“Gevonden' stemmen bij twee genieën

Brian Eno en David Byrne gebruikten al samples in My Life In The Bush Of Ghosts (1981)

Dit geniale popalbum beïnvloedde veel popmuziek en is nu opnieuw uitgebracht.

David Byrne en Brian Eno (r.) in de studio rond 1980. Foto Hugh Brown Brian Eno + David Byrne: My Life In The Bush Of Ghosts (EMI) Brown, Hugh

Het verleden van de popmuziek komt tegenwoordig vaak terug in de vorm van reissues: heruitgebrachte platen die vaak opnieuw “gemasterd' zijn en daardoor meer dan eens beter klinken dan de originelen. Bonustracks en uitgebreide, geactualiseerde hoesteksten maken zo'n reissue idealiter compleet. En dat draagt bij aan het onderhouden van het geheugen der popmuziek. Het oeuvre van de Amerikaanse groep Talking Heads belandde recent op zo'n reissue. Alle studio-albums zijn er nu weer, aangevuld met extra tracks en een dvd.

Het belang van Talking Heads is weer helemaal actueel. Ze maakten compacte, neurotische en arty popmuziek, waarmee hun plek in de new wave van de late jaren zeventig verzekerd was. Het zijn de puntige liedjes van hun beginperiode, vol scherpe hoeken en slimme vondsten, die momenteel weer invloed uitoefenen: jonge bands als Clap Your Hands Say Yeah en Franz Ferdinand moeten hun vroege Talking Headsalbums haast dagelijks oppoetsen. Maar het kan altijd invloedrijker. Daarom is het goed dat ook My Life In The Bush Of Ghosts nu opnieuw uitgebracht is, het album dat Talking Heads-voorman David Byrne en de Engelse muzikant-producer Brian Eno samen maakten. Want het belang van deze plaat strekt zich uit tot ver buiten de wat enge, Angelsaksische bandjescultuur. Allerlei popmuziek is erdoor beïnvloed. Wie sampelt, handelt in de geest van My Life In The Bush Of Ghosts.

In 1979 gingen Byrne en Eno ermee aan de slag. Het moest een plaat worden voor mensen die de grenzen van de rock voorbij waren. Dat gold in ieder geval voor Byrne en Eno zelf: ze luisterden intensief naar muziek uit Afrika en andere werelddelen, naar de radicaalste zwarte ritmische vernieuwers uit Amerika (Miles Davis, Sly Stone, George Clinton), naar de mengtafel-magie van Jamaicaanse dub en New-Yorkse discoremixers, naar oude gospel zelfs.

Hun geniaalste idee was ook de reden waarom de plaat uiteindelijk ruim een jaar later uitkwam dan gepland. Zelf lieten ze de microfoons onberoerd, ze lieten vooraf opgenomen stemmen het werk doen. Opnamen van verontwaardigde radiopresentatoren, half-waanzinnige duiveluitdrijvers en opruiende dominees werden van de radio geplukt, en hun platen met etnische muziek leverden ook dankbaar stemmenmateriaal. Het geeft de plaat een wat vage, religieuze onderstroom. Maar het viel niet mee om van alle betrokkenen toestemming te krijgen. Nu is het clearen van samples uit andermans werk dagelijkse praktijk, waarvoor speciaal opgeleide juristen in de weer zijn, maar destijds was het nog onontgonnen terrein. Uiteindelijk kwam de plaat begin 1981 uit, met een flink gewijzigde tracklist. De meeste van de destijds verworpen nummers staan nu op deze nieuwe editie.

Byrne en Eno profiteerden van de vertraging door eerst het Talking Heads-album Remain In Light op te nemen, waarop ze gebruik maakten van wde lessen uit My Life In The Bush Of Ghosts: geen afgeronde liedjes meer, maar hypnotiserende lappen muziek die schijnbaar willekeurig begonnen of eindigden, en waarin de polyritmische groove van net zo veel, of meer, belang was als de melodie. Maar die beginselen werden veel radicaler ingezet op My Life In The Bush Of Ghosts. Vooral het gebruik van samples avant la lettre was een bron van ongemak voor menige beschouwer destijds: was deze muziek wel authentiek? Deden deze rijke, blanke mannen niet aan cultuurimperialisme, over de ruggen van onwetende predikanten en Libanese zangeresjes?

Anno nu zijn dat volkomen geaccepteerde en lucratieve praktijken, vraag maar aan Moby. Belangrijker is dat het geheel van “gevonden' stemmen, gelaagde ritmes uit verschillende culturen, elektronische geluidsschilderingen en vreemd gevormde, soms oosters getinte melodieën met elkaar een samenhangend statement vormen, dat na die kwart eeuw volkomen overeind blijft. En al waren ze niet de eersten met zulke methoden, ze introduceerden die wel in een context van popmuziek.

Eén ding nog. De eerste oplagen die destijds wel de winkel bereikten, bevatten het nummer Qu'ran: een opname van een recitatie uit de Koran, van muziek voorzien. Na enige druk, kennelijk van de Britse Islamic Council, is dit nummer van de meeste latere versies verwijderd. Ook op deze, vermoedelijk definitieve editie is het niet te vinden, en in het boekje wordt er evenmin over gerept. Er zijn dus toch grenzen aan de vrijheid van de samplekunstenaar, daar komen ook twee genieën niet onderuit.

Brian Eno + David Byrne: My Life In The Bush Of Ghosts (EMI)