Verdachte van mp3-moord is in Polen

De verdachte van de moord op de 17-jarige Joe Van Holsbeeck, die werd doodgestoken nadat hij had geweigerd zijn mp3-speler af te geven, bevindt zich in Polen. Dat zegt de Brusselse politie op basis van informatie over het gebruik van zijn mobiele telefoon.

Zijn 16-jarige handlanger, eveneens van Poolse komaf, werd gisteren in Brussel aangehouden, twaalf dagen naar de moord. Aanvankelijk was op grond van video-opnamen aangenomen dat zij van Noord-Afrikaanse origine waren.

Joe Van Holsbeeck werd op 12 april tijdens de avondspits in de hal van station Brussel Centraal vermoord. Afgelopen zondag gingen 80.000 mensen in Brussel de straat op voor een stille mars.

De politie is de daders op het spoor gekomen dankzij nog niet vrijgegeven beelden van een bewakingscamera. Die werden gisteren getoond aan schooldirecteuren uit Brussel. Een van hen heeft de 16-jarige jongen herkend die vervolgens kon worden opgepakt. Hij ging naar school in de Brusselse gemeente Anderlecht.

De jongen die is opgepakt, is niet degene die Joe Van Holsbeeck heeft doodgestoken. Hij werd thuis opgepakt. Zijn ouders zouden hebben geweten dat hun zoon bij de moord betrokken was, aldus de krant Het Laatse Nieuws.

De moord beheerst al ruim een week de voorpagina's in België en heeft geleid tot discussies over jeugdcriminaliteit, maar niet tot een minderhedendebat. Hoewel iedereen in het land ervan uitging dat de daders - donkere haren, sportkleding - van Noord-Afrikaanse afkomst waren, waarschuwden alle politici voor generalisaties. Ook de ouders van het slachtoffer deden dat.

Alleen het extreemrechtse Vlaams Belang en Jean-Marie Dedecker, een dissidente politicus van de liberale VLD, legden een verband tussen de vermeende afkomst van de daders en de moord. Nadat een groot aantal politici had aangekondigd zondag mee te zullen lopen, besloot het Vlaams Belang dat niet te doen.

Premier Guy Verhofstadt praat morgen met alle verantwoordelijke ministers over een versterking van de aanpak van jeugdcriminaliteit. Hij noemde de stille mars “een stille schreeuw om een antwoord op de vraag hoe dit is kunnen gebeuren en vooral hoe ervoor kan worden gezorgd dat dit niet meer gebeurt“. De premier vindt dat er snel een wet moet komen die het mogelijk maakt minderjarigen zwaarder te straffen.