Niemand weet of de hartcentra goed werken

In Nijmegen zijn meer hartpatiënten overleden dan gebruikelijk. Artsen werken er niet samen. Niemand weet of hartpatiënten elders wél goed worden geholpen. Dat zou onderzocht moeten worden.

Toen bekend werd dat in het UMC St Radboud in Nijmegen meer patiënten na een hartoperatie overleden dan gebruikelijk is en dat die patiënten er ook vaker opnieuw moesten worden geopereerd, wisten ze in dat ziekenhuis wel hoe dat kwam. Medewerkers en ook de directie van het ziekenhuis verklaarde dat het UMC St Radboud een academisch ziekenhuis is en dat de hartchirurgen er daarom patiënten opereren die al zieker binnenkomen dan in veel andere hartchirurgische centra in Nederland. De ingrepen zouden er ook ingewikkelder zijn. Onzin, verklaart een externe commissie van artsen en inspectuers die namens de Inspectie voor de Gezondheidszorg en het bestuur van het ziekenhuis onderzoek deed naar de oorzaak van de sterftecijfers. “Het tegendeel is eerder het geval.“

Nu blijkt dat wat in het Radboud speelt, vrijwel altijd speelt als aan het licht komt dat de zorg aan patiënten in een maatschap niet goed is: een slechte samenwerking tussen de medisch specialisten onderling en met medisch personeel van andere afdelingen waar diezelfde hartpatiënten mee te maken hebben. En: “De verhoogde mortaliteit en morbiditeit konden niet toe worden geschreven aan de tekortkomingen van één persoon of één groep in de cardiochirurgische zorgketen.“

Voor een goede behandeling van patiënten moeten artsen met elkaar en ander medisch personeel samenwerken. De afdeling intensieve zorg van het Sint Jans Gasthuis in Weert werd vorig jaar gesloten toen bleek dat door conflicten tussen longartsen en anesthesisten patiënten onnodig gevaar liepen. En in het Maasziekenhuis in Boxmeer zijn deze maand nog chirurgen ontslagen. Door ruzie in de maatschap ontstonden bij operaties complicaties.

Volgens de commissie die onderzoek deed naar de hoge sterfte onder hartpatiënten in het Nijmeegse ziekenhuis is in het Hartlongcentrum sprake van een “slecht functionerend zorgproces“. De manier van werken is er nauwelijks omschreven, waardoor individuele medewerkers iedere keer opnieuw doen wat hen dat op dat moment het beste lijkt. De intensivisten-in-opleiding dragen 's nachts de verantwoordelijkheid over een te grote groep intensive-carepatiënten. Dan is er geen IC-arts aanwezig. En de cardioloog, de hartchirurg en de IC-arts hebben ieder hun eigen dossier van een en dezelfde hartpatiënt. “Het aanvankelijk duidelijk gestructureerd overleg tussen verwijzers en thoraxchirurgen is in de afgelopen vijf jaar nagenoeg tot stilstand gekomen.“

Kan hartpatiënten in andere ziekenhuizen overkomen wat die in het ziekenhuis in Nijmegen overkwam? Bestuursvoorzitter C. van Herwaarden van het UMC St Radboud zegt geschrokken te zijn van de bevindingen van de externe commissie. De problemen blijken groter dan het ziekenhuis zelf dacht. Maar hij zegt ook: “Ik kan niet voor anderen praten, maar grote intensieve ketens zijn er in meer hartcentra.“ Volgens de commissie had het ziekenhuisbestuur eerder en actiever moeten ingrijpen, bijvoorbeeld na ernstige kritiek op het afdelingshoofd. Van Herwaarden erkent dat het bestuur al eerder signalen had ontvangen dat er problemen waren, maar die hadden, dacht hij toen, alleen betrekking op de afdeling hartchirurgie. “Wij dachten dat de problemen met name binnen de hartchirurgische afdeling zaten maar het gaat om de hele keten, alle betrokken afdelingen“.

De inspectie moet een onderzoek instellen naar de kwaliteit van álle hartcentra in Nederland, adviseert de externe commissie nu. En de inspectie zegt vandaag dat een goed idee te vinden. Want het hartchirurgisch centrum in Nijmegen is als een van de weinige hartcentra wél in staat de sterftecijfers op een eenduidige manier te registreren.

Veel andere hartcentra houden die cijfers en de complicaties na een operatie niet goed bij, of op een andere manier dan volgens de internationaal gebruikelijk. Daardoor zijn ze lastig met elkaar te vergelijken. “We hebben geen aanwijzingen dat de zorg in andere hartcentra niet goed zou zijn“, zegt een woordvoerster van de inspectie, “omdat de gegevens er niet zijn. We kunnen prestaties nu alleen vergelijken met wat in internationale wetenschappelijke literatuur als gebruikelijk wordt gezien.“ Daarop scoort Nijmegen in ieder geval in de periode van 2003 tot 2005 in ieder geval zeer slecht. Maar zonder goed cijfermateriaal is het niet verwonderlijk dat ziekenhuizen blijven denken dat het aan de patiënten ligt.

    • Esther Rosenbergmartin Steenbeeke