Kwaliteit van leesonderwijs ondermaats

Een kwart van de leerlingen verlaat het Nederlandse basisonderwijs met een leesachterstand van ten minste twee jaar. Vooral de kwaliteit van het leesonderwijs laat te wensen over.

Dat meldt de Inspectie van het Onderwijs in het jaarlijkse onderwijsverslag De staat van het onderwijs. Bijna vijftien procent van de kinderen loopt in groep drie een leesachterstand op. In groep vier is dat percentage verdubbeld. Uiteindelijk loopt de leesachterstand op tot ten minste twee jaar in groep acht. Dat betekent dat die leerlingen volgens de kerndoelen van het ministerie van Onderwijs op het leesniveau van eind groep zes zijn blijven steken.

Twintig procent van de vmbo-leerlingen beheerst het Nederlands onvoldoende om schoolboeken die speciaal voor hen zijn geschreven, zelfstandig te lezen. Ook zijn veel problemen tijdens stage of werk na de opleiding terug te voeren op taalproblemen. Autochtone achterstandsleerlingen hebben bijna evenveel kans op een leesachterstand als allochtone leerlingen.

Volgens de Inspectie wordt de basis voor voortijdig schoolverlaten bij veel leerlingen al in een vroeg stadium in het basisonderwijs gelegd. De helft van de Nederlandse basisscholen is niet in staat om vanaf groep drie de achterblijvers bij het lezen bij de les te houden.

De meeste leesachterstanden zijn volgens de Inspectie onnodig en te verhelpen met goed en effectief leesonderwijs. De leesachterstand heeft niets te maken met het soort school, schoolgrootte of de achtergrond van de leerlingen.

De verschillen tussen leerlingen hangen samen met de inrichting van het onderwijs. De tijd die scholen uittrekken voor technisch lezen, verschilt sterk. Juist zwakke lezers hebben veel baat bij extra tijd voor oefening en instructie, die niet iedere school hun kan geven.

Een andere conclusie van de Inspectie behelst deelname aan de Cito-toets. Elf procent van de leerlingen op de basisscholen doet niet mee aan de Cito-toets en dat is onaanvaardbaar, aldus de Inspectie. Ze gaat komend jaar basisscholen onverwachts tijdens de Cito-toets bezoeken om deelname van leerlingen te controleren.

Ook constateert de Inspectie een toename van het aantal leerlingen in de twee laagste niveaus van het voortgezet onderwijs. In het zogeheten leerwegondersteunend voortgezet onderwijs nam de leerlingenpopulatie tussen 2000 en 2004 toe met 11 procent. Het aantal leerlingen in het praktijkonderwijs is tussen 2002 en 2004 gestegen met 16 procent.