Stuur de Antilliaanse probleemjongeren terug

We kunnen niet om het wetsvoorstel heen: we zullen alle criminele Antillianen moeten terugsturen. Maar dit moet niet opgaan voor de Arubanen, stelt Frank Bovenkerk.

Het wetsvoorstel waarmee Nederland beoogt Antilliaanse en Arubaanse risicojongeren terug te zenden naar hun geboorteland wanneer zij voor ernstige strafbare feiten veroordeeld zijn, is discriminerend omdat er fundamenteel onderscheid wordt gemaakt tussen soorten onderdanen van het Koninkrijk.

Zo'n maatregel laat zich alleen verdedigen als daarmee een zeer ernstig probleem kan worden opgelost. Naar mijn inzicht is dat inderdaad het geval. Ergens tussen de twee- en tienduizend jongemannen die afkomstig zijn uit de Nederlandse Antillen vertonen een opmerkelijk criminaliteitsprofiel (disproportioneel geweld, vuurwapenbezit, prominent in de handel in verdovende middelen) en in 22 Nederlandse gemeenten wordt dit als ondraaglijke overlast ervaren.

Het gaat om jongens die in hun jeugd zijn verwaarloosd door hun vaders, door tienermoeders die uit werken moesten gaan en die hen opvoedden volgens een onpedagogisch grillig patroon. De kans dat ze reeds op tienjarige leeftijd een criminele levensstijl hebben ontwikkeld is aanzienlijk. Als zulke jongens met een enkele reis Nederland binnenkomen, wanneer hun beheersing van het Nederlands slecht is, als ze geen enkele opleiding hebben afgemaakt, wanneer zij op de Antillen reeds voor ernstige feiten met politie en justitie in aanraking zijn geweest en als ze geen duidelijk adres kunnen laten zien van een familielid of een voogd die hen op zal vangen, is het beter hen helemaal Nederland niet binnen te laten. Zij hebben een zeer grote kans om aansluiting te vinden bij andere Antilliaanse delinquenten, op wie de Nederlandse autoriteiten ondanks allerlei nota's, overleg en interventieprojecten nauwelijks vat kunnen krijgen.

Beter zou de Antilliaanse overheid mee kunnen doen met de Nederlandse om hun mobiliteit te stoppen, maar dat gebeurt niet. Dergelijke jongens groeien in Nederland door in de misdaad tot ze op een zeker moment in hun carrière (bijvoorbeeld wanneer de grond hun te heet onder de voeten is) teruggaan naar Willemstad. Het aantal gevallen van moord en doodslag stijgt op Curaçao altijd met de vakantieperiode in Nederland van kerst en carnaval. Dit is een verschijnsel van heel midden-Amerika waar de leden van jeugdbendes die zich tot keiharde gangsters hebben ontwikkeld op het asfalt van Los Angeles en Chicago, terugkomen als marabuntas (Spaans voor een bepaald type dodelijke mier). De president van Honduras, Maduro, kan ervan meepraten nadat zijn zoon door een van deze maras is doodgeschoten.

Als de Antilliaanse regering niet meewerkt, zie ook ik geen andere mogelijkheid dan hen terug te zenden. Dat zo'n regeling betrekking heeft op alle Antillianen, is op zichzelf discriminerend. Het echte probleem zit bij jongeren uit de Nederlandse Antillen die afkomstig zijn uit niet meer dan vijftien probleemwijken op Curaçao. Met de overige bewoners uit de Antillen (Curaçao heeft in totaal 160 wijken) is in crimineel opzicht weinig aan de hand en dat geldt ook voor de groep van middenklassemigranten die reeds tientallen jaren in Nederland wonen. Ik zie echter niet hoe het administratief anders zou kunnen dan de regeling op de gehele bevolking van toepassing te verklaren.

Maar als je discrimineert, moet je het ook goed doen. Het ontgaat mij volkomen waarom ook de ruim 100.000 Arubanen onder deze regeling moeten vallen. Die groep levert geen enkel bijzonder crimineel risico op. Ze staan er alleen maar bij omdat de cijfers in onze statistieken Antillianen en Arubanen samen nemen in plaats van apart. In de literatuur over de criminaliteit van Antillianen in Nederland worden de Arubanen nergens zelfstandig genoemd. In de twee onderzoeken in de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel is dat ook zo. De één gaat over statistiek en daar staat een gecombineerde kolom over Antillianen/Arubanen en de ander gaat over vuurwapenbezit en daar wordt het hele woord Arubaan niet eens in genoemd. Aruba vormt te midden van het Caraïbische gebied (Jamaica, Haïti, Dominicaanse Republiek) een oase van rust. De jaarverslagen van de politie over alledaagse criminaliteit laten niets bijzonders zien. Het laatste criminologische onderzoek dat men er nodig heeft gevonden te doen, dateert van 1996. Het onderzoek “Jeugdcriminaliteit op Aruba' is verricht door twee Nederlandse onderzoekers: Van der Laan en Essers. Zij verbazen zich over de lage criminaliteit, die per 1.000 inwoners nog niet één vierde is van die in Nederland. Ook het interessante rapport over drugs in Aruba van Sankatsing toont een opmerkelijk ontspannen beeld.

Als er wetenschappelijk iets interessant is aan het geval Aruba, dan is het wel dat de misdaadcijfers er zo opvallend laag zijn. Het land ligt nota bene het dichtst bij Colombia van het gehele Koninkrijk der Nederlanden en er zijn dagelijkse vluchten naar Amerika en Nederland. Desondanks is het aantal bolletjesslikkers in de vliegtuigen uit Aruba bij onze honderd-procent-controles op Schiphol opmerkelijk laag. Misschien komt het door de relatieve welvaart van dit toeristeneiland of door de greep die de rooms-katholieke kerk nog steeds op de bevolking heeft? Er is in ieder geval geen enkele reden om de inwoners van dit eiland te stigmatiseren door hen mee te nemen in het wetsvoorstel om criminele Antillianen retour te zenden. Aruba is al twintig jaar een land op zichzelf.

Frank Bovenkerk is hoogleraar criminologie aan de Universiteit Utrecht.