Groei zonder vervuiling is haalbaar in Europa

Een schoner milieu bij een aanhoudende economische groei is alleen mogelijk als Nederland veel samenwerkt met andere Europese landen. Ook moeten er mondiaal verregaande afspraken over milieu worden gemaakt. Zonder deze publieke inmenging, en met meer marktwerking en een hoge economische groei neemt de uitstoot van vervuilende stoffen toe.

Dat concludeert het Milieu- en Natuur Planbureau (MNP) in een gisteren verschenen onderzoek, de Milieuverkenning, die vooruit kijkt tot het jaar 2040. De afgelopen jaren is het milieu op een aantal punten schoner geworden, terwijl de economie groeide. Ook de komende jaren zal de situatie verbeteren op het gebied van bijvoorbeeld luchtkwaliteit, de kwaliteit van grondwater, en de uitstoot van bijvoorbeeld stikstofoxiden. De normen voor ammoniak worden gehaald, weliswaar een paar jaar later dan de bedoeling was, net als klimaatdoelstellingen die Nederland zich heeft gesteld. Maar nationaal milieubeleid is niet voldoende, aldus het MNP. ,,Er is nog veel milieuwinst te halen met technologie en internationale samenwerking.“

Staatssecretaris Pieter van Geel (Milieu, CDA) presenteerde gisteren op dezelfde bijeenkomst zijn algemene plannen voor een nieuw milieubeleid, de Toekomstagenda Milieu. Van Geel bepleit een “schoon, sterk en slim“ beleid waarmee hij alsnog de doelen wil bereiken die de afgelopen jaren niet zijn gehaald door te weinig geld en ook door gebrekkige beleidsinstrumenten. Hij wil meer gaan lobbyen in Europa, bijvoorbeeld om te pleiten voor gezamenlijke maatregelen om auto's en industrie schoner te maken. Ook moet meer verantwoordelijkheid worden gelegd bij het bedrijfsleven, vindt de staatssecretaris. De oppositiepartijen en de milieubeweging vinden de plannen vaag en algemeen. Van Geel meent op zijn beurt dat critici “de echte problemen niet hebben begrepen“ en oude methoden aanhangen. “Milieu moet uit de links-activistische sfeer worden gehaald. Milieu is niet links of rechts, maar van ons allemaal.“

Van Geel vindt dat in een nieuw kabinet het milieubeleid weer onder verantwoordelijkheid van een minister moet vallen. “Dat ik geen minister ben, is een weeffout. Dat had wel gemoeten. Het was een verkeerd signaal aan de samenleving, als zou milieu niet in het hart van het beleid staan. Dat moet straks anders.“