Het roer moet nu om, Hollanders

De groei van de economieën van China en India lijken de Nederlandse te bedreigen.

Als Nederland verandert, kan het juist profiteren van de toenemende wereldhandel.

Globalisering trekt een spoor van lege bureaus in Nederlandse kantoren. Lopendebandwerk wordt al enige decennia uitbesteed aan lagelonenlanden, maar nu is het kantoorwerk aan de beurt. Een legioen hoogopgeleide Indiërs en Chinezen staat klaar om ons werk over te nemen. Volgens recent onderzoek zegt 38 procent van de tweehonderd grootste multinationals “een substantieel deel' van hun onderzoek en management de komende drie jaar te verplaatsen naar India, China en andere opkomende economieën. Ben Verwaayen, topman van British Telecom, schetste onlangs aan een zaal vol toehoorders de toekomst: “Grote bedrijven zullen hun hoofdkantoren nog wel in Europa en Amerika houden. Maar achter de voordeur wordt het steeds leger.“

Politici hebben nog geen overtuigend antwoord geformuleerd op deze ontwikkeling. Zo moet Nederland een “kenniseconomie' worden - een prachtig voornemen, dat helaas nog niet te herkennen is in adequaat beleid. Het percentage hoogopgeleiden van de Nederlandse bevolking is gelijk aan het OESO-gemiddelde - de OESO bestaat uit dertig rijke landen. Toch schuilt achter deze cijfers een zorgwekkende ontwikkeling: het percentage hoogopgeleide ouderen (55-64 jaar) ligt boven het OESO-gemiddelde, maar het percentage hoogopgeleide jongeren (25-34 jaar) ligt eronder. Voorgaande generaties kennen dus relatief meer hoogopgeleiden.

Europa heeft zich voorgenomen om “uiterlijk in 2010 de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie“ van de wereld te zijn - de zogeheten Lissabon Agenda. Een behoorlijke uitdaging, want de EU geeft liever de helft van haar budget uit aan landbouwsubsidies dan aan onderzoek en onderwijs. De OESO bracht vorige maand een rapport uit met de veelzeggende titel The Economics of knowledge: Why education is key for Europe's success. Het rapport stelt dat Europa geen voorsprong meer heeft qua onderwijs op lagelonenlanden als China, India en Korea. Paul Hofheinz, voorzitter van de Lisbon Council, een onafhankelijke denktank van wetenschappers en ondernemers, haalde fel uit naar Europese politici. Hofheinz noemde het “ronduit immoreel om onze kinderen een wereld van toenemende concurrentie in te sturen, zonder ze het beste gereedschap te geven waarmee ze kunnen overleven.“ Het zal je maar gezegd worden.

Wat te doen? In ieder geval niet bang worden. In potentie brengt de integratie van de Indiase en Chinese middenklasse in de wereldeconomie veel goeds. Honderden miljoenen mensen - in China en India woont veertig procent van de wereldbevolking - krijgen de kans op een beter leven en beter werk. Daarnaast is de Nederlandse economie niet ten dode opgeschreven. Traditioneel is Nederland een handelsnatie die floreert bij toenemende wereldhandel. Als Duitsers meer auto's uit Peking kopen en minder uit Beieren, is dat goed nieuws voor Rotterdam. Nederlanders zijn ook eerder dienstverleners dan uitvinders, en onze baggeraars en bankiers profiteren van wereldwijde economische groei.

Maar de wereld staat niet stil. De concurrentie is nog nooit zo groot geweest, en als wij de komende decennia ons welvaartsniveau willen behouden, moet het roer nu om. Enkele suggesties:

Investeer in onderwijs en onderzoek. De baten van het Nederlandse aardgas vloeien naar het Fonds Economische Structuurversterking (FES). De achterliggende gedachte is dat we de opbrengsten van onze geologische schatten niet moeten verkwanselen. Ik kan me geen betere investering voorstellen dan in onderwijs en onderzoek. Het is verstandig om de komende jaren alle opbrengsten uit het FES te investeren in onderwijs en onderzoek, totdat Nederland weer een respectabele plaats heeft op de ranglijsten.

Goed onderwijs moet te allen tijde toegankelijk blijven voor alle lagen van de bevolking.

Maar creëer ook topuniversiteiten waar the best and the brightest zich kunnen ontwikkelen, zonder geremd te worden door middelmatige en ongeïnteresseerde medestudenten.

Denk groot en heb moed: een Harvard of Oxford in de polder moet mogelijk zijn.

Hervorm de verzorgingsstaat. Mijn generatie wil graag concurreren met slimme Aziaten, maar wij zijn te duur. Voorgaande generaties gijzelen de verzorgingsstaat. Pas de verzorgingsstaat dus aan aan de wereld waarin wij de komende decennia moeten leven en werken. Denk aan het Deense model: soepel ontslagrecht, gecombineerd met hoge uitkeringen voor mensen die willen werken. Streef naar ontplooiing in plaats van verzorging: een bouwvakker met rugklachten moet geen uitkering krijgen, maar een beurs om zich om te scholen, bijvoorbeeld tot stagebegeleider op een vmbo.

Jongeren moeten ambitie tonen. Lage lonen zijn niet doorslaggevend om werk naar Azië te verplaatsen. Zoals een human resource- manager van KLM het verwoordt: “Indiase academici zijn niet alleen goedkoper, ze werken ook harder en zijn slimmer dan Nederlandse academici“. Nederland blinkt ook niet uit in ondernemingsgezindheid. Volgens recent onderzoek van adviesbureau Capgemini is tweederde van de Nederlanders liever werknemer dan eigen baas.

Globalisering heeft de wereld op z'n kop gezet. Dat vereist aanpassingen en investeringen die niet allemaal even prettig zijn. Maar wij en onze kinderen willen het graag net zo goed hebben als voorgaande generaties. Toon visie en daadkracht. En snel graag, want de Indiërs en Chinezen wachten niet op ons.

Evert van Nieuwenhuis is journalist en schreef De Grote Globaliseringsgids, van Aandeelhouder tot Zapatista.

Op nrc.nl/opinie staan de bronnen die Nieuwenhuis voor zijn artikel gebruikte.

Chinese woordjes leren? Ga naar de Engelstalige website www.cantonese.ca

    • Evert Nieuwenhuis