Het leeskussen als beloning op Kameleon Oost

De leerlingen van basisschool De Kameleon Oost in Den Bosch konden jarenlang niet goed genoeg lezen, vond de Inspectie van het Onderwijs. Nu is de vooruitgang spectaculair.

Net buiten het klaslokaal van groep vijf leest de negenjarige Enzo een boek, comfortabel achteroverliggend op een grote, rode poef. Hij was eerder dan de andere kinderen klaar met zijn klassikale werk, vertelt hij. Als beloning mocht hij een boek pakken en plaats nemen op het “leeskussen“, waarvan iedere klas van basisschool De Kameleon Oost in Den Bosch een exemplaar heeft.

In haar vandaag gepresenteerde jaarverslag constateert de Inspectie van het Onderwijs dat het leesonderwijs op veel scholen onder de maat is. Door oplopende leesachterstanden verlaat een kwart van de leerlingen de basisschool met een leesachterstand van twee jaar. De Inspectie doet een aantal aanbevelingen, waarvan betere instructie van zwakke lezers de belangrijkste is.

Op basisschool De Kameleon Oost zijn die aanbevelingen al doorgevoerd. Met spectaculaire resultaten: het gemiddelde schooladvies voor het type voortgezet onderwijs liep in drie jaar op van praktijkschool naar havo.

Volgens locatieleider Rini van Erp (53) is een sterke vooruitgang in het leesniveau de belangrijkste oorzaak van die stijging. Om het leesniveau te bevorderen heeft de school alles in het teken van lezen gesteld. Boekenkasten staan in klaslokalen en op de gangen.

De Kameleon Oost is, volgens Van Erp, “een typische buurtschool“. De buurt in kwestie is de Graafsewijk, die zowel in 2000 als vorig jaar in het nieuws kwam toen er relletjes uitbraken. Van Erp omschrijft de wijk als “een echte volkswijk, waar autochtonen en allochtonen door elkaar wonen“. Die verhouding wordt weerspiegeld door de leerlingenpopulatie op de buurtschool, die zes jaar geleden na een fusie in het huidige gebouw aan de Graafseweg terechtkwam.

In de beginjaren constateerde de Inspectie van het Onderwijs een aantal jaren achtereen rij dat het leesonderwijs op De Kameleon Oost ondermaats was. De gemiddelde score op de Citotoets in 2003 was 520. “Dat is het niveau waarop je kinderen naar een praktijkschool stuurt“, zegt Judith van den Berg (28), juf van groep vijf. Niet alleen de leerlingen van groep acht presteerden onder de maat. Ook de na ieder schooljaar afgenomen tussentoetsen lieten een somber beeld zien.

Om het tij te keren ging De Kameleon Oost deelnemen aan het zogeheten Onderwijskansenplan, in 2000 door het ministerie van Onderwijs gelanceerd ter bestrijding van achterstanden. Bovendien werd de school onderwerp van onderzoek door onderwijskundige dr. Thoni Houtveen van de Universiteit Utrecht. Zij introduceerde het Flexit-project (flexibilisering van leerinhoud en leertijd), waarmee leesachterstanden worden bestreden.

Judith van den Berg werd, naast haar functie als onderwijzeres, aangesteld als coördinator leesbevordering. Haar doel is de woordenschat van leerlingen op alle niveaus structureel te vergroten en de kinderen plezier in het lezen te geven. Van den Berg: “Tijd vrijmaken om te lezen is van het grootste belang. Tegenwoordig begint elke klas 's ochtends altijd met lezen. Bovendien hebben we elke dag vrij lezen in het lesrooster opgenomen.“

De Kinderboekenweek krijgt ruime aandacht op school, er komen schrijvers op bezoek en bovenbouwkinderen lezen kinderen uit de onderbouw voor. Ook de inrichting van de school is veranderd.

Door het hele schoolgebouw staan goed gevulde boekenkasten, zowel in als buiten de lokalen. “En de bibliotheek wordt telkens aangevuld met de nieuwste boeken“, zegt Van den Berg.

Ook de rol van de leerkrachten is veranderd, zoals Houtveens project voorschrijft. Al vanaf de kleuterklassen wordt aandacht besteed aan de woordenschat van kinderen. Op die manier, is de redenering, worden de voorwaarden geschapen om in groep drie eenvoudiger op het juiste niveau te leren lezen. Ieder kind met een leesachterstand krijgt persoonlijke aandacht en extra lestijd.

Het is niet toevallig dat het gewijzigde leesbeleid van de Bossche basisschool vrijwel geheel conform de aanwijzingen van de Inspectie is. Ook de Inspectie leunt zwaar op onderzoeken van onderwijskundige Thoni Houtveen.

Beleidsmedewerker Sicco Baas van VOS/ABB, de vereniging van openbare en algemeen toegankelijke scholen, onderschrijft het belang van continue aandacht voor lezen. Baas, die onderzoek deed naar leesachterstanden in Noord-Nederland, zegt dat “twee tot tweeënhalf uur per week“ aandacht voor lezen nodig is om de achterstanden weg te werken.

De veranderingen zijn, zegt Rini van Erp, “het beste wat ons kon overkomen“. De Cito-score van dit jaar was 539,2, circa vier punten boven het landelijk gemiddelde.

De verbeteringen waren niet onmiddellijk zichtbaar. Na één jaar was de Cito-score bijvoorbeeld slechts met 1,7 punt gestegen. Toen was het wel even lastig om het team gemotiveerd te houden, zegt Van Erp. “Je hebt er natuurlijk altijd sceptici tussen zitten. Maar toen de resultaten vanaf vorig jaar duidelijk zichtbaar werden, nam het enthousiasme toe.“ Leerkracht Van den Berg roemt de “gelijke aanpak“ die alle leerkrachten er momenteel op nahouden, waardoor leerlingen ieder jaar weten waar ze aan toe zijn.

Eén leerling van groep acht heeft dit jaar geen woord fout gespeld in de klassikale spellingtest. Een ander schreef onder meer “regenwout' en “metode'. Ondanks alle nieuwe methodes blijven sommige leerlingen zwakker dan gemiddeld presteren. Niettemin gaan er meer kinderen naar het vwo, zegt Van Erp. “En gezien het volkse karakter van deze wijk, waar bijna iedereen blijft wonen, komt dat het opleidingsniveau van de hele wijk ten goede.“

    • Derk Walters