De “slavenopstand' van Duitse artsen

Duitse gaan artsen de straat op om een verhoging van hun inkomen te eisen met 30 procent. Onbetaalbaar en wereldvreemd, aldus critici. Het bedrag dat ze er de laatste jaren op achteruit zijn gegaan, volgens de artsen.

Het is een voor Duitsland ongebruikelijk beeld: stakende artsen. Al zes weken voeren ziekenhuisartsen actie voor hoger loon en kortere werktijden. In witte jassen en met oranje petjes op marcheren ze op actiedagen door binnensteden. “Arts in nood“ staat er dan op de spandoeken. Of: “slavenopstand.“ Ze waren dit voorjaar al in Mainz, Ulm, Keulen, Berlijn, Leipzig en Hannover onderweg. Vandaag deed de karavaan Düsseldorf aan.

Artsen die demonstreren, opereren niet. In tientallen ziekenhuizen worden daarom niet-spoedeisende operaties uitgesteld. Voor spoedeisende ingrepen is, ook op demo-dagen, een operatie-team achter de hand. In Göttingen werden op 17 stakingsdagen 480 operaties uitgesteld. In Essen werden er van 100 ingeroosterde operaties maar 25 verricht. In Heidelberg en Freiburg werden ook hart- en kankeroperaties verschoven. De kosten van de acties worden door de ziekenhuizen geraamd op enkele tonnen per ziekenhuis per actiedag.

Nóg ongebruikelijker dan de actiebereidheid van de artsen is hun salariseis. De artsen willen een loonsverhoging van maar liefst 30 procent. Een absurde eis, zeggen de werkgevers, in dit geval deelstaten en gemeenten, die toch al moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. Een onbetaalbare eis, zeggen de managers van de ziekenhuizen, wier begrotingen dit jaar maar met 0,6 procent stijgen. Wereldvreemd, zegt minister van Gezondheidszorg Ulla Schmidt (SPD). Ze vindt het onverteerbaar dat in een land waar de werkloosheid hoog is en mensen vrezen voor hun baan, artsen in de publieke sector één derde meer salaris eisen.

De wrok bij de ziekenhuisartsen zit diep. Uit nota's van artsenvakbond Marburger Bund wordt duidelijk waarom artsen zich moderne slaven voelen. Ze werken veel, ze verdienen weinig en het werk wordt door bureaucratie en efficiency-dwang ook minder interessant. Steeds meer studenten breken hun studie geneeskunde af, steeds meer Duitse artsen gaan naar het buitenland of zoeken een comfortabeler onderkomen in de farmaceutische industrie, waarschuwt de bond.

Jonge artsen kiezen liever voor een eigen praktijk dan voor een carrière in het ziekenhuis. Maar ook de artsen met praktijk klagen over bureaucratie en kleinere vergoedingen per patiënt. Volgende maand gaan ook zij de straat op.

In de ziekenhuizen zit de pijn vooral bij beginners en subtop, bij assistent-artsen en de Oberärzte. De top van de hiërarchie, de chef-artsen, hebben weinig reden tot klagen. Een assistent verdient als basisinkomen ongeveer 43.000 euro, een Oberarzt, een plaatsvervangend chef-arts, 68.500 euro en de baas zelf ongeveer 100.000 euro. Betalingen voor de uren die de arts als oproepkracht beschikbaar is komen daar bovenop. Oberarzt en Chef-arzt verdienen bovendien extra door patiënten te behandelen die privé verzekerd zijn. Voor een specialist met een lange staat van dienst is dat al snel 200.000 euro extra, topinkomens lopen op tot een miljoen.

Steeds meer ziekenhuizen knabbelen aan de royale positie van chef-arts. De nieuwe generatie chef-artsen krijgt minder of geen geld uit de inkomsten van privé-verzekerden. Voorheen waren jonge artsen bereid om veel te slikken in de hoop ooit zelf chef-arts te worden. Maar die redenering wordt, zegt de Marburger Bund, steeds minder aantrekkelijk.

Daar komt bij dat de nieuwe generatie artsen ook in het begin van de carrière onder soberder arbeidsvoorwaarden moet werken. De salarissen zijn in tien jaar met 7,5 procent gedaald, overuren worden maar mondjesmaat vergoed, het vakantiegeld is geschrapt, de kerstgratificatie gehalveerd en de formele werkweek is zonder bijbetaling met 2 uur verlengd tot 42 uur. Al met al een inkomstenderving van meer dan 30 procent, zegt de bond - precies het bedrag dat de artsen erbij eisen.

    • Michel Kerres