“We verdienen geen droog brood meer'

De vogelgriep heeft Nederland niet bereikt. En toch voelen de pluimveehouders de gevolgen door daling van de vleesprijs. In de sector gaan intussen ook stemmen op voor verandering: weg van de intensieve landbouw.

Nederland voert nu ruim 600.000 ton kippenvlees per jaar uit, het dubbele van de consumptie in eigen land. Foto Merlin Daleman Kippenboer Antoine Damen. Langeweg, 16-02-06 © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Tienray/Wapse, 25 april. - Omzet? “Zo'n anderhalf miljoen euro per jaar“, zegt Gerard Witlox aan de keukentafel van zijn boerderij in het Limburgse Tienray. “Maar we verdienen er geen droog brood meer mee. We moeten geld lenen om boodschappen te kunnen doen.“ De vogelgriep houdt ook de Nederlandse pluimveehouders in de greep. De ziekte is hier niet uitgebroken, maar toch lijden de boeren verlies, want de vleesprijs is gedaald. Iemand als Witlox krijgt nu 20 procent minder voor zijn vlees dan een half jaar geleden: 58 cent per kilo in plaats van 72 cent. De Limburgse pluimveehouder komt er nog goed van af, het Productschap Vee, Vlees en Eieren (PVE) zegt dat de gemiddelde contractprijs voor kippenvlees 30 procent is gedaald tot 50 cent de kilo.

Witlox houdt 120.000 vleeskuikens. Na zeven weken gaan de beestjes naar de slachterij en komt er eenzelfde aantal voor terug. En het bedrijf breidt uit. Met twee nieuwe stallen verhoogt Witlox binnenkort het aantal kuikens tot 200.000. In 2003 stonden zijn stallen vier maanden leeg door de toen heersende vogelgriep; is uitbreiding dan niet riskant? “We willen toch concurrerend zijn“, zegt Witlox. Dan moeten bedrijven groeien en meer exporteren, vindt hij. Nederland voert nu ruim 600.000 ton kippenvlees per jaar uit, het dubbele van de consumptie in eigen land.

De Nederlandse pluimveesector is niet de enige met groeiplannen. In het Verenigd Koninkrijk, Spanje en Polen - alle drie grotere producenten dan Nederland - zijn de ramingen voor de productie over 2006 hoger dan vorig jaar. En ook buiten Europa zal de productie van kippenvlees dankzij de liberalisering omhooggaan.

De Nederlandse boeren zijn niet erg te spreken over het optreden van “hun' minister Cees Veerman in de kwestie van de vogelgriep. Ze vrezen dat ze strengere voorwaarden krijgen opgelegd dan de concurrenten in het buitenland. Witlox, tevens voorzitter van de Kring Vlees van de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders: “Brussel heeft gezegd: we betalen 50 procent van de steunmaatregelen, maar Veerman praat over steun gecombineerd met “structuurmaatregelen', zónder te zeggen wat hij daarmee bedoelt.“

Veerman heeft, toen hij twee weken geleden in de Tweede Kamer over de noodzaak van structuurverandering sprak, niet aangegeven waar hij op doelde. Veerman wees er in de Kamer op dat de import van kippenvlees in de EU vanuit landen als Thailand en Brazilië toch niet tegen te houden is.

De sector zelf begrijpt dat er mogelijk juist een vermindering van de productie moet komen, maar denkt ook aan andere maatregelen, zoals het creëren van een nauwere band tussen de consument en het in Nederland geproduceerd kuiken via etikettering - iets dat boeren in Thailand nooit zullen kunnen bereiken. Daarnaast zijn er veel praktische wensen. “Ten eerste willen we een vergoeding voor de geleden schade over de laatste vier maanden“, zegt Witlox. “Ook is er de laatste tijd veel vlees opgeslagen dat, als het weer op de markt komt, de prijs nadelig kan beïnvloeden. Dat zou uit de markt genomen moeten worden.“

Een heel ander beeld van de pluimveesector, en de toekomst van het boerenbedrijf in het algemeen, ontstaat tijdens een gesprek met Gied Donkers in het Drentse Wapse. Donkers is parttime kippenboer en tevens docent aan de biologisch-dynamische landbouwschool Warmonderhof in Dronten. Hij is een van de vele boeren in Nederland die niet meer uitsluitend van de landbouw leven. 44 procent van de Nederlandse boeren verdient namelijk minder dan het minimuminkomen (22.300 euro), aldus het Landbouw Economisch Instituut, en een derde van hen doet er iets anders bij om rond te komen.

“Hier in Wapse is het niet anders“, zegt de vrouw van Donkers. Ze gaan in gedachten alle huizen langs. Van zeventien boerderijen doen er vier nog iets aan landbouw, twee alleen parttime. De andere dertien zijn woonhuizen. Donkers houdt duizend legkippen die het grootste deel van het jaar buiten zijn, bijvoorbeeld in het maïsveld naast de stal. Via de actie “adopteer een kip' creëert Donkers de band met consumenten die het productschap graag ziet in de concurrentiestrijd met goedkope landen. De “adoptieouders' kunnen via internet de leefomstandigheden van “hun' kip zien, en maandelijks tegen inruil van een bon hun eieren ophalen bij een biologische winkel in de buurt.

Donkers is van mening dat de intensieve landbouw weer dieren moet kweken die gezonder zijn, een betere kwaliteit leveren en gehouden worden op een manier die meer in overeenstemming is met de natuur, zoals het gemengde bedrijf dat een kringloop tussen verschillende onderdelen kent. Ziektes als vogelgriep zullen dan ook minder hard toeslaan, denkt hij. Donkers laat zijn dieren langer dan normaal - twee jaar in plaats van één - eieren leggen, en is een van de weinige boeren in Nederland die hun kippen hebben ingeënt tegen vogelgriep. Het zal hem niet helpen, als de andere boeren hun dieren niet inenten. Mocht de vogelgriep alsnog uitbreken, dan worden ook de kippen van Donkers geruimd en moet hij overnieuw beginnen.

    • Hans van der Lugt