Een nieuw seizoen, een nieuwe rege l

Het rally-pointsysteem in het volleybal ingevoerd, bij kunstrijden wordt anders gejureerd en in het hockey is de buitenspelregel afgeschaft. Hoe heilzaam zijn regelwijzigingen?

Zhang Dan viel tijdens de Spelen dit jaar. Dankzij de nieuwe jurering kon zij met haar partner Zhang Hao toch nog zilver winnen. Foto Reuters Zhang Dan (L) and Zhang Hao from China perform to win the silver medal in the figure skating Pairs Free Skating at the Torino 2006 Winter Olympic Games in Turin, Italy February 13, 2006. REUTERS/Grigory Dukor REUTERS

Moord en brand schreeuwden de hockeycoaches, en ook spelers en speelsters hadden zo hun bedenkingen. Weinig sporten die de spelregels zo vaak tegen het licht houden als hockey, maar ditmaal, bij de afschaffing van de buitenspelregel, waren de beleidsmakers doorgeschoten in hun zucht naar een groter en breder publiek. “Ik weet nog dat ik dacht: gaat dit niet wat heel erg ver?“, zegt Eric Verboom, tegenwoordig hoofdcoach van landskampioen Oranje Zwart, maar destijds nog actief als speler van Den Bosch.

Dit jaar is het tien jaar geleden dat de internationale hockeyfederatie (FIH) besloot de buitenspelregel af te schaffen. De regelwijziging werd ingegeven door de wens om de sport aantrekkelijker (meer doelpunten) en overzichtelijker (minder spelhervattingen) te maken.

Het eerste seizoen mét de nieuwe spelregel (1996-'97) leidde in de mannenhoofdklasse tot een forse stijging van het aantal doelpunten: 721 in 132 duels, goed voor een recordgemiddelde van 5,46. In het daaropvolgende jaar daalde dat moyenne weer, hoewel doelpuntloze wedstrijden tegenwoordig zeldzaam zijn en het gemiddelde hoger (bijna anderhalf doelpunt per wedstrijd) ligt dan een jaar geleden.

Verboom heeft wel een verklaring voor de al snel weer dalende trend in de Nederlandse hockeycompetitie. “Het eerste seizoen was een overgangsjaar; iedereen moest wennen. Na dat jaar kozen clubs voor het dichttimmeren van de eigen defensie. Met andere woorden: in plaats van méér kregen we juist minder aanvallend spel, omdat iedereen zich nog verder liet terugzakken.“

Maar een nederlaag heeft de sport volgens Verboom niet geleden met de keuze voor wat de huidige Spaanse bondscoach Maurits Hendriks indertijd gekscherend “kermishockey' noemde. Verboom: “Het mooie van onze sport is dat de spelers constant in beweging zijn. Zo'n ingreep als het afschaffen van buitenspel dwingt de betrokkenen na te denken over de oplossingen. Dat levert nieuwe gezichtspunten op, en dus nieuwe tactieken en technieken. Zo houd je de sport interessant voor zowel betrokkenen als toeschouwers.“

In het volleybal werd na de Olympische Spelen van 1996 in Atlanta gefaseerd overgestapt op het rally-pointsysteem. Een ingrijpende maatregel, omdat tegenwoordig niet alleen de serverende ploeg kan scoren, maar elke rake bal een punt oplevert. Het spel zou er aantrekkelijk van worden en vooral minder langdradig als er twee teams van gelijk niveau tegenover elkaar staan. “Bij de oude puntentelling had het voor toeschouwers pas zin om bij 10-10 de kantine uit te komen“, zegt Peter Blangé, trainer van landskampioen Nesselande. Goede ploegen, zoals het Nederlands team dat bij de Spelen van 1996 goud won, scoorden na het ontvangen van de opslag vrijwel altijd een punt, zodat tegen een gelijkwaardige tegenstander de opslag veelvuldig over en weer ging en de score langzaam opliep.

Dat is er tegenwoordig niet meer bij. En dat is maar goed ook, vindt Blangé, hoewel het hem een jaartje heeft gekost om aan het systeem te wennen. “Het spel is ingrijpend veranderd en vooral dynamischer geworden. En je moet vanaf het begin bij de les zijn. Ik druk mijn spelers altijd op het hart om vanaf 0-0 scherp te zijn; je kunt een gat van vijf punten nog goedmaken, maar veel groter moet het verschil niet worden.“

Minder ingrijpend is volgens Blangé de intrede van de libero, de speler die in het achterveld doorlopend alle spelers mag vervangen. “Er is weliswaar een specialist bijgekomen, maar het beoogde doel om langere rally's te krijgen is niet bereikt. In die zin heeft de libero het spel niet verrijkt. Merkwaardig is dat de libero volleybal ingewikkelder heeft gemaakt, terwijl met de nieuwe puntentelling een vereenvoudiging werd beoogd.“

De nieuwe manier van jureren bij het kunstrijden is wel weer een verbetering, vindt Joan Haanappel, oud-kunstrijdster en tegenwoordig commentator bij Eurosport. Na affaires tijdens de Olympische Winterspelen van 2002 in Salt Lake City dwong het Internationaal Olympisch Comité (IOC) de internationale schaatsunie (ISU) tot significante wijzigingen. En zo geschiedde, al is de subjectiviteit niet volledig uitgebannen.

Het nieuwe beoordelingssysteem is gebaseerd op een technische waardering, die Haanappel als “bijzonder fair“ beoordeelt, en een kwalificering van vijf componenten, wat grofweg staat voor de presentatie en schaatsvaardigheid van de kunstrijdsters. En daarin schuilt het gevaar van doorgeschoten subjectiviteit, zij het dat van de twaalfkoppige jury twee willekeurig beoordelingen niet meetellen. Door de nieuwe systematiek hoeft een valpartij nog niet fataal te zijn voor een goede positie zoals Zhang Hao en Zhang Dan bij de Olympische Spelen dit jaar lieten zien. Zij behaalden alsnog zilver.

Verder is Haanappel blij dat bij gelijke score de korte kür, ofwel de technische beoordeling, de doorslag geeft. “De andere manier van jureren heeft het kunstrijden veel moeilijker gemaakt. Kunstrijden is de moeilijkste sport ter wereld geworden. Ga er maar aanstaan: vier minuten zo veel mogelijk moeilijke combinaties maken inclusief drievoudige, en bij de mannen zelfs viervoudige sprongen. Daarbij vergeleken is zelf turnen een makkie.“

    • Henk Stouwdam
    • Mark Hoogstad