Juist nu hervormen

De wereldeconomie bloeit. Voor het vierde achtereenvolgende jaar bedraagt de wereldwijd gemeten economische groei rond de 5 procent. Dat is de laatste dertig jaar niet voorgekomen. De voorspoed bestendigt de welvaart in de gevestigde en opkomende industrielanden en tilt elders talloze mensen uit de armoede. Toch is de sfeer er niet naar. Het veiligstellen van de energietoevoer staat hoog op de internationale agenda, zeker nu de prijs van ruwe olie naar nieuwe records stijgt en aan de stabiliteit en betrouwbaarheid van de belangrijkste leveranciers wordt getwijfeld. De Doha-ronde voor handelsliberalisering zit nog steeds aan de grond. En het spaartekort van de Verenigde Staten en het overschot in een groot deel van de rest van de wereld, met name Oost-Azië, trekken de wereldeconomie gevaarlijk uit balans.

Veel van deze verschijnselen hebben direct of indirect te maken met wat globalisering wordt genoemd: de steeds complexere internationale verstrengeling van productiepatronen en financiële transacties. Het lijdt geen twijfel dat globalisering leidt tot een steeds verfijnder en dynamischer arbeidsdeling, waardoor arbeid en kapitaal efficiënter worden aangewend. Dat is van oudsher een van de belangrijkste bronnen van productiviteitsstijging en dus van welvaartsgroei.

Het is niet verrassend dat de politieke agenda achterloopt bij al deze dynamiek. Maar het is wel hoog tijd voor een inhaalslag. Naarmate de internationale lotsverbondenheid samen met de globalisering groeit, wordt een betere samenwerking noodzaak. Daar schort het aan. Dat komt deels doordat de bestaande structuren aan het verouderen zijn. De nieuwe deelnemers aan de wereldeconomie verdienen een betere vertegenwoordiging in de internationale fora. Het is daarom gunstig dat het Internationaal Monetair Fonds (IMF) pleit voor een eerlijker verdeling van invloed in het fonds, dat nu nog door Europa en de VS wordt gedomineerd. Ook moet de coördinatie van economische en financiële politiek minder vrijblijvend worden. Het IMF heeft dan ook plannen voor “multilaterale surveillance': regelmatige samenkomsten van landen die er toe doen om een gezamenlijk beleid te definiëren en ook echt uit te voeren.

Globalisering eist antwoorden op nationaal niveau. Japan en China zullen meer verantwoordelijkheid moeten nemen voor de internationale economie, waar zij nu nog gratis op de treeplank meerijden. Dat betekent vooral het openen van de eigen markten. De Verenigde Staten zullen hun financiële verantwoordelijkheid moeten nemen, in plaats van de wereld te overspoelen met gepofte dollars. En Europa moet ervan doordrongen raken dat de gekoesterde verzorgingsstaat alleen kan worden gehandhaafd door hervormingen die de economische dynamiek vergroten. De werknemer zal wat meer onzekerheid moeten incasseren om op termijn de sociale zekerheid te garanderen.

Als er één jaar is waarin verantwoordelijkheden niet uit de weg moeten worden gegaan, dan is het wel het gunstige 2006, het jaar waarin alles meezit. Maar juist nu lijkt de bereidheid tot hervormen in veel landen tot een dieptepunt gedaald. Dat is een houding die de wereldgemeenschap zich dadelijk niet meer zo makkelijk kan permitteren. Laat niemand zich in slaap sussen door de toevalligheid van een gezamenlijke hoogconjunctuur.