“Leren is niet altijd even leuk'

Kete Kervezee, inspecteur-generaal van het Onderwijs, vindt dat de geconstateerde leesachterstand wel degelijk te vermijden is. “Een kwestie van gewoon goed klassenmanagement.“

Utrecht, 26-09-2001 Inspectie van onderwijs Mw.mr.drs.C.Kervezee, Inspecteur-Generaal van het Onderwijs. Foto: Evelyne jacq Jacq, Evelyne

De helft van de Nederlandse basisscholen is niet in staat om kinderen met een leesachterstand bij de les te houden. Hoe komt dat?

Kete Kervezee, hoofd van de Inspectie van het Onderwijs: “Uit onderzoek blijkt dat in veel gevallen die leesachterstand helemaal niet nodig is. Het ligt niet aan de schoolsamenstelling of de achtergrond van de leerling, maar aan tekortschietende instructies op de scholen. Technisch lezen kan iedereen leren. Het is een kwestie van gewoon goed klassenmanagement, het bijhouden van de resultaten van de leerlingen en van goede overdracht aan collega's. Wanneer in het leesproces iets misgaat, moet een onderwijzer ingrijpen en meer instructie geven.“

“In het algemeen gesproken presteert het Nederlandse onderwijs goed, ook in vergelijking met het buitenland. Maar met de uitersten, de kinderen met een achterstand en de begaafde kinderen, weet het Nederlandse onderwijs zich geen raad.

“Een veel te grote groep leerlingen loopt de leesachterstand al in groep 3 op en haalt dat niet meer in. Zo'n leerling heeft daar zijn hele schoolloopbaan last van. In het vmbo kan twintig procent van de leerlingen de schoolboeken niet zonder hulp lezen.

“Maar die leesachterstand is niet zoiets als de regen waar je niets aan kan doen. Er is wel degelijk iets aan te doen. En dan zeg ik: “Laten we daar dan nu ook eens mee beginnen'. Waar gaat het mis met kinderen in het onderwijs? Dat staat allemaal in het jaarlijkse onderwijsverslag. Elf procent van de kinderen doet niet mee aan de Citotoets, er is een hardnekkig probleem met voortijdig schoolvebody.headrlaters, er is nog steeds saai en onuitdagend onderwijs, maar ook bestaat het gevaar dat de kwetsbare leerlingen met het nieuwe leren achterblijven.“

Zijn al deze problemen nog te overwinnen?

“We kunnen wel de hele tijd ons het hoofd breken over die voortijdig schoolverlaters, maar laten we dan ook eens kijken naar de oorzaken. Voor veel leerlingen die het onderwijs te vroeg verlaten, zitten die oorzaken in het onderwijs zelf. Te veel leerlingen lopen al in een vroeg stadium een achterstand op. Vooral voor kwetsbare kinderen kan het onderwijs een voortdurende opeenvolging van teleurstellingen zijn. Wat dacht u dat het met een kind doet dat niet mee mag doen met de Citotoets? Dat is een heel hard oordeel: “Je bent niet goed genoeg'. Daar zijn toch andere oplossingen voor? Zo'n kind kan een andere toets doen, maar wel tegelijkertijd met de klasgenootjes die wel de Citotoets maken. Daarnaast laten te veel scholen kinderen niet meedoen, omdat ze bang zijn voor de scores van de school. En dat kan absoluut niet. We hebben dit jaar al onverwachte inspectiebezoeken aan scholen afgelegd tijdens de Citotoets en gaan dat komende jaren nog vaker doen. Daarnaast vraag ik me af of bij een deel van deze kinderen de achterstand niet oplosbaar is zoals bij het leesonderwijs. Het is bij het voorkomen van voortijdig schoolverlaten vaak een kwestie van gewoon goed onderwijs in een vroeg stadium.“

En is het nieuwe leren dan geen oplossing?

“Het is heel goed dat scholen zoeken naar nieuwe vormen van leren om leerlingen uit te dagen en om te kijken of het onderwijs beter kan. Maar het is niet de bedoeling dat we beproefde methodes inruilen voor een vorm van onderwijs waarin we tegen elkaar zeggen: “Laten we het eens proberen'. Ook bij deze vorm van onderwijs bestaat het gevaar dat de zwakke leerling de dupe is. Uit onderzoek blijkt juist dat achterstandsleerlingen strak en gestructureerd onderwijs nodig hebben.“

Moeten we dat niet net zoals in Groot-Brittannië, waar eind jaren negentig door de overheid is ingegrepen wegens de aanhoudende slechte onderwijsprestaties, algemene eisen opleggen waaraan iedere leerling en school moet voldoen?

“Waar het mij om gaat is dat ten minste negentig procent van de basisscholen de kinderen aan het eind van groep 8 voldoende kennis in taal en rekenen hebben bijgebracht. Daarnaast moeten kinderen tussentijds getoetst worden. Scholen en ouders weten dan waar ze aan toe zijn. Over toetsen wordt in Nederland altijd heel angstvallig gedaan maar dat is onterecht. Kleuters op hun niveau toetsen is een goede manier om het onderwijs aan te bieden dat kinderen nodig hebben. En dat kan heel goed op een kindvriendelijke manier. In Nederland heerst een sfeer dat onderwijs vooral leuk moet zijn en dat kinderen er wel aan toe moeten zijn om te leren. Maar als het dan misgaat, roept iedereen moord en brand. We zijn de tijd voorbij dat onderwijs alleen maar leuk is. Het is toch van de zotte dat er spotjes op de radio te horen zijn dat meisjes in India naar school moeten en hier in Nederland alles leuk moet zijn. Leren is niet altijd leuk, maar het is wel - net als bij die Indiase meisjes - noodzakelijk voor het verdere leven.“