indeling is overzichtelijk, maar dat geeft problemen. De entreehal is te klein om te fungeren als verdeelschijf naar kassa, café, en tentoonstellingszalen.

“Helemaal waar. Het museum is ontworpen voor maximaal 25.000 bezoekers per jaar. Het waren er vorig jaar 80.000.“

Het café lijkt nu het belangrijkste.

“Dat is ook zo. Je gaat naar een museum niet alleen om naar de schilderijen te kijken, maar ook om gezien te worden en anderen te ontmoeten.“

Volgens de jury getuigt het gebouw van “een voorbeeldige integratie van architectuur en landschap“. Hoe heeft u dat bereikt?

“We hadden een commissie bestaande uit gemeente Heerenveen, provincie Friesland, Staatsbosbeheer en Rijksmonumentenzorg. In die commissie ontstond het idee om het Grand Kanaal dat naar het paleisje van de Oranjes in Oranjewoud leidde, te restaureren en het museum als een brug eroverheen te leggen. Voorwaarde was wel dat je er dwars door het gebouw heen kon kijken, langs die zichtas.

“Daarmee is het gebouw een nieuwe toevoeging aan de oude structuur van het landgoed. Dat is door landschapsarchitect Michael van Gessel ingericht, met een heel strak grid van bomen rond de nieuwbouw. Iets verder weg wordt het wat losser, meer in de stijl van het negentiende-eeuwse landschapsplan. Daaromheen ligt een nog veel groter gebied dat door Staatsbosbeheer wordt ingericht met groen, water en riet. Dat landschap groeit nog.“