Bijbelvaste “Black man' sproeit kogels

Als je Samuel L. Jackson zegt, zeg je eigenlijk maar twee woorden: Pulp Fiction.

Maar Jackson speelde al ruim vijftig rollen voordat hij huurmoordenaar Jules werd.

Van onder naar boven: Jackson als coole politieman Shaft in Shaft (2000), Foto’s: Photos 12 Shaft Year: 2000 Director: John Singleton Samuel L. Jackson PHOTOS12

Zeg Samuel L. Jackson en je zegt eigenlijk maar twee woorden. Pulp Fiction. Of: Quentin Tarantino. Want zelden had een acteur zoveel te danken aan één film, aan één regisseur. Of het moet John Travolta zijn geweest die dankzij diezelfde film van de vergetelheid werd gered. Maar dat is een ander verhaal.

De op 21 december 1946 in Washinton geboren Samuel Leroy Jackson was al 46 jaar toen hij door cinefiel wonderkind Quentin Tarantino werd gevraagd voor de rol van de bijbelvaste huurmoordenaar Jules in Pulp Fiction (1994) als sidekick van John Travolta. Allebei met gare haren: Travolta als een soort indiaan en Jackson met een Rick James-achtige krulletjespruik, geföhnde bakkebaarden en vettig snorretje. Hun patat-met-mayonaise-dialoog (door Tarantino tijdens een verblijf in Amsterdam geschreven) bleek instant-klassiek. Maar Samuel L. Jacksons Ezechiël-speech overtrof dat nog. Gemiddeld een paar keer per week vragen mensen hem nog, vertelde hij in een interview, om die bijbelverzen te citeren die hij in de film uitspreekt voordat hij wat kogels in de rondte sproeit.

Het leven na Pulp Fiction stond voor Samuel L. Jackson voornamelijk in het teken van Pulp Fiction. Maar er was ook een leven vóór Pulp Fiction, waarin Samuel L. Jackson al zo'n vijftig film- en tv-rollen op zijn naam schreef (de teller passeerde onlangs de 100). In vergeten films en tv-drama's, in bijrollen en als anonieme “black guy', zoals hij op de credits van de Al Pacino-film Sea of Love (1989) staat.

Maar ook in een aantal films met Eddie Murphy, zoals Raw (1987) en Coming to America (1988). En al snel in flink wat films van de militante zwarte regisseur Spike Lee. Die had Jackson al een paar keer voor de camera gehad, voordat hij hem in 1991 castte als crackverslaafde in Jungle Fever. Saillant detail: de acteur was pas kort daarvoor uit een ontwenningskliniek ontslagen. Nog pikanter: de jury van het Filmfestival Cannes, waar de film in première ging, vond Jackson zo goed dat ze ter plekke een nieuwe categorie, die voor beste mannelijke bijrol, instelde.

Na Pulp Fiction had hij zijn handelsmerk gevonden: het grofgebekte, gewelddadige type, vaak met een onverwachte filosofische (lees: zachte) kant. In de misverstanden-misdaadfilm The Man, die deze week in de bioscopen uitkomt, speelt hij er de overtreffende trap van. We zien er allerlei rollen in terug die hij de afgelopen jaren speelde. De coole politieman Shaft bijvoorbeeld, in de remake uit 2000 van de populaire politiefilmreeks uit de jaren zeventig. En al die andere meer of minder heroïsche agenten uit The Negotiator (1998), xXx (2002) en S.W.A.T. De enigmatische stripverzamelaar uit Unbreakable (2000), tegenover Bruce Willis, die hij ook in Die Hard: With a Vengeance (1995) wat gespuis hielp opruimen. Maar ook wapenhandelaar Ordell Robbie in Tarantino's Elmore Leonard-verfilming Jackie Brown (1997).

Dat was de film waarmee Tarantino - tot grote ergernis van Samuel L. Jacksons andere vaste regisseur Spike Lee - het woord “nigger' in het filmidioom en later in het algehele populaire cultuuridioom introduceerde. Jackson, die in de jaren zeventig politiek actief was in de Black Student Movement, een van de ceremoniemeesters was op de begrafenis van Martin Luther King, en bovendien begon met acteren bij het emanciperende Negro Ensemble Company van Morgan Freeman, kreeg er flinke ruzie om met Lee. Volgens hem speelde hij als acteur gewoon een rol, en was het de realiteit dat veel Afro-Amerikanen elkaar met “nigger' aanspraken. In The Man voegt hij een nieuw taboe-woord aan zijn jargon toe: “bitch'. Hij scheldt er zijn partner-tegen-wil-en-dank Eugene Levy voor uit. En moet met lede oren aanhoren hoe hij genadeloos wordt teruggepakt.

    • Dana Linssen