Stuur Antillianen terug

Veel Antilliaanse jongeren in Nederland vertonen ernstig crimineel gedrag.

Als de Antilliaanse regering niet meewerkt, is terugsturen de enige mogelijkheid.

Het wetsvoorstel waarmee Nederland beoogt Antilliaanse en Arubaanse risicojongeren terug te zenden naar hun geboorteland wanneer zij voor ernstige strafbare feiten veroordeeld zijn, is zonder meer discriminerend omdat er fundamenteel onderscheid wordt gemaakt tussen soorten onderdanen van het Koninkrijk. Zo'n maatregel laat zich alleen verdedigen als daarmee een zeer ernstig probleem kan worden opgelost. Naar mijn inzicht is dat inderdaad het geval. Ergens tussen de twee- en tienduizend jongemannen die afkomstig zijn uit de Nederlandse Antillen vertonen een opmerkelijk criminaliteitsprofiel (disproportioneel geweld, vuurwapenbezit, prominent in de handel in verdovende middelen). Tweeëntwintig Nederlandse gemeenten ervaren dit als ondraaglijke overlast.

Het gaat om jongens die in hun jeugd zijn verwaarloosd door hun vaders en tienermoeders die uit werken moesten gaan en die hen hebben opgevoed volgens een grillig, onpedagogisch patroon. De kans dat ze reeds op tienjarige leeftijd een criminele levensstijl hebben ontwikkeld, is aanzienlijk. Als zulke jongens met een enkele reis Nederland binnenkomen, wanneer hun beheersing van het Nederlands slecht is, als ze geen opleiding hebben afgemaakt, wanneer zij op de Antillen reeds voor ernstige feiten met justitie in aanraking zijn geweest en als ze geen duidelijk adres kunnen laten zien van een familielid of een voogd die ze op zal vangen, is het beter ze Nederland helemaal niet binnen te laten. Zij vinden zeer waarschijnlijk aansluiting bij andere Antilliaanse delinquenten waar de Nederlandse autoriteiten ondanks allerlei nota's, overleg en interventieprojecten nauwelijks vat op kunnen krijgen.

Beter zou de Antilliaanse overheid kunnen meedoen met de Nederlandse om hun mobiliteit te stoppen, maar dat gebeurt niet. Dergelijke jongens groeien in Nederland door in de misdaad tot ze op een zeker moment in hun carrière teruggaan naar Willemstad. Het aantal gevallen van moord en doodslag stijgt op Curaçao altijd met de vakantieperiode in Nederland van kerst en carnaval.

Als de Antilliaanse regering niet meewerkt, zie ook ik geen andere mogelijkheid dan hen terug te zenden. Dat zo'n regeling betrekking heeft op alle Antillianen is op zichzelf discriminerend. Het echte probleem zit hem bij jongeren uit de Nederlandse Antillen die afkomstig zijn uit niet meer dan vijftien probleemwijken op Curaçao.

Met de overige bewoners uit de Antillen - Curaçao heeft in totaal 160 wijken - is in crimineel opzicht weinig aan de hand en dat geldt ook voor de groep van middenklassemigranten die reeds tientallen jaren in Nederland wonen. Ik zie echter niet hoe het administratief anders zou kunnen dan de regeling op de gehele bevolking van toepassing te verklaren.

Maar als je discrimineert, moet je het ook goed doen. Het ontgaat mij volkomen waarom ook de ruim 100.000 Arubanen onder deze regeling moeten vallen. Die groep levert geen enkel bijzonder crimineel risico op. Ze staan er alleen maar bij omdat de cijfers in onze statistieken Antillianen en Arubanen samen nemen in plaats van apart. In de literatuur over de criminaliteit van Antillianen in Nederland worden de Arubanen nergens zelfstandig genoemd. Aruba vormt temidden van het Caraïbische gebied (Jamaica, Haïti, Dominicaanse Republiek) een oase van rust. De jaarverslagen van de politie over alledaagse criminaliteit laten niets bijzonders zien. Het laatste criminologische onderzoek dat men er nodig heeft gevonden te doen, dateert van 1996. Het is van de hand van twee Nederlandse onderzoekers: Van der Laan en Essers en heet Jeugdcriminaliteit op Aruba. De onderzoekers verbazen zich over de lage criminaliteit, die is dan per 1000 inwoners nog niet een vierde van Nederland. Ook het interessante rapport over Drugs in Aruba van Sankatsing toont een opmerkelijk ontspannen beeld.

Als er wetenschappelijk iets interessant is aan het geval Aruba dan is het wel dat de misdaadcijfers er zo opvallend laag zijn. Het land ligt nota bene het dichtste bij Colombia van het gehele Koninkrijk der Nederlanden en er zijn dagelijkse vluchten naar Amerika en Nederland. Desondanks is het aantal bolletjesslikkers in de vliegtuigen uit Aruba bij onze controles op Schiphol opmerkelijk laag. Misschien komt het door de relatieve welvaart van dit toeristeneiland of door de greep die de rooms- katholieke kerk nog steeds op de bevolking heeft.

Er is in ieder geval geen enkele reden om de inwoners van dit eiland te stigmatiseren door ze mee te nemen in het wetsvoorstel om criminele Antillianen retour te zenden. Aruba is al twintig jaar een land op zichzelf.

Frank Bovenkerk is hoogleraar criminologie aan de universiteit van Utrecht.