Jeugdrechter krijgt weinig informatie

Jeugdrechters beschikken vaak over onvoldoende informatie tijdens rechtszittingen met minderjarigen. De Raad voor de Kinderbescherming en de Bureaus Jeugdzorg leveren geregeld onvolledige dossiers aan.

Dat blijkt uit het rapport “De positionering van de Jeugdrechter' dat werd opgesteld in opdracht van de Raad voor de Rechtspraak.

Volgens de ondervraagde jeugdrechters worden zij vaak geconfronteerd met “pakken papier en niet altijd heldere voortgangsrapportages' die ze ook vaak te laat ontvangen. In de praktijk werken hulpverleningsorganisaties volledig langs elkaar heen of voeren hun taak niet naar behoren uit.

“Rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming of de jeugdreclassering komen met grote regelmaat pas op de dag van de zitting binnen“, aldus een rechter. “Soms zie je het pas voor het eerst als de verdachte al tegenover je zit.“

Gezinsvoogden sturen vaak vertegenwoordigers naar zittingen die het dossier nauwelijks kennen. Zij kunnen de rechter niet op zitting informeren.

De rechters vinden dat de ondersteuning van problematische ouders slecht is ontwikkeld. “Zwakke en zorgmijdende ouders worden aan hun lot overgelaten, totdat het zo uit de hand is gelopen dat er een kinderbeschermingsmaatregel nodig is.“ Er wordt volgens ondervraagde rechters “te lang doorgemodderd in het vrijwillige circuit“. Ook de lange wachttijd voor een jeugdinrichting ondermijnt de effectieve uitvoering van veel maatregelen. In 2004 luidden jeugdrechters de noodklok over het gebrek aan opvangplaatsen.

Gezinsvoogden functioneren volgens jeugdrechters in de praktijk onvoldoende, omdat zij te maken hebben met veel bureaucratische rompslomp en onvoldoende kennis in huis hebben. “Veel te veel gezinsvoogden zijn onvoldoende toegerust voor hun zware taken.“ Ook medewerkers van de Bureaus Jeugdzorg zijn vaak onvoldoende opgeleid, waardoor regelmatig “groentjes' worden ingeschakeld. Dat heeft ook gevolgen voor het functioneren van gezinsvoogden, die door de Bureaus Jeugdzorg gecontroleerd worden.