HET BEELD

Soms weet je als recensent niet meteen wat je van iets moet vinden. Het kan een kwestie van wennen zijn, en dan is het bij een nieuwe serie verstandig om even op het tweede deel te wachten.

Ned.2 (BNN), Over mijn lijk, 24 april, 22.06u. BNN

Vorige week neigde ik na de eerste aflevering van Over mijn lijk (BNN) naar gêne en ergernis. Het was te zien dat de documentaireserie over ongeneeslijk zieke jongeren met zorg, geduld en respect gemaakt was, en dat zowel een gevoel voor humor als de afwezigheid van sentiment weldadig verschilde van de zieligheidscultus op Nederland 1.

Aan de andere kant vroeg ik me af waarom ik geacht werd geïnteresseerd te zijn in details over haaruitval en uitzaaiingen en voelde me onprettig als voyeur van een aangekondigde dood. Toen presentator-interviewer Patrick Lodiers in de publiciteit rond het programma verklapte dat vier van de vijf hoofdpersonen de eerste uitzending niet gehaald hadden en alleen Wiebe (21) nog leefde, viel voor mij de deur dicht. Wat misschien ook wel aardig is om even te vertellen: de dood als marketing tool. De BNN-gewoonte om in navolging van commerciële zenders elk op jongeren gericht programma vol te metselen met vrolijke popmuziek uit de top-40 is bovendien niet bevorderlijk voor een gevoel van authenticiteit.

Gisteren zette ik me schrap voor deel twee, na de aankondiging “volgende week in Over mijn lijk: Karin laat zich rondleiden door het crematorium en slaat daarbij de oven niet over“.

Juist die scène bleek echter het keerpunt in mijn waardering. De directeur van de instelling laat inderdaad de oven zien en vertelt dat de familie, mits niet in al te grote aantallen, best mag meekijken hoe de kist vlam vat. Karin vraagt aan haar vriend of hij daar belangstelling voor heeft en dat blijkt niet het geval. Wel vraagt ze of je ook naakt in je kist mag worden gelegd. Dat lijkt haar wel prettig, want je bent toch ook naakt geboren.

Dit soort nuchtere logica vind ik niet alleen verhelderend, maar ook bevrijdend. Nog zo'n moment doet zich voor wanneer Fedde, een 29-jarige econometrist met een hersentumor, samen met zijn ouders de specialist bezoekt en zijn moeder vraagt of de arts enig idee heeft hoe lang haar zoon nog zal leven. Fedde kijkt verstoord en zegt tegen haar: “Dat mag je niet vragen, dat wil ik niet weten.“ Of wanneer de vraag opgeworpen wordt of je op een vermoedelijk laatste verjaardag “Lang zal-ie leven“ mag zingen.

Echt interessant is het inzicht dat landschapsarchitect Elmar (34) ons schenkt. Vroeger kon hij geen nee verkopen en ontwierp honderd en twintig tuinen per jaar. Nu kan hij elk moment wakker worden met een dwarslaesie en maakt veel betere ontwerpen, vindt hij. Waarom? Omdat hij niet meer bang is, want wat moet je nog vrezen in het gezicht van de dood. Die positie creëert geestelijke vrijheid.

Het lijkt op wat schrijver Philip Roth (73), in een zeldzaam televisieoptreden, in Nova aan Michaël Zeeman vertelde over zijn werkdrift. Maar ook zonder dit intellectuele alibi zou ik mijn oordeel over de BNN-serie na deel twee in positieve richting hebben bijgesteld. Ik wil het toch wél weten, hoe kraakbeenkanker zich manifesteert en hoe Geja zelf een liedje opneemt voor haar uitvaart. Het zijn aardige, dappere en eerlijke mensen en dit is BNN op z'n best.

    • Hans Beerekamp