Scheiding binnenlands en buitenlands beleid

In haar column `In dubio abstine` (NRC Handelsblad, 14 april) maakt Margo Trappenburg ten onrechte een scheiding tussen binnenlands en buitenlands beleid. Een belangrijk verschil is volgens Trappenburg de moeilijkheidsgraad: binnenlands beleid is overzichtelijker en beter hanteerbaar dan buitenlands beleid. Hoewel het misschien zo mag lijken dat het ene gemakkelijker en dus anders is dan het andere, moet opgepast worden met het maken van zo`n strikt onderscheid.

Trappenburg geeft in haar artikel voorbeelden van drie landen (landen x, y en z) die alle drie kampen met binnenlandse problemen. Land x heeft te maken met een dictatoriaal regime, land y wordt geleid door een democratisch gekozen regering die een rechtssysteem wil invoeren op basis van religie en het democratisch bestel van land z staat er ook niet goed voor. Op de vraag of andere landen of misschien u en ik zouden moeten ingrijpen en zich moeten mengen in deze landen, stelt Trappenburg dat dit bij twijfel niet moet gebeuren. Dat is volgens haar namelijk een tweede verschil met binnenlands beleid: voor buitenlandse vraagstukken zijn we in beginsel niet verantwoordelijk.

Ze vergeet hier echter dat de binnenlandse aangelegenheden in een bepaald land ook sterke invloed kunnen hebben op andere, nabijgelegen landen en hun inwoners. Denk bijvoorbeeld aan stromen vluchtelingen die uit Trappenburgs land x naar de landen a,b of c zouden kunnen trekken. Of denk aan de gevolgen van stakingen, oproer, internationale misdaad, milieuvervuiling, de verstoring van de economie van land a voor land y of z. Daarmee is wat zich in eerste instantie buiten de grenzen van deze landen afspeelde plotseling binnen de grenzen gekomen. Binnenlands beleid staat niet los van buitenlands beleid. Risico`s en gevaren zoals hierboven beschreven moeten dus niet los van elkaar worden benaderd. Hier is een internationale aanpak vereist, vanzelfsprekend geleid door een realistische en weloverwogen strategie.