Singapore flirt met de rituelen van de democratie

In Singapore ontbreekt het aan niets. Er is zelfs een dissident. Chee Soon Juan voert - bijna alleen - al jarenlang strijd tegen de eeuwige machthebbers van deze 4,2 miljoen inwoners tellende stadsstaat. Op de markt van de wijk Yisyun trekt Chee van leer tegen de heersende kaste. Passanten op deze vroege zondagochtend blijven even staan, eerder om te kijken hoe dit afloopt dan om zich in een debat te mengen. Enkele keren meldt zich een agent om Chee te zeggen dat hij zonder vergunning staat te oreren en dat hem een boete van 10.000 Singaporese dollars kan kosten. Chee geeft lik op stuk en het loopt goed af.

Singapore is een Aziatisch succesverhaal en geleidelijk aan ook een pilot-project voor modern regeren op zijn Aziatisch. Chinese machthebbers kijken jaloers toe, Vietnamese communisten zien het als voorbeeld en Indonesische democraten zouden hun systeem er zo voor willen inruilen. Het is een autoritair maar modern systeem, het kan onverbiddelijk zijn maar heeft democratische trekjes, het is bijzonder effectief en het heeft Singapore tot een schiereiland van welstand gemaakt, omringd door Derde Wereld.

Singapore heeft zich aan de omgeving ontworsteld in een koortsachtig streven naar kwaliteit en perfectie en is het financiële centrum van Azië geworden. Het heeft enorm geïnvesteerd in onderwijs en onderzoek, voor vele miljarden werden topinstituten ontwikkeld. De overheid ontwikkelde zich tot een eigensoortig bedrijf met compromisloze ambities. Kenmerkend is bijvoorbeeld het investeringsfonds Temasek. Dat duikt overal in de wereld op om in bedrijven te participeren, heeft een vermogen van zeventig miljard euro en een hoog opgeleid team van sectordeskundigen.

Wat Temasek bijzonder maakt is dat het bedrijf geheel in handen is van de overheid. Geheel in deze geest worden ministers betaald als managers van ondernemingen onder het motto: dezelfde prestaties, dezelfde slagvaardigheid.

Enkele jaren heeft Singapore te lijden gehad van de langer wordende schaduw van China. Banken verhuisden naar Hongkong of Shanghai en de groeicijfers daalden. Inmiddels heeft Singapore met het oude recept van investeren in onderwijs, onderzoek en infrastructuur de weg naar boven weer gevonden. Het eerste kwartaal van dit jaar groeide de economie met 9 procent. De staatskas vertoont weer een overschot.

Dat is de ene kant. Aan de andere kant gaat die welvaart niet gepaard met een feilloos werkende democratie. Bij de verkiezingen op 6 mei zullen maar weinig mensen stemmen op de enige oppositiepartij, de Singapore Democratic Party van Chee Son Juan. De gangbare opvatting is nu eenmaal dat je op de regeringspartij stemt. Die zorgt voor rust, orde en welvaart en voor iedereen die hard wil werken, aan het gezin hecht en wat geld wil verdienen.

Voor het geval een kiezer mocht twijfelen: wijken waar netjes op regeringskandidaten wordt gestemd, staan er beter voor. De invloedrijke founding father van het Singaporese model, Lee Kuan Yu (82) doet daar niet ingewikkeld over: “Iedere regering zorgt eerst voor zijn kiezers, of het nou in Amerika is, in Groot-Brittannië, Australië, Maleisië, Thailand of Singapore“, vertelt de “Mentor van de ministerraad', zoals zijn officiële functie luidt, op een verkiezingsbijeenkomst in een fraai winkelcentrum bij Redhill Lane. Hij spreekt afwisselend Engels en Mandarijn-Chinees. Volgens Lee zijn de oppositietypes in Singapore vaak een soort hooligans. De oppositie is trouwens niet echt nodig: “Tussen 1965 en 1981 was er geen oppositie en toch boekte Singapore snelle economische en sociale vooruitgang.“

De dominante politieke beweging, de People's Action Party, is sinds de onafhankelijkheid van het schiereiland in 1965 aan de macht. In het scheidende parlement bezet de regeringspartij 82 van de 84 zetels. De partij mag op de steun van de Singaporezen rekenen omdat zij met krachtige hand voor orde en netheid zorgt. De stad is aangeveegd, heeft de mooiste dierentuin van Azië, houdt vlekkeloos verlopende oefeningen tegen een mogelijke vogelgriepuitbarsting in Azië. De stad is vrij van smoezelige buurten en de hele wereld weet inmiddels dat je beter niet met drugs in Singapore kunt opduiken. De overheid propageert met succes “Aziatische waarden' van gezag, gehoorzaamheid, werk, gezin en harmonie.

Ook in de media lijken de verkiezingen net echt. De oppositie komt aan het woord en Lee Kuan Yu kreeg vorige week zowaar een aantal lastige vragen van jonge mensen in een televisie-uitzending. Zijn zoon, de huidige premier Lee Hsien Loong, doet ook net of het spannend is: zullen die twee laatste districten ook nog worden veroverd op de oppositie?

In de spraakmakende televisie-discussie kreeg Lee van een jonge journaliste de vraag voorgelegd of Singapore niet sterker zou worden van een beetje meer vrijheid van meningsuiting. Lee's reactie is op alle televisiezenders vaak herhaald: “U bedoelt mij te zeggen dat wat er gebeurt in landen als Thailand [volksopstand en verkiezingsboycot, red.] en de Filippijnen [poging tot staatsgreep, red.], dat zoiets mensen bindt, dat je daarmee een natie opbouwt?“

De 26-jarige vragenstelster heeft inmiddels geschrokken laten weten dat zij bij de voorbereiding van het programma op het verkeerde been was gezet om “stevige vragen“ te stellen. Haast beteuterd meldde zij in de krant Today, waarvoor zij schrijft: “Iedereen die ons karakter bekritiseert, onze opvoeding, ons gebrek aan Aziatische waarden verwijt en gebrek aan respect voor minister-mentor Lee, die is niet fair. Wij werden uitgezocht om in dit forum de advocaat van de duivel te spelen.“