Online pesten nog erger dan gedacht

Bijna een kwart van de leerlingen van groep acht en een vijfde van de brugklassers is slachtoffer van cyberpesten. Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek van de Open Universiteit Nederland en de GGD Zuid-Limburg. Dat jonge kinderen veel worden gepest via e-mail, msn en sms was al langer bekend, maar betrouwbare onderzoeksgegevens ontbraken.

Het onderzoek vond plaats onder 1.200 Nederlandse kinderen uit groep acht van het basisonderwijs en de brugklas en 850 ouders uit de Westelijke Mijnstreek in Zuid-Limburg.

Zestien procent van de leerlingen bekende dat ze zelf ook pesten via internet. Schelden, roddelen, negeren, beschuldigen en hacken zijn de meest voorkomende vormen van cyberpesten.

Kinderen geven aan vaker via internet gepest te worden (22 procent), en veel minder via de mobiele telefoon (8 procent). Het meest worden kinderen nog steeds op het schoolplein gepest (35 procent). Een van de problemen bij cyberpesten is dat de dader meestal anoniem is. Bijna 80 procent van alle gepeste leerlingen weet niet door wie ze gepest worden.

De kinderen geven in het onderzoek aan dat er zelden wordt ingegrepen door ouders of leraren. Soms krijgen ze wel hulp van klasgenoten. Veel ouders onderschatten volgens de onderzoekers de problematiek. Van de ouders denkt slechts 1,5 procent dat hun kind frequent - meerdere keren per maand - gepest wordt via internet. Volgens het onderzoek blijkt 6 procent van de basisschoolleerlingen van groep acht en 3 procent van de brugklassers frequent gepest te worden.

In Zuid-Limburg is sinds kort lesmatariaal beschikbaar om cyberpesten te voorkomen. “Cyberpesten, who cares?' is ontwikkeld door GGD Zuid Limburg, HALT Zuid-Limburg, de politie Zuid-Limburg en scholengemeenschap Groenewald in Stein.

Vorig jaar is ook door de Kinderconsument al een boekje gemaakt voor scholen met regels voor internetgebruik door kinderen. Ouders wordt aangeraden mee te kijken als hun kinderen op internet surfen of chatten, zeker als de computer op de kinderkamer staat.